Je leest:

Levenstekenen op Titan

Levenstekenen op Titan

Auteur: | 4 juni 2010

Als er buitenaards leven in ons zonnestelsel is, zou dat wel eens op Saturnusmaan Titan kunnen zijn. Sterrenkundigen ontdekten dat de samenstelling van de dampkring van de maan daar aanwijzingen voor bevat.

De atmosfeer van Titan bestaat uit stikstof en methaan. Op Titan zelf komt een overvloed van complexe organische moleculen en nitrilen voor. Die stoffen zorgen voor een dikke smoglaag die om de maan heen hangt.
NASA/JPL

Titan spreekt tot de verbeelding. De Saturnusmaan, die groter is dan de planeet Mercurius, is gehuld in een ondoordringbare laag dichte gassen. Een atmosfeer dus. Bovendien zijn er sterke aanwijzingen dat een groot deel van de maan van ijs gemaakt is, en dat het oppervlak ervan bezaaid ligt met koolwaterstoffen. Als er buiten de aarde leven bestaat, zo denken astrobiologen, dan is Titan daarvoor de aangewezen plaats.

Helaas kan je door de dichte dampkring van Titan weinig van de maan zelf zien. Het merendeel van onze kennis over de maan bestaat uit meetgegevens van de Cassini-Huygens-missie. De Huygens-sonde daalde zelfs af in de atmosfeer van Titan om het oppervlak van de maan te bestuderen. Maar dat is lang niet genoeg om erachter te komen of er leven op Titan aanwezig is.

Waterstof en acetyleen

Astrobiologen Chris McKay en Heather Smith rekenden uit hoe Titan-leven zou kunnen bestaan. Ze gingen daarbij uit van de gassen en stoffen waarvan ze zeker wisten dat ze op Titan aanwezig zijn, en beredeneerden wat een microbe precies nodig heeft om te overleven. Zo bedachten ze een mechanisme waarbij microben waterstofgas inademen en het organische molecuul acetyleen opeten, waarbij ze methaangas uitstoten. Als die microben er inderdaad zijn, aldus McKay en Smith, dan zou op Titan nauwelijks acetyleen moeten worden aangetroffen. Bovendien zou de hoeveelheid waterstofgas in de buurt van het maanoppervlak heel klein moeten zijn.

De Cassini-satelliet en de Huygens-sonde werden in 1997 gelanceerd. Met behulp van de zwaartekrachtvelden van Venus en Jupiter bereikten de satelliet en sonde in 2004 de baan van Saturnus. Cassini fotografeert sindsdien de planeet, zijn ringen en zijn manen. Huygens werd eind 2004 losgelaten boven Titan, waar de sonde door de dampkring heen het oppervlak van de maan bereikte.
NASA, CC0

Nieuwe metingen aan Titan laten zien dat er inderdaad heel weinig waterstofgas en acetyleen op de maan voorkomt. Van acetyleen werd zelfs geen spoor gevonden, en dat is merkwaardig omdat het ultraviolette zonlicht dat de atmosfeer binnendringt er flinke hoeveelheden van zou moeten produceren. De vondst betekent natuurlijk niet dat er leven op Titan is gevonden. Er zijn ook gewone chemische mechanismen te bedenken die het ontbreken van waterstofgas en acetyleen kunnen verklaren. Maar opmerkelijk is het natuurlijk wel…

Zolang we niet naar Titan kunnen reizen en met onze eigen handen een levend organisme van de bodem op kunnen pakken weten we niet zeker of er leven bestaat op de Saturnusmaan. Maar dit onderzoek toont eens te meer aan dat de omstandigheden voor leven op meer plaatsen aanwezig zijn dan alleen op aarde. Op doorslaggevend bewijs dat we niet alleen zijn zullen we alleen nog iets langer moeten wachten.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.