Je leest:

Margulis ziet overal symbiose

Margulis ziet overal symbiose

Auteur: | 30 mei 2009

Bacteriën vormen de basis voor het leven op aarde, vindt de gedreven Amerikaanse biologe Lynn Margulis (71). ‘In essentie is de hele charismatische megafauna niets anders dan bacteriële chimeren’.

Lynn Margulis
Wikimedia Commons

‘Ik ben geen evolutiebioloog. De biologie is slechts een subdiscipline van evolutie. Ik ben een fan van Darwin, maar moet niks hebben van het neodarwinisme. Waag het niet me een evolutiebioloog te noemen. Ik ben een evolutionist’, zegt Lynn Margulis fel. De Amerikaanse grondlegger van de endosymbiosetheorie was op 15 mei in Amsterdam de eregast van het literaire tijdschrift De Gids. In de Rode Hoed hield ze de eerste Gids-lezing onder de titel ‘Viva bacteria’. Ze logeerde bij een bevriende geoloog in Leiden en had voorafgaand aan de lezing beperkt tijd voor een interview.

Margulis is een gedreven verteller die veelvuldig zijpaden inslaat en probeert haar argumenten in detail toe te lichten. Dat haar in 1967 geopperde en als revolutionair bestempelde idee over endosymbiose – dat eukaryote cellen zijn ontstaan door meerdere bacteriële fusies – inmiddels algemeen geaccepteerd is, betekent niet dat ze nu stilzit. ‘Ik zeg niet dat symbiogenese het enige mechanisme is in de evolutie, maar wel het belangrijkste. We gaan door tot we vier uit vier gewonnen hebben’, aldus Margulis.

Ze doelt hierbij op de vier door haar gepostuleerde microbiële injecties, waaraan alle huidige plantaardige en dierlijke cellen belangrijke celorganellen en eigenschappen te danken hebben. Twee daarvan zijn nu vrijwel onomstreden: mitochondriën en chloroplasten zijn respectievelijk afkomstig van een fotosynthetiserende cyanobacterie en een aërobe bacterie. De ontdekking dat deze celorganellen hun eigen DNA meedragen, hebben deze aanspraken ook in één klap salonfähig gemaakt. Ook Margulis’ derde claim, dat de kernhoudende eukaryote cel is ontstaan door fusie van een archae- en een eubacterie, krijgt veel steun.

Klootzakken

Nog altijd zeer controversieel is echter haar veronderstelling dat deze oerprotist zou zijn ontstaan door symbiose met spirocheten, zeer beweeglijke en spiraalvormige bacteriën. Volgens Margulis komen we de spirocheten nu tegen als de draden van de kernspoel tijdens celdelingen, als de zweepstaarten van sperma en de trilharen in de eileider. Het typerende patroon van de microtubili in dwarsdoorsneden van deze structuren (het ‘9(2)+2- patroon’) ziet Margulis als de handtekening van spirocheten.

De hypothetische oerprotist – door Margulis het Thiodendron-consortium gedoopt – zou hebben geleefd in een warme, zwavelrijke omgeving. De koppeling aan actief zwemmende spirocheten was zo’n grote innovatie omdat dit ervoor zorgde dat de oerprotist beter schaarse koolhydraten kon exploiteren en te zuurstofrijke omstandigheden kon vermijden. Dat alle dierlijke cellen nog steeds in staat zijn sulfide aan te maken, is volgens Margulis een relict uit deze tijd.

Margulis pakt haar laptop erbij om plaatjes en filmpjes te laten zien waarop te zien is dat zulk Thiodendron-consortia nog steeds bestaan. De Russische biologe Galina Dubinina werkt er al meer dan 35 jaar aan. Het bewijs uit zowel veld- als laboratoriumstudies is volgens Margulis overweldigend, maar ze erkent dat ze veel problemen hebben het resultaat in een peer reviewed tijdschrift te publiceren. ‘Reviewers zijn echte klootzakken’, zegt ze. Het heeft jaren gekost om alle kritische noten te kraken, maar de reeds lang aangekondigde publicatie komt er volgens haar binnenkort aan. Margulis: ‘Let op mijn woorden: we halen echt vier uit vier’.

De onderzoekster, van oorsprong biologe en momenteel ereprofessor Geosciences aan de universiteit van Massachusetts-Amherst, is heel uitgesproken over haar eigen vakgebied. ‘De biologie had de moeder der wetenschappen moeten zijn, maar die rol is ze kwijtgeraakt aan de geologie. Het zijn de populatiegenetici die het leven uit de biologie hebben gehaald. De biologie is zo antropocentrisch geworden, alle budgetten gaan naar biomedisch onderzoek of onderzoek naar de charismatische megafauna’, aldus Margulis. Ook wat betreft evolutie zijn we volgens haar volledig gepreoccupeerd met de laatste 500 miljoen jaar, terwijl de echt interessante ontwikkeling zich hebben afgespeeld in de 3,5 miljard daarvoor. ‘Dat was een wereld die volledig werd gedomineerd door bacteriën en in essentie leven we nog steeds in een bacteriële wereld. In essentie is de hele charismatische megafauna niets anders dan bacteriële chimeren.’

Haar interesse in de Gaia-hypothese, die de aarde voorstelt als een zelfregulerend en levend systeem, komt hieruit voort. ‘Ik zou de aarde geen levend wezen willen noemen, want geen enkel levend wezen eet zijn eigen uitwerpselen op en drinkt zijn eigen urine. Gaia is een verzameling interacterende, in elkaar grijpende ecosystemen’, aldus Margulis. Eigenlijk moeten we het volgens haar helemaal niet hebben over de planeet aarde, maar over de planeet water. Margulis: ‘Ik geloof dat het leven zich tot het uiterste inspant om water vast te houden en te verspreiden. Iedereen heeft zijn eigen geloofssysteem. Dat respecteer ik, maar wat ik geloof is waar.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 mei 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.