Je leest:

‘Luister naar vluchteling’

‘Luister naar vluchteling’

Auteur: | 21 juni 2006

Wereldwijd zijn miljoenen mensen op de vlucht voor oorlog. Opvang in de eigen regio en repatriatie naar gebieden van oorsprong wordt door westerse politici, en ook de Nederlandse regering, gezien als een duurzame oplossing. Daarachter schuilt vooral de wens het aantal asielzoekers in het westen te beperken. Maar formele terugkeerprogramma’s kunnen ernstig tekort schieten en mensen in levensbedreigende situaties doen belanden, toont promovendus Jan Gerrit van Uffelen aan.

Soedan telt op dit moment zo’n zes miljoen mensen die door oorlog en conflict huis en haard hebben verlaten. Een miljoen mensen vluchtte door de oorlog in Zuid Soedan naar Ethiopië, Kenia, Egypte en Kongo. Drie miljoen anderen kwamen in kampen rondom Khartoem terecht. In Darfur zijn nog eens twee miljoen ontheemden.

Soedanese vluchteling bij Tine in Tsjaad, zoekt beschutting tegen een zandstorm.

Van Uffelen vertelt over de Uduk, een Zuid-Soedanees volk dat eind jaren tachtig en begin jaren negentig naar Ethiopië vluchtte. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties in Ethiopië is sinds april dit jaar bezig 4500 van hen te repatriëren naar Zuid Soedan. Om de wensen van de vluchtelingen te peilen, hield de UNHCR een eenvoudige enquête: ‘Wilt u terugkeren naar huis?’. Veel vluchtelingen zeiden daar ja op. Van Uffelen: ‘Dat is een veel te eenvoudige vraag waar een emotioneel antwoord op komt. Mensen verlangen naar vrijheid, het recht op een menswaardig bestaan, terugkeer naar huis. Als je zou doorvragen, zou blijken dat vluchtelingen goed weten wanneer ze willen terugkeren, en op welke voorwaarden.’ Maar dat werd niet gevraagd.

‘Het gevaar van zulke formele terugkeerprogramma’s’, zegt Van Uffelen, ‘is dat deze haaks kunnen staan op de terugkeerstrategieën en initiatieven van de mensen zelf.’ Bij aankomst krijgen de Uduk-vluchtelingen voor een aantal maanden voedsel uitgereikt, een stuk plastic dat als onderdak moet dienen, wat zaaizaad en wat eenvoudige werktuigen om het land te bewerken. Maar het terugkeerprogramma van de Uduk houdt geen rekening met het regenseizoen. De vluchtelingen komen rond deze tijd aan in hun oorspronkelijke gebied, en eind deze maand begint het regenseizoen. Er is te weinig tijd om de akkers voor te bereiden. Daardoor zullen ze dit seizoen geen oogst hebben, en pas in september 2007 kunnen oogsten. De paar maanden voedselhulp schiet dus tekort, en de teruggekeerde Uduk hebben maanden van ontbering en honger in het vooruitzicht.

Fouten

‘Zulke ongelofelijke fouten worden gemaakt’, zegt Van Uffelen, die jarenlang werkte in de humanitaire hulpverlening in Azië en de Hoorn van Afrika. Het is niet het enige voorbeeld van falende hulpprogramma’s dat hij kent. Ook in Cambodja gebeurde hetzelfde, waarbij mensen in levensbedreigende situaties terecht kwamen en daardoor onnodig doden en gewonden vielen. Waarom wordt er niet beter geluisterd naar vluchtelingen en intern ontheemden zelf, vroeg Van Uffelen zich af.

Achterliggende oorzaak is volgens hem dat noodhulporganisaties van de VN de vluchtelingen zien als hopeloze en passieve ontvangers van hulp, in plaats van als rationele mensen die hun mogelijkheden tot terugkeer inschatten en inzicht hebben in wat er plaatsvindt in gebieden van terugkeer. Mensen hebben recht op een rationeel terugkeerbesluit, zegt Van Uffelen, waarbij ze zelf het tijdstip en de voorwaarden van terugkeer bepalen.

Terugkerende vluchtelingen uit Sierra Leone.

Om de rationele overwegingen van vluchtelingen inzichtelijk te maken ontwikkelde Van Uffelen een model. Hij maakte er een statistisch valide model van en niet een kwalitatieve studie, om door de VN niet weggewuifd te kunnen worden als een antropoloog met politieke motieven. Belangrijkste factor blijkt de persoonlijke wens van vluchtelingen om al dan niet terug te keren. Maar ook de mening van vrienden en familie, noodhulporganisaties en politiek-militaire organisaties tellen mee in deze afweging. De mate van controle die vluchtelingen hebben op de beslissing om terug te keren en het proces van terugkeer bleek een invloedrijke factor. Van Uffelen voegde ook de inschatting die vluchtelingen maken van hun kwetsbaarheid die zij associëren met terugkeer toe. Die inschatting van risico’s en het vermogen om daarmee om te gaan blijkt gedetailleerd te zijn. ‘Uit het onderzoek bleek dat er een grote discrepantie bestaat tussen de risico’s die meegewogen worden door de vluchteling in het besluit om terug te keren en de risico-inschatting van de VN op grond waarvan de formele programma’s worden geïnitieerd. Deze laatste is veel positiever over terugkeer.’

Eigen initiatief

De meerderheid van de vluchtelingen en intern ontheemden keren op eigen initiatief terug naar de gebieden waar ze vandaan gevlucht zijn. Studie van de terugkeer van de Dinka Ngok, een volk dat gevlucht is voor de oorlog in Zuid Soedan naar vluchtelingenkampen rondom Khartoem, liet zien dat dat een proces van jaren is. Belangrijke leiders en een aantal mannen gaan eerst om een begin te maken met de wederopbouw van de dorpen. Naarmate er meer voedsel wordt verbouwd en de veiligheid situatie verbetert, keren vrouwen en kinderen terug om dit proces van wederopbouw te ondersteunen. Met deze fasering wordt in formele terugkeer programma’s weinig of geen rekening gehouden en worden hele gezinnen, inclusief kleine kinderen en ouderen gerepatrieerd. In het geval van de Dinka Ngok bleek dat deze interventie het spontane terugkeerproces en wederopbouw ondermijnde in plaats van ondersteunde.

De beleidsmakers in Genève en New York van de terugkeerprogramma’s zouden beter moeten luisteren naar vluchtelingen zelf. Het model van Van Uffelen brengt de kennis, ervaring en perspectieven ten aanzien van terugkeer van vluchtelingen zelf in kaart. ‘Formele terugkeerprogramma’s die geënt zijn op deze inzichten doen recht aan de context specifieke situatie en dynamiek in gebieden van terugkeer. Dat is precies waar formele programma’s voor bekritiseerd worden en in ernstige mate te kort kunnen schieten. Op z’n best leidt dat tot verkwisting van schaarse financiële middelen en op z’n slechts brengt het leven van mensen die terugkeren in gevaar.’

Dit artikel is een publicatie van Resource - WUR.
© Resource - WUR, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.