Je leest:

Maarten van Rossem over de kredietcrisis, fundamentalisten en gelovigen

Maarten van Rossem over de kredietcrisis, fundamentalisten en gelovigen

Auteur: | 5 juli 2011

Sinds de kredietcrisis van 2008 en de economische recessie die daar een jaar later op volgde, is het in de mode geraakt om boekjes te schrijven waarin deskundigen de crisis toegankelijk voor het grote publiek uitleggen. Met het slechts 118 pagina’s tellende ‘Kapitalisme zonder remmen’ is nu ook de bekende historicus Maarten van Rossem in dit gat gesprongen. Het boekje van Van Rossem draagt de ondertitel ‘Opkomst en ondergang van het marktfundamentalisme’, en daarmee legt Van Rossem direct de vinger op de zere plek.

Nieuw Amsterdam

Maarten van Rossem is een historicus, en de historische kijk onderscheidt dit boekje van de vele andere over het onderwerp. Hij spreekt van het neoliberale vrije marktdenken als een fundamentalistische religie.

Pleitbezorgers van deze ideologie, invloedrijke economen als Alan Greenspan en Milton Friedman, noemt hij gelovigen, fundamentalisten zelfs. Alan Greenspan, de hoogste baas van de Amerikaanse centrale bank, zag dat het wel eens mis kon gaan met de ongebreidelde cultuur van speculatie en deregulatie op de financiële markten. Toch greep hij niet in, de markt kón immers niet falen.

Om dit merkwaardige gedrag van economen en dolgedraaide markten te verklaren, zet van Rossem de economische geschiedenis sinds de crisis van de jaren dertig uiteen. Enigszins verrassend is zijn relaas over hoe niet de grote Republikeinse held Ronald Reagan, maar de aan rechts-conservatieve zijde verguisde Democraat Jimmy Carter de neoliberale revolutie in gang zette. In de late jaren zeventig had het idee dat de overheid stabiele economische groei moest realiseren, met de succesvolle opbouw van sociale zekerheidsstelsels in vrijwel alle Westerse landen, definitief afgedaan.

Hoe dat precies komt weet ook Van Rossem niet maar hij legt de verantwoordelijkheid vooral bij de georganiseerde lobby van het bedrijfsleven. Hoe dan ook, de overheid werd van oplossing tot deel van het probleem. President Carter, door historici wel vaker beticht van zwak en visieloos beleid, bleek gevoelig voor de nieuwe ideologie en sloeg aan het privatiseren en dereguleren.

Met het uitleggen van de werking van financiële markten heeft Van Rossem wel wat moeite. Wellicht was het beter geweest als Van Rossem bij zijn eigen stokpaardje was gebleven, namelijk het vertellen van een mooi historisch verhaal waardoor het heden in een relevante context wordt geplaatst.

Interessant is bijvoorbeeld de constatering dat president Reagan een enorme belastingverlaging doorvoerde en tegelijk volstrekt onvoldoende bezuinigde, waardoor een enorm tekort op de begroting en een gigastaatsschuld kon ontstaan. Die arme Reagan was immers ook zo’n ‘gelovige’, die zeker wist dat de markt – zelfs bij wanbeleid – een corrigerende werking zou hebben.

Al met al een luchtig geschreven boek met een interessante kijk op de geschiedenis van het vrijemarktdenken in Amerika.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juli 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.