Je leest:

Maakt commentaar de wedstrijd?

Maakt commentaar de wedstrijd?

Auteur: | 26 mei 2006

Voetbalverslaggevers zijn verre van consequent. Wat ze de ene keer een smerige overtreding noemen, kan een andere keer best een nuttige ingreep zijn. Hoe ze hun woorden kiezen is niet zonder belang. Het bepaalt namelijk voor een belangrijk deel hoe verfoeilijk televisiekijkers een overtreding echt vinden.

Op tv kijken we straks weer uren naar het voetbal. We zien van alles op het veld gebeuren, maar zoals vaak gezegd wordt: het commentaar maakt uiteindelijk de wedstrijd. Is dat nu echt zo?

Voor contactsporten zoals voetbal, rugby en basketbal lijkt dit inderdaad op te gaan. Dit kun je vaststellen door kijkers wedstrijdfragmenten te laten zien waarin het commentaar systematisch wordt afgewisseld. Zo blijkt bij ijshockey dat men normale spelsituaties, waarbij opmerkingen over het agressieve karakter van de wedstrijd worden gemaakt, gewelddadiger vindt dan gemene acties waaraan geen woorden vuil worden gemaakt. De moraal is duidelijk: What you see, is what you hear.

Kijken door een verbale bril

Hoe we de wedstrijd zien, wordt voor een belangrijk deel bepaald door de manier waarop erover gesproken wordt. Wie kent niet die mooie verhalen over ons magnifieke totaalvoetbal (een speelstijl waarbij de spelers voortdurend van positie wisselen) in de jaren zeventig? Het tijdperk waarin iedere wedstrijd van Oranje een demonstratie was van hoe het spelletje echt gespeeld moest worden? Pas de laatste jaren zijn we ons ervan bewust hoe hard en meedogenloos er in die tijd soms werd ingegrepen. De tegenpartij liep op het middenveld eerst tegen de Nees en de Kromme (Johan Neeskens en Willem van Hanegem) op en moest dan nog voorbij Knabbel en Babbel (Wim Suurbier en Ruud Krol) zien te komen. Hebben toedekkende woorden over het oogstrelende spel ons toendertijd ziende blind gemaakt? Waren we echt zo anders dan die gemene Argentijnen, die geniepige Italianen en die arrogante Duitsers?

Geen daden maar woorden

Hoezeer het commentaar onze mening beïnvloedt, blijkt uit een onderzoek waarbij kinderen uit de hoogste groepen van de basisschool een aantal (zware) overtredingen op het voetbalveld moest beoordelen. Iedere leerling hoorde bij de herhaling in slow motion één van drie commentaren: neutraal, afkeurend of goedkeurend. Bijvoorbeeld bal gaat naar de vrije man, die wordt ten val gebracht, gele kaart (neutraal), komt met gestrekt been in, haalt hem genadeloos onderuit, die gele kaart is méér dan verdiend (afkeurend) of kijk nou, hij raakt hem amper aan, die gaat wel erg gemakkelijk neer, zó smeer je iemand een gele kaart aan (goedkeurend).

Het resultaat leverde een éénduidig beeld op: een overtreding werd bij afkeurend commentaar sterker veroordeeld dan bij goedkeurend commentaar. De mening van de verslaggever bleek bepalender dan de gele kaart die de scheidsrechter had uitgedeeld, of wat men met eigen ogen had gezien. Het geen woorden maar daden van de spelers is omgekeerd van toepassing op de kijkers voor de buis.

Het thuisvoordeel

Bij deze constatering valt wel een kanttekening te plaatsen. In het onderzoek bleek de identiteit van de dader ook een rol te spelen. Tegen de overtreding van een Nederlandse speler werd minder kritisch aangekeken dan tegen één van een buitenlandse speler. Als het om Oranje gaat, laten we ons blijkbaar niet zo sterk beïnvloeden door wat een ander zegt.

Is normaal toch!?

De invloed van woorden op ons denken gaat niet alleen op voor voetbal of sport in het algemeen. Een klassiek voorbeeld komt uit de rechtspraak. Een getuigenverklaring kan sterk beïnvloed worden door de formulering van de rechter. Zo kun je de volgende vraag op drie manieren afmaken: Hoe hard reden de auto’s (a) toen ze elkaar raakten, (b) toen ze op elkaar botsten, © toen ze op elkaar knalden? Wanneer de vraag eindigt als in (a) schat de ooggetuige de snelheid lager in dan wanneer de vraag eindigt als in ©. De suggestie in de vraag maakt dat dezelfde gebeurtenis anders wordt beoordeeld.

Willen we wel anders?

Maakt het commentaar de wedstrijd? Ja, voor een belangrijk deel zeker, zelfs als het gaat om het oordeel over een verfoeilijke overtreding. Betekent dit nu dat verslaggevers maar vooral moeten proberen om neutraal, objectief commentaar te geven? Als het aan de kijkers ligt, is het antwoord nee. Een van onze ondeugden is nu eenmaal dat we meer plezier beleven aan handelingen die we sterker veroordelen. Als het om voetbal gaat, zien we maar al te graag een harde wedstrijd.

Bron

  • J. Beentjes, M. van Oordt & T. van der Voort (2002). How television commentary affects children’s judgments on soccer fouls. Communication Research, 29, 31-45.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Tilburg (UvT).
© Universiteit van Tilburg (UvT), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.