Je leest:

Mais met een gen meer

Mais met een gen meer

Nieuwe Biotech-veldproef

Auteur: | 15 juni 2012

Transgene mais wordt in de plantenkas groter dan gewone mais. Maar is dat op het veld ook het geval? Vlaamse wetenschappers hebben nu groen licht gekregen om een veldproef te starten. Deze zomer groeit er in België naast transgene aardappelen en populieren dus ook transgene mais. Nu nog voorkomen dat de proef vernield wordt door anti-GM activisten.

Dankzij een extra gen wordt de transgene mais groter.
Eos Magazine

Deze zomer zal Vlaanderen drie veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen tellen. Naast de transgene populieren, die al sinds 2009 in Zwijnaarde staan en een tweede veldproef met transgene aardappelen, groeit er in Wetteren nu ook transgene mais. De maisplanten bevatten een extra exemplaar van het gen dat instaat voor de productie van het enzym GA20-oxidase. Dat enzym is betrokken bij de productie van het hormoon gibberelline, dat op zijn beurt een rol speelt bij de groei. Planten met meer GA20-oxidase maken een grotere hoeveelheid gibberelline aan en worden daardoor hoger.

Onderzoek in de serre wees al uit dat de transgene planten groter worden, en de wetenschappers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) willen nu kijken of dat ook in het veld het geval is. Daarnaast willen ze nagaan of ze de planten dichter bij elkaar kunnen planten en of dat voor een verhoogde opbrengst kan zorgen, doordat de planten zo meer bladoppervlakte per vierkante meter kunnen aanmaken.

Wie in België een veldproef met genetisch gewijzigde gewassen wil uitvoeren, moet een dossier indienen bij de Bioveiligheidsraad. Die is samengesteld uit wetenschappers en vertegenwoordigers van de regionale en federale overheden en adviseert de overheid over de veiligheid van de proef. Half maart zette de raad het licht op groen voor de proef en enkele weken later gaven de bevoegde ministers Onkelinx, Laruelle en Wathelet de toestemming om gedurende drie jaar de transgene mais te verbouwen.

Dit jaar zal de proef, met 480 transgene planten plus controle-exemplaren, ongeveer 400 vierkante meter in beslag nemen. Niet zozeer het positieve advies van de Bioveiligheidsraad is in deze zaak opzienbarend, wel het lijstje bedenkingen dat de raad in een bijlage aan haar advies toevoegt. Daarin trekken de experts zowel de praktische als de wetenschappelijke relevantie van de veldproef in twijfel.

Eerder deed het VIB al een veldproef met genetisch gewijzigde populieren voor de productie van biobrandstoffen.
VIB

Volgens de raad is de gebruikte maisvariëteit weinig relevant voor de Belgische landbouw. In combinatie met de manier waarop de proef is opgezet, maakt dat het bovendien ‘erg onwaarschijnlijk’ dat die degelijke en reproduceerbare data oplevert, aldus de raad. Die vindt het tot slot een ‘vreemde redenering’ om naar een hogere opbrengst te streven met een hogere plantdichtheid en langere planten. Doorgaans wordt net de omgekeerde strategie gevolgd. Hoge planten hebben immers een grotere kans om door wind tegen de vlakte te gaan.

Verborgen agenda

Door zich uit te spreken over het nut van de veldproef, doet de Bioveiligheidsraad meer dan van haar wordt verwacht. Bovendien geven formuleringen zoals ‘bedenkingen bij de echte doelstellingen van de proef’ en ‘wat het echte doel van de proef moge zijn’ de indruk dat de raad het VIB een verborgen agenda toedicht. “Met haar opmerkingen creëert de raad een beetje verwarring”, vindt René Custers, Regulatory Affairs Manager bij het VIB. “Wat moet de overheid daarmee?”

Custers bevestigt wel een aantal opmerkingen van de raad. "Dat de gebruikte maisvariëteit niet relevant is voor ons land, is helemaal juist. We gebruiken ze omdat ze in vergelijking met andere variëteiten makkelijk te wijzigen is. Het is enkel een testvehikel waarin we de gewijzigde eigenschap perfect kunnen bestuderen. En het klopt dat hogere planten in het verleden niet altijd een succes zijn geweest.

Maar deze planten hebben een wat opener architectuur en je kan niet uitsluiten dat het nu toch werkt. Om dat te achterhalen, moet je gewoon een proef doen. Het onderzoek staat op dit moment nog erg ver van een praktische toepassing. Blijkt de proef succesvol, dan is het zaak om de eigenschap in andere, wel relevante maisvariëteiten in te bouwen."

Gevoelige materie

Blijft de vraag waarom de Bioveiligheidsraad het nodig achtte zich uit te spreken over het nut van de proef. “Misschien heeft de manier waarop we zelf de proef hebben voorgesteld, daar een rol in gespeeld”, zegt Custers. “Door het verhaal over opbrengstverhoging hebben we mogelijk te hoge verwachtingen gecreëerd en de indruk gegeven dat deze proef erg praktijkgericht is, terwijl het eigenlijk om basisonderzoek gaat.”

Dirk Reheul, verbonden aan de vakgroep Plantaardige Productie van de Universiteit Gent en voorzitter van de raad, laat weten zich te willen houden aan de interne regel om geen commentaar te geven over de totstandkoming van beslissingen. Philippe Baret, verbonden aan het Earth and Life Institute van de Université Catholique de Louvain en lid van de bioveiligheidsraad, wil wel kwijt dat het voor de raad onmogelijk was om niets te zeggen. “Omdat het zo’n vreemde proef is. Een veldproef met transgene gewassen moet volgens mij het publiek belang dienen. En in dit geval wijst niets erop dat dit een nuttige proef is.”

Veldproeven zijn nodig om te onderzoeken of het transgene gewas daadwerkelijk doet waarvoor het bedoeld is.

Samen met drie andere leden van de Bioveiligheidsraad liet Baret ook in het advies opnemen dat het door het VIB ingediende dossier eigenlijk geen goede risico-analyse mogelijk maakt. “Er ontbraken wat verwijzingen naar eerder onderzoek”, zegt Baret. “Maar het was vooral onduidelijk wat er precies wordt bedoeld met termen als ‘(erg) onwaarschijnlijk’ en verwaarloosbaar’.”

Toch onderschrijft Baret de conclusie van de raad dat het erg onwaarschijnlijk is dat de proef schadelijk is voor het milieu of de gezondheid van mens of dier. “Door de beperkte omvang van de proef is het risico per definitie al beperkt. Daar heb je eigenlijk bijna geen dossier voor nodig. Maar dat is wettelijk verplicht, en dan moet je het goed doen.”

Volgens René Custers heeft het VIB net erg veel gegevens moeten aanleveren. “In vergelijking met het dossier voor de aardappelveldproef, zijn we nu veel meer in detail moeten treden. Terwijl alleen al door het feit dat de maiskorrels stevig vast zitten in een kolf, en de mannelijke bloemen worden verwijderd (waardoor er geen stuifmeel wordt geproduceerd, red.), het risico op ongewilde verspreiding erg klein is. Je merkt dat dit gevoelige materie is geworden.”

Protest

Net als vorig jaar verzetten een aantal ngo’s, waaronder Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu, Oxfam en Bioforum zich tegen de veldproef. Naast een gebrek aan transparantie in het dossier en economische en ecologische risico’s, klagen ze aan dat de mais over een gen beschikt dat de planten resistent maakt tegen het herbicide glufosinaat.

Aardappelveld
Aikep, Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Volgens het VIB is het echter niet de bedoeling om het herbicide ook effectief op het veld te spuiten. Koppeling van het resistentiegen aan het GA20-oxidasegen had enkel tot doel succesvol gewijzigde planten van de rest te kunnen scheiden – doordat alleen kiemplantjes waarin beide genen succesvol waren ingebouwd, een behandeling met het herbicide overleefden. De Field Liberation Movement, die vorig jaar de aardappelveldproef bestormde, heeft voorlopig nog geen soorgelijke actie aangekondigd.

Bij het VIB wil men over concrete maatregelen nog niets kwijt – de vorige aardappelproef werd afgeschermd door een twee meter hoog hek en stond 24 uur op 24 onder toezicht van een bewakingsfirma. “We zullen uiteraard proberen te voorkomen dat de proef vernield wordt”, zegt Custers. “Maar uiteindelijk zijn wij vooral geïnteresseerd in onderzoek doen. En al die beveiliging kost tijd en geld. Als het telkens moet zoals vorig jaar, hebben we op lange termijn een probleem.”

Weten hoe het in Nederland zit met de wet & regelgeving voor veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen? Kijk dan op de website van Ditisbiotechnologie

Zie ook:

Lees meer over transgene gewassen op Wetenschap24:

Dit artikel is een publicatie van EOS Magazine.
© EOS Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.