Je leest:

Maak dat jezelf wijs!

Maak dat jezelf wijs!

Auteur: | 4 mei 2007

We denken dat we weten hoe we ons voelen. Toch blijkt dat we meesters zijn in zelfbedrog. Onze omgeving bepaald voor een groot deel onze emoties, terwijl we dit niet eens het doorhebben. Trouwens, wat zijn emoties eigenlijk?

Het is vier uur ’s middags. Het is weer zover. Je zit op je werk of op school en alles zit tegen. De computer is te traag, de printer doet niet wat jij wilt en nu komt tot overmaat van ramp ook nog eens een collega aan je hoofd zeuren! Zwaar chagrijnig geef je antwoord en last een pauze in. Even een kop koffie met iets lekkers. En zie daar, terwijl je de laatste kruimels verorbert, merk je dat je boosheid verdwijnt.

Soms is het goed even een kop koffie te drinken voor je uitvalt tegen een collega

Emoties. Iedereen heeft ze. In de literatuur zijn de meest poëtische namen bedacht om die unieke gemoedstoestanden te verwoorden. Ze waarschuwen ons, motiveren ons en maken ons bewust van onze wensen en verlangens. Emoties geven aan dat er van binnen iets met ons gebeurt, zodat we ons gedrag hierop kunnen aanpassen. Maar dan moeten we deze signalen natuurlijk wel begrijpen! Helaas blijkt uit verschillende psychologische onderzoeken dat we er vaker helemaal naast zitten. Je denkt, zoals in het voorbeeld, dat je zwaar chagrijnig bent om er na een tijdje achter te komen dat je gewoon honger hebt. Of je denkt dat je zenuwachtig bent, maar je vergeet even dat je al zeven koppen koffie op hebt. Ons lichaam houdt ons regelmatig voor de gek en wij geloven het.

We denken dat we weten waarom we ons op een bepaalde manier voelen, omdat het brein probeert logische verhalen te maken van de wereld om ons heen. Maar het is niet per sé zo dat dit ook echt de waarheid is. Een valkuil waar we snel intrappen is dat we de invloed uit onze omgeving onderschatten. We willen graag alles zelf bepalen en in de hand hebben, maar eigenlijk reageren we gewoon op dingen om ons heen.

Ik voel dus ik denk

Een mooi voorbeeld hiervan is een klassiek onderzoek van Schachter en Singer. Deze twee Amerikaanse psychologen lieten in de jaren zestig al zien dat onze omgeving een grote invloed heeft op hoe we denken ons te voelen. Hun idee was dat emoties uit twee stukken bestonden, een lichamelijk deel en een denkend, cognitief, gedeelte. Als eerste reageren we op een situatie met lichamelijke reacties. We gaan bijvoorbeeld zweten, krijgen een verhoogde hartslag, vergrootte pupillen en we gaan ons anders gedragen. Wanneer een auto heel hard op je af komt rijden, schrik je, je hart klopt in je keel en je rent (hopelijk) weg. Vervolgens komt het denkende gedeelte. Je gaat een naam geven aan die lichamelijke sensaties. In dit geval: angst. En juist bij deze benoeming kan er wel eens iets mis gaan. Vooral als we onze omgeving vergeten mee te nemen.

We zijn teveel op onszelf gericht bij het benoemen van onze emoties en onderschatten vaak de rol van onze omgeving

Dit lieten de psychologen ook zien in een experiment, waarbij ze lichamelijke sensaties opriepen met het stresshormoon adrenaline. Ze injecteerden hun proefpersonen met dit stofje, maar vertelden slechts aan een deel van de groep welke verschijnselen ze konden verwachten. De mensen moesten vervolgens in een kamer wachten waar al iemand zat die ófwel heel kwaad en agressief was, ófwel heel erg vrolijk deed. Na het wachten vroegen de onderzoekers hoe de mensen zich voelden. De mensen uit de groep die zonder voorlichting adrenaline hadden gekregen en bij de agressieve persoon hadden gezeten, zeiden dat ze erg boos waren. En wanneer ze bij de vrolijke persoon hadden gezeten, voelden ze zich juist blij. De voorgelichte groep voelde zich echter nog steeds hetzelfde als aan het begin van het experiment.

Wat wil dit zeggen? Wanneer we ons op een bepaalde manier voelen, gaan we op zoek naar de reden achter dit gevoel. Is die reden niet direct duidelijk, dan gebeurt er iets geks. In plaats van objectief naar de situatie te kijken, zoeken we de oorzaak in onszelf. De mensen uit het experiment noemden zichzelf boos of blij en dat had in hun ogen helemaal niks te doen met die medepersoon in de wachtkamer. Net zoals een knagende honger om vier uur ’s middags ook niks te maken heeft met chagrijnig zijn. We zijn dus geneigd neutrale reacties op onze omgeving te interpreteren als op zichzelf staande emoties, of dit nu terecht is of niet.

Je kunt de resultaten van dit experiment echter ook omdraaien. Als iemand boos tegen je doet, word je ook sneller boos. Maar als je wéét dat je een rare injectie hebt gehad die bepaalde sensaties oproept, kun je ook denken dat die boosheidgevoelens van de injectie komen en er daarom voor kiezen niet teveel te reageren. Je reageert dan misschien zelfs nog minder hard dan je normaal zou doen. De kracht van dit experiment is dus ook meteen zijn valkuil. Eigenlijk zouden we dus naar een experiment moeten kijken waarbij deze gevoelens spontaan opgeroepen worden. Hiervoor gaan we op reis naar Canada waar twee psychologen de omgeving gebruikten om bij mensen op een natuurlijke manier adrenaline op te roepen.

Enge bruggen zijn een ideale plaats om de ander te verleiden

Verliefd op grote hoogte

In een groot natuurpark in Canada ligt de grootste voetgangersbrug ter wereld. Hoog boven een bruisende rivier deint het voetpad van een meter breed mee met de wind. Een eindje verderop ligt nog een brug. Deze is breed, stevig en hangt maar een stukje boven de grond. Erg saai dus. Dit is het park waar de test plaatsvond. Een knappe jonge vrouw ging met een vragenlijst op een van de bruggen staan en sprak de mannen die voorbij kwamen aan met de vraag of ze mee wilden doen aan een onderzoekje over creatieve expressie. Ze moesten een paar vragen beantwoorden en vervolgens een kort dramatisch verhaal schrijven met een vrouw in de hoofdrol. Zodra ze klaar waren, zei de knappe vrouw dat ze haast had, maar dat ze graag nog even wilde praten over dit experiment. Ze gaf haar naam en telefoonnummer en wachtte op een reactie. Wat bleek nu? De mannen die over de enge brug hadden gelopen, belden veel vaker terug dan de mannen op de saaie brug. Ook waren hun verhalen romantischer en meer erotisch getint.

Verrassend misschien, maar eigenlijk is het gemakkelijk te verklaren. Van spannende dingen krijgen we kriebels in onze buik en gaat onze hartslag omhoog. Lopen over een enge brug zorgt dus voor meer adrenaline in je lijf, net als wanneer je verliefd bent. Als we dus iets engs doen met iemand die we leuk vinden, denken we snel dat die ander nog aantrekkelijker is. In plaats van de oorzaak in de situatie te zoeken, gaan we weer in onze gevoelens wroeten en ineens noemen we onszelf ‘verliefd’. Het zien van een mooie man of vrouw en het voelen van kriebels is genoeg om ons te laten denken dat we verliefd zijn. Net zoals teveel stresshormoon in ons lichaam voldoende is om ons heel blij te laten voelen naast een vrolijk iemand. Of heel boos als iemand agressief is.

Zijn emoties niets meer dan neutrale gevoelens waar je een gekleurd etiketje op hebt geplakt?

Prachtig versierde etiketten

Mensen zijn dus heel goed in het zien van verbanden die er niet zijn. Je lichaam reageert op stoffen in de lucht, op kleuren en geluiden. Allemaal dingen die we niet bewust mee hoeven te krijgen en toch reageren we hierop. En vervolgens verzinnen we hele verhalen waarom we ons zo voelen als we doen. We voelen neutrale lichamelijke sensaties en door onze verhalen plakken we er etiketten op als ‘boos’, ‘blij’ of ‘verliefd’. En dit alles om de wereld om ons heen een beetje meer begrijpbaar te maken.

Bestaan echte emoties dan eigenlijk wel? Zijn we echt chagrijnig als we snauwen tegen een collega of is dit gewoon honger? Zijn we echt verdrietig als we zitten te huilen aan het einde van een dramafilm, of is dit slechts ontlading van opgebouwde spanning? En hoe zit het dan met meer verheven emoties als de liefde?

Boeken vol zijn er geschreven over de liefde tussen moeder en kind. Freud heeft hele theorieën gebaseerd op moederliefde die via de borst doorgegeven wordt. Ook biologen weten al langer dat zodra een baby begint te drinken aan de borst, er een hormoon (oxytocine) vrijkomt, dat de band tussen moeder en kind versterkt. Wil dit dan zeggen dat moederliefde niets meer is dan hormonale uitbarstingen, die een maatschappelijk geaccepteerde naam hebben gekregen? En zijn verliefde gevoelens dan slechts puur lichamelijke aantrekkingskracht, omdat moeder natuur heeft besloten dat onze genencombinatie zo gunstig is voor de voortplanting?

Bestaan verheven emoties als moederliefde echt?

Deze nuchtere kijk ontneemt je misschien een beetje de magie van alles. Maar het maakt wel duidelijk dat we onszelf vaker iets op de mouw spelden dan we zelf denken. Dus de volgende keer dat je halsoverkop verliefd wordt of zomaar vanuit het niets tegen iemand uitvalt, kijk dan even om je heen om te zien of je niet toevallig op een hangbrug staat.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.