Je leest:

Lichamelijkheid, samenleving en cultuur

Lichamelijkheid, samenleving en cultuur

Auteur: | 5 april 2013

Cultureel antropologen zijn geïnteresseerd in het sociale en culturele lichaam en in de wisselwerking tussen natuur en cultuur in lichamelijkheid. Wat is de invloed van cultuur op de manier waarop het lichaam wordt gezien en gebruikt, en hoe beïnvloeden deze op hun beurt cultuur en samenleving?

Hoe wij naar ons eigen lichaam kijken, of naar dat van anderen, is sterk cultureel bepaald, schrijft Henk Driessen.
Shutterstock

Een goed voorbeeld van die wisselwerking tussen lichaam, cultuur en samenleving is te vinden in veel steden en dorpen van Spanje, tijdens de vieringen van de Goede Week. Zogenoemde boetebroederschappen organiseren dan talrijke langdurige processies. Na Sevilla kent Málaga de grootste viering. Deze havenstad stad telt zo’n half miljoen inwoners en veertig broederschappen met meer dan 70.000 betalende leden. Uit hun gelederen worden de dragers geselecteerd voor de loodzware stellages met figuren uit het passieverhaal van Jezus en de Nazareners, die gekleed in toga’s en puntmutsen, met kaarsen meelopen. Een week lang staat het leven geheel in het teken van deze processies.

Dit cultureel en religieus spektakel trekt tienduizenden bezoekers. De ‘mannen van de troon’, zoals de dragers in Málaga worden genoemd, voeren de stellages van wel vijf ton mee op hun schouders. Zij schuifelen dicht op elkaar, lijf tegen lijf. Dit is in letterlijke zin mannelijke esprit de corps (korpsgeest).

Onder de ‘tronen’ helpen onzichtbare mannen de gevaarten mee op de rug te dragen. Er zijn van pijn vertrokken gezichten, het publiek applaudisseert en juicht. Dit alles schept een band tussen dragers onderling en met het publiek langs de route. Deelnemers en toeschouwers tonen zich vooral geëmotioneerd als de stellages over de drempel van kerk of kapel worden gedragen en op bepaalde punten in de route omhoog worden gedrukt. Sommige dragers hebben hun ogen geblindeerd, anderen zijn blootsvoets of hebben kikkererwten in hun schoenen gestopt. Hiermee wordt het lijden van Jezus Christus geïmiteerd. De meeste processies duren van zeven uur ’s avonds tot twee uur ’s nachts. Het monotone tromgeroffel en de cornetstoten werken verslavend. Dit is het belangrijkste feest van het jaar. De sociale winst van de viering is groot: zij schept sociale samenhang.

Tijdens de Goede Weekprocessies ‘lijden’ de dragers onder de last van de religieuze stellages.

Mensen drukken in de Goede Weekviering allerlei facetten uit van hun samengestelde identiteit. Ze zetten zich af tegen concurrent Sevilla (lokale identiteit), ze brengen verschillen tussen mannen en vrouwen (genderidentiteit) tot uitdrukking, net als regionale identiteit, sociale klasse en beroep, buurtschap, huidskleur en uiteraard katholieke identiteit. De viering is een sociale intensivering van deze identiteiten. Maar in dit rituele complex komen niet alleen allerlei lagen van identiteit tot uitdrukking, de viering versterkt en legitimeert deze op haar beurt ook.

In dit voorbeeld is lichamelijkheid een essentieel onderdeel van deze vorm van straatkatholicisme. Ook in veel andere godsdiensten speelt het lichaam een vitale rol als producent, ontvanger en doorgever van het bovennatuurlijke. Overigens hebben de inwoners van Málaga en de meeste landen rond de Middellandse Zee een andere lichaamscultuur dan veel Nederlanders. Zij raken elkaar meer aan, houden in hun sociale omgang aanzienlijk minder fysieke afstand en gebruiken meer mimiek en gebaren. Kortom, hun stille taal is anders en daarmee tevens de algemene aard van hun sociale omgang.

Culturele verschillen in lichamelijkheid

Het lichaam is een onuitputtelijk thema in het spanningsveld tussen natuur en cultuur, het dierlijke en menselijke, het innerlijk en uiterlijk. Denk hierbij aan bijvoorbeeld seksualiteit, metaforen van ziekte en gezondheid, de handel in organen en orgaandonatie, de omgang met het zieke en dode lichaam, cosmetische chirurgie, gesticulatie en het groteske lichaam in humor. Van al deze onderwerpen bestaat weer een rijkdom aan culturele variatie.

Antropologen weten al sinds de tweede helft van de negentiende eeuw dat mensen in alle samenlevingen voor de sociale en symbolische ordeningen die zij aanbrengen in de werkelijkheid binnen en buiten zichzelf, een beroep doen op lichamelijke kenmerken. Sekse, huidskleur, specifieke onderdelen van het lichaam als neus, hoofd, gezicht, maagdenvlies, hart en haar bieden een rijke bron aan beeldspraak. De huid fungeert vaak als canvas waarop culturen hun sporen trekken zoals bij tatoeages, littekening en besnijdenissen. Anders gezegd: het lichaam en lichamelijkheid spelen een belangrijke en actieve communicatieve rol in samenleving en cultuur.

Tijdens de ‘Ashoura’ pijnigen Sjiitische moslims zichzelf om de dood van de kleinzoon van de Profeet Mohammed te herdenken.

Ook een ogenschijnlijk bij uitstek medisch, biologisch en neurologisch verschijnsel als pijn kent een sterke culturele component. Pijn is even universeel als subjectief, maar blijkt ook zowel in gewaarwording, uiting en beleving sociaal en cultureel ingebed, en daarmee variabel. Er zijn verschillende pijnmetaforen, gedragingen en beoordelingen. In onze, en ook in veel andere samenlevingen is pijn acceptabel als middel om een hoger doel of ideaal te bereiken. ‘Wie mooi wil zijn moet pijn lijden’ luidt het gezegde. Dat geldt ook voor wie sterk wil zijn, een sportheld, een ster op het podium, of voor wie dichter bij God wil komen. In die gevallen neem je pijn op de koop toe.

Pijn die wordt veroorzaakt door ziekte, een handicap, een ongeluk of ouderdom is onaanvaardbaar en wordt in toenemende mate bestreden. Ook hier zijn grote culturele verschillen. Een goed voorbeeld hiervan is barenspijn, ook wel de vloek van Eva genoemd. De Bariba, een tribale samenleving in het noorden van het Afrikaanse Benin, hebben een reputatie van hoge pijntolerantie. Wanneer een vrouw de bevalling voelt naderen, baart ze haar kind zonder pijn te tonen. In deze samenleving worden zowel mannen als vrouwen besneden waardoor zij op jonge leeftijd leren pijn te verdragen.

In Nederland lijkt de tolerantie ten opzichte van pijn die noodzakelijk wordt geacht voor het bereiken van het schoonheidsideaal groot te zijn. Tegelijk is het verdragen van natuurlijke barenspijn de afgelopen decennia juist veel minder geworden. Dat duidt op een pijnfobie waar het ongewenste soorten van pijn betreft.

Als je haar maar goed zit

Haar is in al zijn verschijningsvormen een uitermate geschikt middel om verschillen mee uit te drukken, bijvoorbeeld met betrekking tot leeftijd, sekse, klasse, religie en etniciteit. Haardracht speelt vaak een rol in de onderwerping aan of juist verwerping van heersende sociale, politieke en religieuze normen. Toen de Taliban in 1996 de macht in Afghanistan overnamen, hoorde het opleggen van een haarcode naast een kledingcode tot de eerste politiek-bestuurlijke maatregelen. Het haar van vrouwen mocht evenals de rest van hun lichaam niet worden getoond in het openbaar. Baarden moesten aan een bepaalde lengte voldoen, hoofdhaar mocht niet te lang zijn en oksel- en schaamhaar moest als onrein worden verwijderd.

Haar is in veel culturen sterk verbonden met seksualiteit. Het is een symbool van kracht en viriliteit. Denk aan het Bijbelse verhaal over Samson, bij wie de alle kracht verdween toen zijn haar werd afgesneden. Bij vrouwen wordt lang en los haar wel gezien als een teken van ongeremde seksualiteit. Bedekt, kort en opgebonden haar staat voor beheersing. Haren zijn ook een belangrijk ingrediënt in lokale magische praktijken in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en andere delen van de wereld.

Het dragen van een baard is een van de voornaamste uiterlijke kenmerken van verbondenheid met de streng orthodoxe soennitische islam. In de jaren zestig en zeventig was uitbundige hoofd- en gezichtsbeharing bij mannen en lang los haar bij vrouwen een belangrijk element in de Westerse tegencultuur van jongeren. Kortom, haar doet er altijd toe en is in alle samenlevingen letterlijk een sprekend onderdeel van de sociale persoon.

Geen hand voor minister Verdonk tijdens een een bijeenkomst van 50 imams in 2004.

Geen hand voor minister

De ‘stille taal’ van het lichaam is veelal verbonden met macht en hiërarchie en kan bovendien gepolitiseerd raken. Een bekend voorbeeld hiervan is het handdrukincident waarin Rita Verdonk als minister van Integratie en Vreemdelingenzaken in november 2004 betrokken was. Tijdens een bijeenkomst met een vijftigtal imams weigerde een uit Syrië afkomstige imam Verdonks hand te schudden. De minister bleef een tijdje demonstratief met haar uitgestoken hand tegenover de imam staan, dreef daarmee de zaak op de spits en reageerde vervolgens verontwaardigd. Zij voelde zich in haar eer, waardigheid en gezag aangetast. De imam uit Tilburg liet zijn zoon verklaren dat lichamelijk contact met het onreine lichaam van een vreemde vrouw niet was toegestaan volgens de profeet Mohammed.

Het incident groeide uit tot een nationale affaire waarbij de weigering van een ‘allochtoon’ om de hand van een vooraanstaande ‘autochtoon’ te schudden symptomatisch werd voor de crisis van de multiculturele samenleving. De geweigerde handdruk stond voor de, deels vermeende, weigering van immigranten om in de Nederlandse samenleving te integreren. Sindsdien zijn er in Nederland verschillende handdrukincidenten geweest die soms tot in de rechtszaal zijn uitgevochten. Antropologisch gezien hoort het schudden van handen tot dezelfde culturele orde van grootte als kledingscodes en –modes.

Lichamen als curiositeit

Er zijn onnoemelijk veel onderwerpen waarbij sprake is van een wisselwerking tussen lichaam en cultuur of anders gezegd van een belichaming van culturele noties en waarden. Onderwerpen die in de publiciteit kwamen zijn onder meer de besnijdenis van baby’s en jongetjes van het joodse en islamitische geloof, het politiek gebruik van tranen en collectief opgewekt huilen zoals in Noord Korea, sport, doping, gender, borstvergrotingen en -verkleiningen, schaamlipcorrecties en allerlei andere cosmetische en esthetische ingrepen in verband met het schoonheidsideaal in verschillende culturen.

De ‘Hottentot Venus’ Saartje Baartman, gereduceerd tot een bezienswaardigheid.

Een bijzondere wisselwerking tussen lichaam en cultuur is te zien bij de diverse tentoonstellingen van lichamen en lichaamsdelen. Een berucht en nog niet zo lang geleden spraakmakend geval betrof "Sara Baartman’:http://nl.wikipedia.org/wiki/Saartjie_Baartman, een Khoi-San vrouw die op jonge leeftijd als wees slaaf werd van een Nederlandse planter in de buurt van Kaapstad. In 1810 gaf de gouverneur van de Kaap toestemming dat zij voor een rariteitenshow werd verscheept naar Londen. Hier werd zij voor het eerst tentoongesteld als bezienswaardigheid in verband met haar grote, uitstekende achterste en lange schaamlippen. Bij de Khoi-San worden, evenals bij veel andere Afrikaanse volken, de kleine schaamlippen tot aanzienlijke lengte opgerekt als onderdeel van het schoonheidsideaal.

Zo kort na de afschaffing van de slavenhandel in 1807, ontstond een felle controverse rond ‘Saartje Baartman’. Een daaropvolgende rechtszaak had echter als onbedoeld gevolg dat Baartman een populaire bezienswaardigheid werd en op tournee ging voor optredens in andere delen van Groot-Brittannië en Ierland. Zij werd vervolgens overgenomen door een Fransman die haar in 1814 naar Parijs haalde om haar ruim een jaar tentoon te stellen. Zij begon zwaar te drinken en zichzelf te prostitueren. Eind 1815 stierf ze aan een infectieziekte. Haar skelet, hersenen en genitaliën werden geconserveerd en tot 1974 tentoongesteld in het Musée de l’Homme te Parijs.

In 1994 verzocht president Nelson Mandela de Franse regering om Baartmans overblijfselen te repatriëren naar Zuid Afrika. Na eindeloos juridisch en politiek gekrakeel ging de Franse regering in maart 2002 overstag en werden de resten naar ZuidAfrika gebracht en ruim 200 jaar na de geboorte van Sara Baartman begraven in haar geboortestreek.

Koninklijk hoofd uit Ghana

In 1838 brachten Nederlandse machthebbers in het toenmalig Goudkust (Ghana) de Akan-koning Badu Bonsu de tweede ter dood. Omdat hij de hoofden van Nederlandse gezanten als trofee aan zijn troon had hangen, werd ook zijn hoofd als trofee meegenomen naar Nederland. Daar belandde het uiteindelijk in de collectie van de universiteit in Leiden. Tot in 2008 de schrijver Arthur Japin het hoofd ontdekte. Hij maakte de kwestie aanhangig bij de Nederlandse en de Ghanese Staat. Uiteindelijk droeg minister Verhagen het hoofd in 2009 weer over aan Ghana, voor een eervolle herbegrafenis.

In de studie Sara Baartman and the Hottentot Venus: A Ghost Story and a Biography, brengen twee onderzoekers haar lotgevallen in kaart. Hottentot was een beledigende naam voor het Khoi volk. De onderzoekers laten zien dat deze geschiedenis past in een koloniale tijd waarin raciale opvattingen over ‘primitieve’ volken als ontbrekende schakel tussen aap en moderne mens opgeld deden. Deze voormalige slavin werd postuum de belichaming van veel facetten van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis.

De afgelopen twintig jaar hebben steeds meer Westerse musea tentoongestelde mummies, veenlijken, gesnelde en versierde koppen, schedels en skeletten moeten teruggeven aan de inheemse volken waar ze vandaan kwamen. Dankzij het dekolonisatieproces en de emancipatie van inheemse volken zijn dit soort anachronistische museumstukken politiek incorrect geworden, getuigen van een als beschamend ervaren verleden. Rond de eeuwwisseling ontstond er ook in Nederland een controverse over de lichaamsresten van een Inuït die in het Westfries Museum in een kajak werd tentoongesteld. Van recenter datum is de plechtige teruggave van het hoofd van de Ghanese koning Badu Bonsu (zie kader).

Naar goed Ghanees gebruik offert minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen een beetje drank voor de voorvaderen, bij de overdracht van het hoofd van Badu Bonsu in 2009.

Ook de recente plastificering en vertoning van geprepareerde menselijke lichamen als kunstuiting heeft in West Europa de nodige stof doen opwaaien. Dat kun je opmerkelijk noemen als je bedenkt dat in de Katholieke context de vertoning van gemummificeerde lichamen van heiligen en onderdelen van hun lichaam als relikwie al sinds de vroege middeleeuwen volkomen geaccepteerd is als deel van de verering.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 april 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.