Je leest:

Lezen met puntjes

Lezen met puntjes

Louis Braille-jaar: het blindenschrift anno 2009

Auteur: | 1 februari 2009

Het is tweehonderd jaar geleden dat de naamgever van het brailleschrift werd geboren. Daarom is 2009 uitgeroepen tot Louis Braille-jaar. Wat is er in de loop van die twee eeuwen allemaal veranderd? En heeft braille nog toekomst?

“Pfff, wat staat dáár nu weer?” Vanissa (15) moet even nadenken wat die letter na de m kan zijn in de woorden “Ich möchte”. De o krijgt er in het Latijnse alfabet met de umlaut twee puntjes bij, maar in braille gaat dat anders: daar is de ö een gespiegelde o:

“Heel ingewikkeld, al die aparte tekens”, verzucht Vanissa.

Vanissa zit op de Visio Comeniusschool in Amsterdam, in de tweede klas van het vmbo. Haar school is ingericht voor zowel basisschoolleerlingen als middelbare scholieren met een visuele handicap. Nadat Vanissa geopereerd was aan een tumor bij haar oog, heeft ze in één jaar braille moeten leren. Nu is ze al zo ver dat ze niet alleen vlot Nederlandse teksten wegleest, maar zich zelfs verder aan het bekwamen is in het Engelse en Duitse brailleschrift.

Usb-stick

Als Vanissa naar school gaat, torst ze niet zoals de meeste van haar ziende leeftijdgenoten een tas vol boeken en schriften mee. Zij heeft alleen een usbstick bij zich, en een zogenoemde brailleleesregel: een machine die de tekens op computerschermen regel voor regel omzet in op het apparaat voelbare braillepuntjes. Haar docent Annelies Buurmeijer, die al dertien jaar verbonden is aan de Comeniusschool, ziet in de brailleleesregel een van de grootste verbeteringen in het brailleonderwijs van de afgelopen jaren. De puntjes zijn duidelijker voelbaar dan die in boeken, demonstreert Buurmeijer enthousiast, en ze slijten ook niet, zoals met de papieren reliëfletters op den duur wél gebeurt.

De usb-stick en de brailleleesregel kunnen vervolgens worden aangesloten op iedere willekeurige computer in het schoolgebouw. Zo heeft Vanissa alle benodigde informatie, zoals lesmateriaal en huiswerk, altijd binnen handbereik.

De technologie heeft onmiskenbaar grote sprongen gemaakt sinds het brailleschrift in de negentiende eeuw ontstond. Toch is de basis ervan nog ongeveer hetzelfde: een systeem van zes puntjes die al dan niet uitsteken en precies de oppervlakte van een vingertop beslaan. Dat er sinds het begin nauwelijks meer wat aan veranderd is, mag een bijzondere prestatie heten. Zeker als je bedenkt dat de uitvinder ervan, Louis Braille, nog maar zestien jaar was toen hij het leeuwendeel van het schrift had uitgedacht. Dit jaar wordt zijn tweehonderdste geboortedag herdacht met allerlei activiteiten (zie voor een overzicht).

Smileys

Louis Braille kwam ziend ter wereld, maar kreeg op driejarige leeftijd tijdens het spelen in zijn vaders werkplaats een stuk gereedschap in zijn oog. Door de daarop volgende ontsteking verloor hij het zicht in beide ogen. (“Tot ons aller geluk”, zoals de bekende blinde cabaretier Vincent Bijlo er later over zou zeggen.)

Op dat moment bestond er al wel een soort reliëfschrift, maar erg praktisch was dat niet. De eerste boeken die Louis Braille las, waren bijvoorbeeld gedrukt in een voelbaar gemaakte vorm van reguliere letters – alsof iemand heel hard op een typemachine had zitten tikken, maar dan via de achterkant van het papier. Iedere letter moest hij uitvoerig aftasten voordat hij een idee had om welk teken het zou kunnen gaan. Een heel boek lezen duurde op die manier een eeuwigheid.

Maar er was nóg een reliëfschrift. Dat was ooit ontwikkeld door het Franse leger om soldaten ’s nachts in alle stilte en zonder licht met elkaar te laten communiceren. Het ging bij dat nachtschrift om een systeem met twaalf voelbare puntjes, waarbij iedere combinatie voor een bepaalde letter stond. Het systeem flopte doordat het veel te moeilijk was voor de soldaten, maar de jonge Louis zag er wel wat in. Hij ging ermee aan de slag, en vereenvoudigde het schrift tot een zespuntssysteem. Na zijn 16de bleef hij eraan schaven, en op zijn 28ste was het dan echt af.

Alleen op detailniveau werd het later nog af en toe aangepast. In 2005 bijvoorbeeld, toen blinden “tastten naar tekens voor nieuwe tijden”, zoals Ingmar Heytze het verwoordde in het gedicht dat hij schreef ter gelegenheid van die aanpassing. Er kwamen toen voor het eerst in twintig jaar enkele tekens bij, zoals dat voor de euro en het apenstaartje. Nieuwe tekens voor nieuwe tijden zullen ook wel altijd nodig blíjven: “Smileys moet je naar mij niet sturen, want daar kan ik niks mee”, aldus Vanissa. “Dan krijg ik gewoon een lege plek op m’n brailleleesregel.”

Bal, kam, aap

Volgens docent Annelies Buurmeijer is Vanissa een modelleerling. “Ze was erg gemotiveerd om braille te leren, al was het alleen maar om lezend de tijd te kunnen doden in het ziekenhuis.” Dat ziet Buurmeijer ook weleens anders: “Veel jongeren die later in hun leven blind zijn geworden, willen er eerst helemaal niets van weten. Met braille krijgen ze immers definitief het etiket ‘blind’ opgeplakt. Het is ook erg frustrerend als je al goed kunt lezen, en dan weer helemaal opnieuw moet beginnen. Daardoor gaat het soms moeizaam en traag, maar uiteindelijk lukt het ze allemaal – iedereen kan braille leren.”

Kinderen die vanaf hun geboorte blind zijn, laat Buurmeijer eerst veel voeloefeningen doen, met een houten raamwerk bijvoorbeeld, dat ingelegd kan worden met metalen bolletjes. Zo kunnen kleuters al mogelijke puntcombinaties maken van een centimeter of vijf breed, nog voordat ze weten wat letters eigenlijk zijn. Die oefenletters worden steeds kleiner, tot het echte lezen met boekjes begint. De aap, noot, mies van het braille zijn op de Comeniusschool bal, kam, aap, omdat die relatief makkelijk herkenbare combinaties bevatten.

De brailleletters van noot en mies zijn voor beginnende handen behoorlijk pittig.

Streng

De abstracte brailleletters doen voor de buitenstaander tamelijk willekeurig aan. Toch zit er een systeem in, legt Buurmeijer uit. Als je de letters a tot en met j leert, dan ben je eigenlijk al een heel eind. Voor die letters worden steeds enkele van de bovenste vier puntjes gebruikt. Van k tot en met t herhaalt de reeks zich, alleen komt dan het puntje links onderin erbij, en bij de letters u tot en met z ook het puntje rechts onderin (met uitzondering van de w, die in de tijd van Louis Braille niet of nauwelijks in het Frans gebruikt werd).

En ook de cijfers zijn zo moeilijk niet meer als je a tot en met j kunt lezen. Het teken voor 1 is gelijk aan dat voor a, en dat voor 2 aan dat voor b , enzovoort. Wél gaat er een aparte code aan de cijfers vooraf, zodat de lezer weet dat hij de tekens moet opvatten als cijfers. Met hoofdletters werkt het ongeveer net zo: een speciale tekencombinatie geeft aan dat de letter erna als een hoofdletter gelezen moet worden. Althans, zo werkt het op papier. De brailleleesregel maakt gebruik van twee extra puntjes onderin waar dergelijke informatie komt te staan.

Waar Buurmeijer misschien wel het allerstrengst op let bij haar leerlingen, is dat die beide handen gebruiken bij het lezen: “Een volleerd braillelezer gebruikt zes vingers. Hoe meer vingers over de regels bewegen, hoe sneller je leest. Met de ene hand scan je alvast oppervlakkig wat er ongeveer gaat komen, met de andere lees je écht wat er staat. Meestal is die preciezere leeshand de linker. Die wordt niet voor van alles en nog wat gebruikt en is dus nog wat gevoeliger.”

Harry Potter

In Nederland zijn er tussen de 1500 en 3000 mensen die braille lezen of gebruiken, schat Anne Schipper, de directeur van de ‘NLBB Vereniging van Leesgehandicapten’ (een belangenorganisatie voor mensen met een leeshandicap) én van het ‘Loket aangepast-lezen’ (de landelijke bibliotheek voor blinden en slechtzienden). Hij baseert zijn schatting onder meer op de uitleengegevens. Van de ruim 31.000 gebruikers van de bibliotheek leent ongeveer 10% weleens een brailleboek; de overige mensen is het vooral om de zogeheten gesproken boeken in de collectie te doen: een soort uitgebreide versies van de tegenwoordig ook bij ziende mensen populaire luisterboeken. Wie zich bij die braillebibliotheek een groot gebouw voorstelt met kasten vol boeken, en leden die hun geleende boeken in linnen tasjes komen terugbrengen, vergist zich.

Het bestellen van die brailleboeken gebeurt op basis van ‘printing on demand’. De collectie bestaat momenteel uit zo’n 7500 boeken: van streekromans tot literaire werken als De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch en van informatieve boeken over de Tachtigjarige Oorlog tot erotische lectuur. Zodra iemand telefonisch of via internet een boek heeft aangevraagd, wordt bij de producent de brailleprinter geactiveerd. Het uitgeprinte boek wordt in behapbare bundels aan elkaar geniet, en bezorgd door TNT Post. Die doet dat gratis, want zo is dat van oudsher geregeld in de internationale regels van het postleenverkeer aan blinden en slechtzienden.

De pakketten zijn vaak enorm. “Als je alle delen van Harry Potter bestelt, krijg je een stapel die minimaal tot het plafond reikt”, volgens Schipper, die omhoogblikt in het riante Haagse pand waarin beide organisaties zijn gevestigd.

Braille heeft de ruimte nodig. Om een letter goed te kunnen voelen moet die al snel een vierkante centimeter groot zijn. Ook de spatiëring en de marges zijn veel ruimer dan in reguliere drukken. Bovendien komt het reliëfschrift pas goed tot zijn recht op stevig, dik papier. “Een hele winst is wel dat de bladen tegenwoordig dubbelzijdig geprint kunnen worden”, zegt Schipper.

Na lezing verdwijnt het brailleboek bij menig lezer bij het oud papier, want het hoeft niet terugbezorgd te worden, en de meeste mensen hebben geen plaats om het te bewaren.

Medische vooruitgang

Het klinkt allemaal nogal omslachtig – en duur. Schipper schat de kosten van de braillediensten op een miljoen euro per jaar. En dat terwijl er dus in feite relatief weinig braillelezers zijn. Ten opzichte van het aantal visueel gehandicapten (schattingen lopen uiteen van 200.000 tot 600.000) vallen de 1500 à 3000 braillelezers eigenlijk in het niet.

Daar komt nog bij dat het gaat om een groep die de komende jaren bepaald niet zal groeien. Het aantal blindgeboren kinderen neemt af, mede door de medische vooruitgang. Wel ontstaat er steeds meer blindheid onder ouderen, onder meer veroorzaakt door een toename van de levensverwachting en door ziektes als ouderdomsdiabetes. Maar omdat het leren van een volslagen nieuw leessysteem bepaald geen sinecure is, nemen veel ouderen geschreven teksten liever niet lezend maar luisterend tot zich. Via spraaksynthese bijvoorbeeld, waarbij digitale teksten door de computer automatisch worden herkend en uitgesproken. Iedereen die weleens een sms-bericht heeft ontvangen op de vaste lijn, of de ‘Verteller’ in Windows Vista ooit heeft geprobeerd, weet hoe dat ongeveer klinkt. Langere teksten worden ook wel ingesproken door al dan niet professionele stemmen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de gesproken boeken uit de collectie van de bibliotheek, en bij sommige lemma’s in de internetencyclopedie Wikipedia.

Mythe

Heeft braille wel toekomst nu het aantal jonge brailleleerders afneemt en er alternatieven voorhanden lijken te zijn? Het radioprogramma De ochtenden ging vorig jaar mei op zoek naar het antwoord op die vraag. Volgens de critici die aan het woord gelaten werden, wordt er in Nederland onevenredig veel geld uitgetrokken voor iets waar bijna niemand wat aan heeft, alleen maar omdat het puntjesschrift nu eenmaal iets magisch lijkt te hebben. In die uitzending werd braille een “mythe” genoemd – het eind ervan zou in zicht zijn.

Anne Schipper verbaast zich nog altijd zichtbaar over de in zijn ogen “onzindelijke” discussie. “Het getuigt van weinig beschaving om de eigen leesvorm van braillelezers alleen vanuit het kostenaspect ter discussie te stellen. Braillelezen is voor blinden het enige gelijkwaardige alternatief voor lezen. In een beschaafde samenleving moet dit principe centraal staan. Wie braille overboord gooit, maakt blinden praktisch analfabeet. Hoe je Saakasjvili schrijft of wiiën? Iemand die alleen maar luisterteksten voorgeschoteld krijgt, zal het niet weten, want het woordbeeld gaat op die manier verloren.”

Wel vindt Schipper dat er steeds gekeken moet worden of er doelmatiger met het beschikbare geld omgesprongen kan worden: “We willen boeken, kranten en tijdschriften via internet bijvoorbeeld zo veel mogelijk direct toegankelijk gaan maken voor braillelezers. Dat heeft als bijkomend voordeel dat zij andere mensen steeds minder nodig hebben om iets te kunnen lezen.”

Blikkerig

Ook Vanissa leest liever braille dan dat ze voorgelezen wordt via professionele stemmen of spraaksynthese: “Je maakt jezelf daarmee minder afhankelijk van apparatuur”, zegt ze. “Verder kan ik me tijdens het lezen beter concentreren, en daardoor blijft de inhoud beter hangen.”

“Bovendien klinken die automatisch voorgelezen teksten nog altijd wel erg blikkerig”, voegt Annelies Buurmeijer daaraan toe. “Ik zou er zelf nog geen vijf minuten naar kunnen luisteren.” Buurmeijer ziet ook jongeren die zich wél meer op het gehoor richten – een van haar andere leerlingen bijvoorbeeld, Ihab van elf jaar, die even verderop zit te oefenen. Hij schakelt moeiteloos tussen de voorlees- en de braillestand van zijn computer.

Veel zal afhangen van de technologische ontwikkelingen de komende jaren, en op dat gebied is er nog veel te verwachten. “We zien ernaar uit,” zegt Schipper, “want door de zegeningen van de techniek hoeft een visuele beperking op den duur geen handicap te zijn. Maar zolang mensen gebruikmaken van braille, zullen we het blijven koesteren.”

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 februari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.