Je leest:

Magie van spiegeltjes en kraaltjes

Magie van spiegeltjes en kraaltjes

Auteur: | 11 december 2012

Scheepten Columbus en de Spaanse ontdekkers van de Nieuwe Wereld de daar wonende indianen af met spiegeltjes en kraaltjes om zichzelf te verrijken met gouden bergen? Nee, zo ging het niet, betoogt Floris Keehnen, student Caribische Archeologie aan de Universiteit Leiden in zijn masterscriptie. Daarmee won hij de Volkskrant-IISG Scriptieprijs.

Columbus landt op Hispaniola.
Publieke domen

Christoffel Columbus en de andere Spaanse ontdekkingsreizigers die in 1492 voet aan wal zetten op het eiland Hispaniola beschreven in hun reisverslagen uitgebreid hoe ze inheemse indianen, de Taíno, bergen goud afhandig maakten en hen er enkel waardeloze gebruiksvoorwerpen voor terug hoefden te geven.

Hierdoor, en door de bloedige onderwerping van het Azteken-rijk door de latere Conquistadores is de indruk ontstaan dat de Taíno vooral machteloze, gewillige slachtoffers waren van brute Spaanse veroveringsdrift.

Maar dat beeld doet geen recht aan hoe deze indianen en de vroege Spaanse ontdekkingsreizigers elkaar werkelijk tegemoet traden. Masterstudent archeologie Floris Keehnen deed er voor zijn afstudeerscriptie uitgebreid onderzoek naar en concludeert dat deze ontmoeting, en ook de handel in goud en ‘waardeloze gebruiksvoorwerpen’, veel meer op basis van gelijkwaardigheid ging.

Bovennatuurlijke glinstering

Zo beschikten de Taíno weliswaar over goud, maar hechtten er een heel andere waarde aan dan de Europeanen. De schittering van de door de Europeanen meegebrachte voorwerpen was voor hen een magische en bovennatuurlijke manier om de kosmos te vangen. “De oorspronkelijke bewoners van de Nieuwe Wereld hadden een heel ander wereldbeeld dan wij”, legt Keehnen aan de telefoon uit.

“Voor hen was alles op een bepaalde manier met elkaar verbonden. De indeling van de wereld in strikte categorieën zoals wij dat doen kenden ze niet. Voor hen verschilden mensen en planten bijvoorbeeld niet op de manier van elkaar zoals wij dat nu zien. Bovennatuurlijke geesten konden zich immers op allerlei manieren manifesteren. Zo konden ze de ene dag als mens verschijnen en de volgende dag als een plant.”

Taíno-indianen delven goud voor de Spanjaarden. Het doffe goud uit de grond had voor hen veel minder waarde dan de glanzende voorwerpen van de Europeanen.

“Een bijzondere, bovennatuurlijke categorie objecten was datgeen wat de indianen aanduidden met ‘gua’. Dat zien we terug in de benamingen van veel dingen die op een of andere manier een ‘magische glinstering’ in zich hadden. ‘Gua’ was een voor- of achtervoegsel en zie je terug in namen van voor glinsterende metalen, de aanduiding van een magische vogel als een papegaai maar ook in de namen van grote indianen-leiders,” aldus Keehnen.

“Ook voor de komst van de Europeanen handelde de inheemse bevolking al op grote schaal in voorwerpen die glinstering hadden: gepolijst hardhout, edelstenen, doorschijnende schelpen. Dat soort voorwerpen vinden archeologen in het hele Caraïbische gebied terug. Deze handel wijst erop dat ze een grote waarde hechtten aan dat soort voorwerpen. En de spiegeltjes van de ontdekkingsreizigers hadden mogelijkerwijs nog veel meer ‘gua’ dan bijvoorbeeld goud.”

Blauwe kraal

Keehnen kreeg het idee om de context van de ontmoetingen tussen de Spanjaarden en de Taíno eens goed uit te zoeken toen hij met een groep archeologie-studenten van de Universiteit Leiden een indiaanse nederzetting in de Dominicaanse Republiek op Hispaniola opgroef. Van die nederzetting werd gedacht dat hij ruim voor de aankomst van de ontdekkingsreizigers al verlaten was. Maar toen deed Keehnen een bijzondere vondst: een blauwe, overduidelijk Spaanse kraal.

Columbus ontmoet Taíno indianen.
wikimedia commons

“Die kraal wees erop dat de nederzetting nog wel degelijk bewoond moest zijn geweest toen de Spanjaarden daar aankwamen”, vertelt hij. “Wat deed die kraal in een verder volledig indiaanse omgeving? Hoe was hij daar terecht gekomen? Dat wekte mijn interesse en ik besloot uit te zoeken hoe het contact tussen de ontdekkingsreizigers en de indianen verliep en met welke benaderingen zij elkaar tegemoet traden.”

Die beginvraag resulteerde uiteindelijk in een uitvoerig onderzoeksverslag van maar liefst 256 pagina’s. Door allerlei verschillende invalshoeken uit de antropologie, sociale geschiedenis en archeologie op een slimme en vernieuwende manier met elkaar te combineren kwam Keehnen tot hele nieuwe conclusies. ‘Echte wereldgeschiedenis in de moderne zin van het woord’, aldus het lovende juryrapport.

Keehnen wil graag verder met zijn onderzoek. Daarom is hij nu bezig met het schrijven van een promotievoorstel. Voor de 1500 euro die de scriptieprijs hem oplevert weet hij ook wel een goede bestemming. “Ondanks dat ik al vijfentwintig jaar oud ben moet ik nog altijd mijn rijbewijs eens gaan halen. Of anders natuurlijk weer eens een mooie reis naar het Caraïbisch gebied.”

De Volkskrant-IISG Scriptieprijs wordt sinds 2010 jaarlijks uitgereikt. Bij de beoordeling let de jury letten op scripties die een duidelijk vernieuwende benadering hebben. Hierbij kan gedacht worden aan een nieuw onderwerp of aan een vernieuwende aanpak van een bestaand onderwerp. Aan de prijs is een geldbedrag van 1500 euro verbonden.

In 2011 werd de prijs gewonnen door Joppe van Driel. Lees het nieuwsbericht hierover op Kennislink

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.