Je leest:

Liegen gaat makkelijker dan je denkt

Liegen gaat makkelijker dan je denkt

Op liegebeestenjacht

Auteur: | 11 april 2012

Het is jammer maar waar; wij zijn waardeloze leugendetectors. Wie op basis van gezichtsuitdrukkingen denkt te kunnen zien wanneer iemand liegt, maakt grote kans er naast te zitten. En leugendetectors blinken ook niet uit in betrouwbaarheid. Meer hi tech, gecombineerd met bestaande psychologische inzichten, kan ons misschien wel verder helpen.

‘Pinocchio krijgt een lange neus als hij liegt, maar dan ook alléén als hij liegt. Mensen kijken misschien een andere kant op als zij liegen, maar mensen kijken óók wel eens weg als zij niet liegen’, zegt Matthijs Noordzij, universitair docent Human Factors en Mediapsychologie aan de Universiteit Twente.

Pinokkio kwam nooit n’s weg met een leugentje.

Oftewel welkom bij de onbetrouwbare leugendetector die mens heet. ‘Wij overschatten onze mogelijkheid leugens te detecteren bij een ander; daardoor zijn we ook beter in liegen dan wij denken. Onze ideeën over liegen zijn niet goed. Ook het krampachtig toepassen van aangeleerde kennis over liegen, blijkt niet te werken.’

De vakgroepen Cognitieve Psychologie & Ergonomie (CPE), Psychologie van Conflict, Risico & Veiligheid (PCRV) en Human Media Interaction (HMI) van de Universiteit Twente doen daarom momenteel uitvoerig onderzoek naar het fenomeen liegen en dan vooral naar het vermogen leugens bij een ander te detecteren. Wat blijkt? Een simpele ja/nee-gok is kansrijker dan een bewuste poging aan de hand van gezichtskenmerken af te lezen of iemand liegt.

Hoogleraar Sociale Psychologie van Conflict en Veiligheid, Ellen Giebels: ‘Het is bijvoorbeeld een mythe dat iemand wegkijkt als hij of zij een leugen vertelt. Zeker bij een high stake-leugen, waarbij dus veel op het spel staat, zal een leugenaar de gesprekspartner juist goed aankijken om de reactie op de leugen vast te stellen. Die informatie gebruikt de leugenaar om het verhaal eventueel nog bij te sturen in de hoop het geloofwaardiger te maken.’

Ook als iemand je blik vasthoudt kan hij/zij liegen.
Wikimedia Commons

Giebels en HMI collega-onderzoekers Ronald Poppe en Dirk Heylen stelden recent vast dat er nog een ander probleem speelt; dat van de persoonlijke band. ‘In een gesprek tussen twee personen ontstaat hoe dan ook een persoonlijke band, waarbij oogcontact een belangrijke rol speelt. De gesprekspartners concentreren zich op elkaars gezicht, waardoor andere fysieke aanknopingspunten van liegen niet worden opgemerkt. Een buitenstaander zal die aanwijzingen – vaak sporen van nervositeit – eerder opmerken.’ Tijdens één-op-één politieverhoren is het daarom volgens Giebels raadzaam een derde partij te laten meekijken. De persoon die een verhoor afneemt, is niet meteen de meest geschikte persoon om te beoordelen of een verdachte liegt.

Stress

Staat de mens met z’n falende leugendetectie dan machteloos tegen een liegebeest? Dat gelukkig niet. Liegen is namelijk doodvermoeiend en al helemaal als er sprake is van high-stakes, zegt PCRV-gedragswetenschapper Elze Ufkes. ‘Het volhouden van een leugen is een lastige klus. Zeker als naar details wordt gevraagd, nemen de cognitieve belasting en de fysiologische stress toe. Ook onverwachte vragen verhogen het stressniveau.’

Toneelstukje

De fysiologische verschijnselen zijn uiteraard meetbaar met een good ol’ fashioned leugendetector, die onder meer het stressniveau meet door middel van huidgeleiding. Poppe: “Maar eigenlijk is het een toneelstukje, de leugendetector. Het is makkelijk de ondervraagde onder druk te zetten met simpele controlevragen; op de vraag of iemand in het verleden ooit wel eens heeft gelogen, kan nauwelijks iemand ontkennend antwoord.

Maar wie ‘ja’ antwoordt, maakt zichzelf verdacht. Het kan zelfs zo ver gaan dat ondervraagden de illusie krijgen dat de tegenpartij gedachten kan lezen.’Cijfermatig blijkt dat de leugendetector 80 procent van de leugenaars er uit pikt. Dat is een mooi resultaat, maar vervelende bijkomstigheid is ook dat veel onschuldigen onbedoeld tegen de lamp lopen; van hen wijst de detector 40 procent aan als schuldig.

Warmte

Willen we dat alléén leugenaars tegen de lamp lopen, dan helpt hi-tech bij het opsporen van andere fysiologische kenmerken als toename van de zweetproductie en verwijding van de pupillen. Dat gebeurt nu ook al, bijvoorbeeld met warmtescans en irisscanners op grote luchthavens.

In het HMI onderzoek naar Sociaal-Intelligente Systemen gaat het om het automatisch interpreteren van sociale signalen. Door deze technische kennis samen te voegen met de psychologische kennis over leugenaars hopen de onderzoekers een stapje dichter bij een betrouwbare manier van leugendetectie te komen.

scan van iemands linkeroog
Wikimedia Commons

Praktijk

De Twentse wetenschappers hopen hun onderzoek over liegen en leugendetectie daarnaast uit te breiden naar de praktijk. Noordzij, die voor de gelegenheid een huidgeleidingsmeter in de vorm van een polsband toont: ‘In veel onderzoek wordt gewerkt met studenten die in een onderzoeksomgeving gevraagd wordt te liegen. Heel natuurgetrouw is dat niet, maar het is lastig onderzoek te doen in praktijksituaties. We zouden graag onderzoek doen tijdens justitiële verhoren, maar daar zitten uiteraard nogal wat juridische haken en ogen aan.’

Tot slot; wij zijn dus weliswaar haperende leugendetectors, maar liegen gaat ons best aardig af. Ufkes: ‘Wie onwaarheid vertelt, vergroot gevoelens en gedragingen in het hoofd, uit het idee door de mand te vallen. Maar toehoorders merken het nauwelijks op.’Dus probeer het maar eens, een leugentje. Om bestwil, natuurlijk. |

Dit artikel is een publicatie van UT Nieuws.
© UT Nieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 april 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.