Je leest:

Lichaamstaal bij baby’s

Lichaamstaal bij baby's

Communicatie tussen moeder en kind begint al in de baarmoeder. Ook na de geboorte is contact, in het begin vooral door aanraking, belangrijk. Voor een pasgeborene is lichaamstaal de eerste en enige manier van communiceren. Veel lichaamstaal is aangeboren, maar er is ook lichaamstaal die wordt aangeleerd.

Ons eerste contact

Het eerste contact met de wereld hebben we al voor onze geboorte. Deze tijd tellen we meestal niet mee als we onze leeftijd noemen, maar toch waren we er al. Vrouwen en mannen die in blijde verwachting zijn weten dit maar al te goed. De baarmoeder omhulde ons met een warme beschermende aanraking. Als we in de in de laatste weken van de zwangerschap onze aanwezigheid al schoppend lieten blijken, kon onze moeder ons soms al tot rust brengen door – door haar eigen huid heen – over onze rug te strijken.

Small

Na negen maanden van warmte, veiligheid, geluiden en beweging is het voor een pasgeboren baby een hele overgang zo buiten de buik van de moeder. Na de geboorte, vooral de eerste maanden, heeft een kind veel behoefte aan koesterend lijf-op-lijf contact. Aanraking en nabijheid zijn zeer belangrijk bij de ontwikkeling van een kind. Uit een experiment van Keizer Karel II uit de dertiende eeuw bleek zelfs dat baby’s het niet overleven als ze niet worden aangeraakt.

We reageerden dus al voor dat we geboren waren op het contact van buiten. Ook geluiden zoals de hartslag, de ademhaling en de stem van de moeder kalmeerden ons. Vanaf het allereerste begin communiceren we dus. Ook na onze geboorte is contact, in het begin vooral aanraking, belangrijk. Vroeger werd een baby meteen bij de moeder weggehaald om te worden gewassen en gewogen. We zien tegenwoordig beter in, dat lichaamscontact absoluut noodzakelijk is voor de gezondheid van de baby. De baby wordt nu dan ook direct na de geboorte, even op de buik van de moeder gelegd.

Huilen, lachen, zuigen, spartelen……communiceren

Voor een pasgeborene is lichaamstaal de eerste en enige manier van communiceren. Het kindje kan namelijk nog geen gebruik maken van woorden en zinnen om zijn behoeftes te verduidelijken. Daarom drukt het zich uit door middel van huilen, lachen, zuigen, spartelen en bewegen van zijn armpjes. In korte tijd leert de moeder deze lichaamstaal van haar baby goed kennen. Voor een buitenstaander is er bijvoorbeeld geen verschil te bemerken tussen de ene en de andere manier van huilen van de baby, maar een moeder herkent feilloos aan de manier van huilen of haar baby eten wil of andere aandacht nodig heeft.

En de vader dan? zul je je misschien afvragen. We vinden het in deze tijd toch immers belangrijk om vader en moeder in gelijke mate te betrekken bij de verzorging van het kind? Dat is zo, maar toch hebben vrouwen van nature een veel fijner gevoel voor de lichaamstaal van hun baby. Een vader kan nog wel eens door het huilen van zijn kroost heen slapen, maar dat zal de moeder niet zo snel overkomen. In de eerste weken zijn nabijheid, lichaamscontact, lichaamsverzorging en geven van voeding de voornaamste manieren van communiceren en hierbij hebben zowel vader als moeder een rol.

De eerste glimlach

Na zo’n vier weken begint de baby al te glimlachen. Dit maakt de ouders blij en moedigt hen aan tot nog meer knuffelen en geven van aandacht. Zelfs op deze leeftijd zorgt onze glimlach er dus al voor dat we iets voor elkaar krijgen. De glimlach blijft ook in ons verdere leven een zeer belangrijk communicatiemiddel.

Small

Veel mensen denken dat de baby leert glimlachen door hun eigen breed glimlachende gezichten na te doen, maar dat is niet zo. Glimlachen is een aangeboren reactie en baby’s zullen gaan glimlachen, ongeacht wat hun moeders wel of niet doen. We weten dit zeker omdat zelfs blind geboren baby’s, die de gezichten van hun moeders nooit kunnen zien, automatisch beginnen te glimlachen wanneer zij de leeftijd van vier weken bereiken.

Aangeboren lichaamstaal

Evenals de glimlach is veel lichaamstaal aangeboren. De mimiek bijvoorbeeld, die we gebruiken om boosheid, angst, vreugde, verdriet en verbazing uit te drukken, is aangeboren en overal in de wereld gelijk. Sommige aangeboren lichaamstekens krijgen later in ons leven een andere betekenis. Zo stamt volgens Desmond Morris het tuiten van de lippen bij de liefdeskus af van de zuigreflex van baby’s. Het ja knikken en nee schudden waarmee we als volwassene instemming en ontkenning aanduiden, wordt door deze schrijver benoemd als overblijfsel van respectievelijk zoeken naar en afwijzen van de moederlijke borst. Dit laatste kan echter in twijfel getrokken worden wanneer we zien dat in sommige landen het schudden en knikken van het hoofd een precies tegenovergestelde betekenis heeft.

Aangeleerde lichaamstaal

Er bestaat ook lichaamstaal die op heel jonge leeftijd wordt aangeleerd. Niet alleen de moeder leert de lichaamstaal van de baby kennen, ook de baby zelf ondergaat al vanaf het begin een leerproces. Zo bemerkt hij bijvoorbeeld het effect van zijn huilen en lachen, waardoor hij dit meer of minder, harder of zachter zal gaan doen. Sommige ouders denken nog dat je het huilgedrag van een baby het best kunt doen verminderen door hem even te laten doorhuilen. Het effect is echter vaak alleen dat de baby steeds harder gaat huilen. Het is beter om de gevraagde aandacht wel te geven en het is eigenlijk nauwelijks mogelijk om een pasgeboren baby te veel te verwennen.

Small

Naast de ondersteunende bewegingen die ieder de hele dag door maakt, vaak zonder er van bewust te zijn er mee te communiceren, bestaan er ook bewegingen die puur zijn aangeleerd en waarvan de betekenis dan ook eenduidig is afgesproken binnen een subcultuur. Oomkes noemt deze afgesproken lichaamstekens embleemgebaren. Deze gebaren worden soms gebruikt in plaats van woorden. Het zijn aangeleerde gebaren, die niet per se uitbeelden waarnaar verwezen wordt. Ze hebben slechts betekenis voor wie dat gebaar heeft geleerd.

Als de baby iets groter is zal hij ook dankbaar gebruik willen maken van het effect van zijn huilen, als hij zijn zin niet krijgt. In bijzijn van zijn ouders laat hij zijn gevoelens zelfs zonder geluid blijken: de bekende pruillip. Daarbij verschijnen de eerste plooien op het gladde huidje. De ouders die dit gedrag wel herkennen, lachen er alleen om, en het verwachte effect blijft uit. Jammer dat de baby ook nog niet beseft hoeveel antirimpelcrème er op latere leeftijd nodig is, om de rimpels die nu ontstaan weer weg te werken.

Een heel kleine baby imiteert de ouders nog niet, maar iets later zal hij al beginnen met het nabrabbelen van de geluiden die de ouderen maken en zal hij hun bewegingen gaan nadoen. Aan de andere kant zullen ouders onbewust gedrag vertonen waarvan het zinvol is dat de baby het nadoet. Je kunt bijvoorbeeld een volwassene die een kind voedt, zelf hapbewegingen zien maken als deze een fles of een lepeltje naar het mondje van het kind brengt. Dit gaat volslagen onbewust en dit kan een komisch gezicht zijn voor anderen die er naar kijken. Aangeleerde lichaamstaal kan verschillen per cultuur en zo ook de gebruiken rondom de verzorging. In veel landen is het nog volkomen normaal dat een moeder het eten voorkauwt voor haar kind. Mensen in het westen vinden dit soms een vies gebruik.

Small

Frank van Marwijk is auteur van het boek Lichaamstaal bij baby’s. Dit boek vertelt over de non-verbale boodschappen van baby’s en de manier waarop ouders onbewust met hun kind communiceren. Het beschrijft de verschillende vormen van lichaamstaal tussen ouder en kind en geeft tips over het communiceren met baby’s. Te bestellen via de website over lichaamstaal.

Overige literatuur:

Desmond Morris, Het vraag- en antwoordenboek over het gedrag van baby’s. Unieboek, ISBN 90 2692 585 9.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 april 2006

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE