Je leest:

Ludolph van Ceulen: schermmeester en wisconstenaar

Ludolph van Ceulen: schermmeester en wisconstenaar

Auteur: | 10 april 2004

Het bizarre feit dat hij een onder- en bovengrens voor pi op zijn grafsteen had staan, leverde hem de meeste bekendheid. We hebben het over Ludolph van Ceulen, wiskundige en schermmeester, wiens grafsteen rond 1800 verdween. Een speurtocht langs proefschriften, bibliotheken en reisverslagen bracht de oorspronkelijke tekst op de steen weer boven water.

Ludolph van Ceulen (1540-1610) was behalve wiskundige ook schermmeester. Deze combinatie van lichamelijke en hersengymnastiek heeft hij in diverse steden beoefend, waaronder Delft, Arnhem en Leiden.

In een van zijn boeken spreekt Van Ceulen over “mijn meester Iohan Pouwelsz”. Deze Antwerpse wisconstenaar, zo vermoeden sommige historici, zou zo rond 1570 Van Ceulens leraar kunnen zijn. Mogelijk kende Van Ceulen uit die tijd in Antwerpen de schoolmeester en boekhouder Bartolomeus Cloot. Even voordat de ‘Spaanse Furie’ in 1576 grote delen van deze ketterse stad omzette in hopen as en plassen bloed, vertrok Cloot naar Delft. In de enorme stroom mensen die in de jaren daarop hun heenkomen in de noordelijke Nederlanden zochten, volgde Van Ceulen.

Met zijn vrouw Mariken Jansdochter vestigt Van Ceulen zich in Delft en gaat daar schermlessen geven. Hij en Cloot onderhouden goede banden. Zo was Cloot getuige bij de doop van een dochter van het echtpaar Van Ceulen. Die banden nemen heel andere vormen aan als in 1590 meneer Cloot en mevrouw Van Ceulen zijn overleden. De overblijvende weduwe Adriana Symonsdochter en weduwnaar Ludolph van Ceulen gaan gehuwd verder, inclusief acht kleine Clootjes en een vijftal Van Ceulentjes.

Brood op de plank

Voor het grote Orgaen. De tekst waarin de Leidse burgemeester Jan Janszoon Orlers over zijn oom Ludolph van Ceulen spreekt: Mr. Ludolf van Ceulen is overleden opten lesten December inden Jare 1610, out wesende ontrent 71. Jaren / ende leyt begraven in S. Pieters Kercke voor het groote Orgaen…

Ludolph en Adriana voegden nog zeker twee telgen aan hun kroost toe, waarna het hele spul in 1594 naar Leiden vertrok. Dat Ludolph hier in 1600 door Prins Maurits als hoogleraar in de wiskunde werd aangesteld, zal vast een welkome aanvulling op de huishoudportemonnee zijn geweest. In elk geval vertrokken ze nog datzelfde jaar naar een groot dubbel huis op het Begijnhof, hoek Rapenburg en Kloksteeg. Na Ludolphs dood op oudejaarsdag 1610 dreef Adriana hier een winkel in lijnwaet en speldewerc en voegde hier nog wat inkomsten aan toe door boeken van haar man opnieuw uit te geven – zo blijkt dat wetenschap langer beklijft dan sport, zelfs toen al.

Tijdens Van Ceulens leven bracht de Leidse schermschool wél flink brood op de plank. Hij had bij de plaatselijke overheid bedongen dat hij als enige in de stad schermlessen mocht geven. Toen zijn assistent Pieter Bailly ging bijschnabbelen, beklaagde Van Ceulen zich dan ook bij de burgemeesters. Zijn brief eindigt met een prachtige zin die uitstekend zijn omstandigheden weergeeft: dewyle hy met groote last ende veel kinderen beladen is, mijn E. Heeren willen hem in sijn gerecktichheyt voorstaen, ende verbieden den genoemden Mr. Pieter sijn schermschoole. Uiteraard heeft zo’n hartverscheurende oproep succes. De Leidse overheid verbood Bailly van nu voortaen, alhier ’tzy in t heymelick ofte openbaer eenige schermschoole te houden en zelfs ende ’t school, by hem sonder wettige kennisse of toelating opgericht, te sluyten ende breecken.

Cirkelkwadratuur

Voor wat betreft de wiskunde was Van Ceulen eerder een bekwaam rekenaar dan een groot geleerde. In de tweede helft van de 16e eeuw hielden tal van wetenschappers zich bezig met ‘cirkelkwadratuur’, zeg maar het benaderen van pi. Ludolph mengde zich in de levendige strijd over dit onderwerp. De titel van het stuk waarmee hij collega Simon van der Eycke te lijf ging, liegt er bijvoorbeeld niet om: ‘Kort claar bewijs dat die nieuwe ghevonden proportie eens circkels iegens zyn diameter te groot is…’. Van der Eycke gaf zich niet zomaar gewonnen, en geeft in een 38 pagina’s tellend manuscript een nieuwe benadering voor pi, met de opmerking erbij dat wie deze probeert te weerleggen er weinig van begrijpt. Van Ceulens reactie heet ’Proefsteen ende claerder wederleggingh dat het claarder bewijs (so dat ghenaempt is) … gheen waerachtich bewijs i

Schermutselingen

Naast pi ligt Van Ceulen ook op het gebied van berekeningen met samengestelde interest met allerlei mensen overhoop, waaronder Van der Eycke. Uiteindelijk maakt de geoefende schermer Van Ceulen korte metten met zijn in Dôle (Frankrijk) geboren opponent: Dat Symon vander eycke tot dolen geboren doolt inde hooghwightighste stucken … is niet te verwonderen: maer dat hy in dolinghe hertneckigh voort vaert hem selven boven de verstandighe stelt ende nochtans groflyck faelt in de slechtste beghinselen der arithmetiken waeraff de geringste leerlinghen reden en ordeel connen gheven is niet min vreemt als berispwaerdigh.

In andere discussies laat Van Ceulen zich diplomatieker uit. Zo wil de beroemde en hooggeëerde Leidse hoogleraar Iosephus Scaliger in 1594 een boek publiceren waarin onder meer staat dat pi gelijk is aan de wortel uit 10. Van Ceulen waarschuwt hem zijn goede naam niet met een dergelijke vergissing te bezoedelen, waarop de man laatdunkend wijst op de onmogelijkheid dat zo’n ‘pugil’ (schermmeester) zijn verheven werk in slechts enkele dagen zou kunnen tegenspreken. In elk geval zit in dit soort schermutselingen een belangrijke motivatie voor het verschijnen van Van Ceulens boek (1596) met daarin twintig decimalen van pi, en ook voor zijn latere berekeningen die uiteindelijk leiden tot de 35 cijfers achter de komma op zijn grafsteen in de Leidse Pieterskerk.

Intermezzo

Verloren en gevonden

De nieuwe steen in de Pieterskerk

Van Ceulen werd op 2 januari 1611 begraven in de Pieterskerk te Leiden. Tien jaar later verscheen een boek van W. Snellius waarin deze vermeldt dat op Ludolphs grafsteen pi tot op 35 cijfers achter de komma is uitgebeiteld. Twee eeuwen later schrijft de Fransman Lakanal aan een Belgische wiskundige dat hij de (inmiddels moeilijk leesbare) steen heeft gezien. Lakanal is dan 78 jaar oud; het is onduidelijk of hij doelt op een recent bezoek of dat hij er lang geleden is geweest. In 1864 staat in een catalogus van de Pieterskerk dat Van Ceulens steen is verdwenen. Weggehaald omdat de tekst helemaal uitgesleten was? Het zal wel altijd een mysterie blijven.

De catalogus geeft een vertaling in het Latijn van de graftekst, die uit een in 1712 uitgegeven reisgids is overgenomen. De Latijnse tekst is vervolgens in allerlei artikelen en boeken opnieuw afgedrukt. Aanvankelijk wilden we deze tekst op de gedenksteen plaatsen. Afgelopen jaar kon R.M.Th.E. Oomes uit Leiden ons echter melden dat ook de oorspronkelijke Nederlandse tekst bewaard was gebleven. Onze zoektocht leidde naar Engelse reizigers die in de 17e eeuw Nederland bezochten. Precies op deze reizigers en hun verslagen bleek Kees van Strien uit Oegstgeest te zijn gepromoveerd. Via hem ontdekten we dat in 1732 een collectie reisverslagen in een serie van zes boeken was uitgegeven. Deel zes bevat een lang relaas van Sir Philip Skippon (1641-1691), die in 1663 het graf van Van Ceulen had bekeken en de tekst had overgeschreven. Zo kan uiteindelijk toch de echte tekst en niet alleen een (vertaling van een) vertaling op een nieuwe steen in de Pieterskerk worden gebeiteld.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 april 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.