Je leest:

Leven op een wankele bodem

Leven op een wankele bodem

“De aarde wil ons doden”, zei de welbespraakte wetenschapper Neil deGrasse Tyson in 2006. Slechts 29 procent van de aarde is leefbaar voor mensen – de rest is oceaan. En het beetje landmassa dat we wél kunnen bewonen, blijkt helaas soms levensgevaarlijk: vooral aardbevingen zijn een reële bedreiging voor meer dan één miljard mensen. Dat is een flinke psychologische last. Hoe gaan ze daarmee om?

Voordat de wereld schudt

Draait het leven van mensen die wonen in een gebied waar relatief veel aardbevingen voorkomen vooral om de angst dat er ooit eentje zal komen? Ja en nee. Aan de ene kant hangt het idee van zo’n tektonische ramp altijd boven je hoofd. Bewoners merken dat bijvoorbeeld omdat ze regelmatig moeten deelnemen aan aardbevingsoefeningen. Maar een constante bron van nervositeit lijkt dat niet te wezen.

Survival kit
De bereidheid om voorbereidingen te treffen op een komende aardbeving, hangt af van of je eerder slechte ervaringen hebt gehad met rampen.
Amazon

Sterker nog, het omgekeerde lijkt waar te zijn: mensen in risicogebieden doen vaak alsof er niets aan de hand is. In zuidelijk Californië waar de beruchte San Andreasbreuk ligt bijvoorbeeld, blijkt bijna niemand te zijn verzekerd tegen schade van aardbevingen. Dat heeft weinig met geld te maken, stelt hoogleraar psychologie Dennis Mileti van de Universiteit van Colorado. “Mensen zijn geprogrammeerd om met hart en ziel te geloven dat rampen zeldzaam zijn en ze die zelf nooit meemaken.”

Waar je het mensen ook vraagt, als ze in een aardbevingsgebied wonen blijkt het letterlijk in elkaar storten van je wereld niet hoog op het zorgenlijstje te staan. Zelfs Japanners piekeren liever over de kleine kansen dat ze slachtoffer worden van misdaad en milieuproblemen in plaats van over het reële risico dat ze schade kunnen lijden door een aardbeving.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle Japanners in de nasleep van de beving en tsunami van 2011 nog steeds die houding hebben. Integendeel: Dennis Mileti’s onderzoek toont aan dat kort na een hevige ramp, mensen de kans op een nieuwe catastrofe veel serieuzer nemen.

Toen San Francisco in 1989 werd overvallen door de hevige Loma Prieta-aardbeving, waarschuwde de overheid voor gevaarlijke naschokken. Mileti ontdekte dat mensen die tijdens de eerste klap veel schade hadden geleden, die waarschuwing de eerste dagen serieus namen en voorzorgsmaatregelen troffen, zoals uit je auto stappen, van gebouwen wegblijven en je overlevingspakket bij de hand houden. Wie bij de eerste klap weinig schade had geleden, sloeg gemiddeld genomen vaker deze adviezen in de wind.

Small
Wie in Japan de tsunami van dichtbij heeft meegemaakt, zal waarschijnlijk de volgende waarschuwing iets serieuzer nemen.
US Navy

Maar het lijkt erop dat dit effect slechts van korte termijn is. Christian Solberg (Universiteit van Londen) keek naar de mate waarin mensen die ooit eens een zware aardbeving meemaakten en enkele jaren al geen aardbeving meer ervoeren, voorzorgsmaatregelen namen. Wellicht, zo dacht hij, nemen bangere mensen meer moeite om zichzelf te beschermen.

Wat bleek: geen verband. Mensen die aangeven zich regelmatig zorgen te maken over aardbevingen, regelen niet vaker overlevingspakketten en schuilplekken dan mensen die zich er nooit om bekommeren. Op de vraag hoe je mensen het best kan motiveren om toch maatregelen te treffen, bestaat in ieder geval nog geen eenduidig antwoord.

De kip-zonder-kop-mythe

Maar soms is het ineens raak. De tijd lijkt ineens stil te staan en de aarde schudt. Hoe reageren mensen dan? Voor lange tijd dacht iedereen dat de eerste reactie massale paniek is – iets wat de meeste aardbevingsadviesfolders en -websites nog steeds verkondigen: ‘De straat op rennen zal je eerste impuls zijn, maar dat moet je juist niet doen’. Op straat is inderdaad de gevaarlijkste plek tijdens een aardschok: je lichaam is dan een schietschijf voor vallend glas, beton, bakstenen en andere rommel die van schuddende en scheurende gebouwen af valt.

Indoorquake3
Het best wat je kan doen: op dezelfde plek blijven en dekking zoeken. En hopen dat het goed afloopt.
Wikihow.com

Maar dat dit je eerste reactie zal zijn, klopt niet. Sociaal psycholoog James Goltz van de University of California heeft duizenden mensen gevraagd naar hun aardbevingservaringen, telkens relatief kort nadat een beving had plaatsgevonden.

Hij ontdekte dat als hij mensen vroeg om het gedrag van anderen te beschrijven, er meestal twee dingen worden verteld. Eén: sommige mensen raken inderdaad in paniek, maar verstijven van angst. Dat is in zekere zin gunstig, omdat ze dan in ieder geval niet als een kip zonder kop gaan rondrennen.

Twee: wie niet in paniek raakt, wordt ineens heel daadkrachtig. Mensen die hun gezonde verstand erbij houden, blijken vrijwel automatisch anderen te willen helpen. De enige mensen die dom gedrag vertonen tijdens een aardbeving zijn autobestuurders: maar liefst de helft rijdt door, ondanks het feit dat de auto ‘onbestuurbaar aanvoelt’ en ‘verkeerslichten heen en weer zwaaien.’

De paniek-impuls is niet de enige misvatting. Jarenlang veronderstelden psychologen dat als de gevolgen van de aardbeving toenemen, paniek dat ook doet. Met andere woorden: des te meer branden uitbreken en gebouwen omvallen, des te irrationeler mensen zich zullen gedragen.

Goltz rekende dat na. Hij vergeleek gegevens van drie aardbevingen op de Schaal van Mercalli (die drukt uit hoeveel schade er optreedt) en de ervaringen beschreven in zijn interviews. Daaruit bleek echter dat het niet uitmaakte hoe erg de aardbeving was. Dat gold althans voor aardbevingen van een schadekracht van ergens tussen de schaalcijfers VIII (gebouwen scheuren, meubels verschuiven; mild, enigszins gevaarlijk, maar merkbaar) tot IX (zelfs grote gebouwen brokkelen af, de boel stort volledig in). Goltz concludeerde dat een overgroot deel dekking zal zoeken en op dezelfde plek zal blijven, en enkele helden anderen zullen helpen.

Na de schok

Dat aardbevingsslachtoffers zich netjes volgens de voorschriften gedragen, zegt uiteraard niets over de beleving achteraf bij een vernietigende aardbeving. Je zou haast denken dat mensen direct psychologische schade ondervinden, zoals een posttraumatische stressstoornis, afgekort PTSS. Maar aangezien stress vrij normaal is als je iets overweldigends en verschrikkelijks zoals een aardbeving meemaakt, willen psychologen pas van een stoornis spreken als mensen langer dan één maand na de gebeurtenis nog steeds problemen ervaren.

Small
Direct de gevolgen van een aardschok beleven kan jaren later enorme stress opleveren.

De eerste dagen na een aardschok doet de aanvankelijke stress echter wel iets anders: ze maken van de slachtoffers enorme geruchtenmolens. Het ene verhaal na het andere wordt verspreid. Het varieert van geruchten over verzekeringen die ineens hebben besloten geen geld uit te keren tot verhalen waarin hele steden van de aardbodem zijn verdwenen. Meestal ebben de praatjes vanzelf weg wanneer de overheden en betrokken instanties met feitelijke informatie komen, en de emoties wat verder worden getemperd, aldus James Goltz en Dennis Mileti.

Maar de emotionele problemen zakken niet voor iedereen weg. Uit onderzoek van bijvoorbeeld de Turkse hoogleraar Metin Başoğlu, die aan King’s College London werkt als hoofd van de afdeling psychiatrieonderzoek, blijkt dat in een periode van enkele jaren na een ernstige aardbeving zo’n 20 tot 40 procent van de slachtoffers daadwerkelijk lijdt aan PTSS. Dat wil zeggen: ze merken dat ze in hun dagelijks leven vaak opnieuw angstig worden en het trauma herbeleven, of chronisch slecht slapen en lichamelijke pijn ervaren, zoals hoofdpijn.

Kant-en-klare oplossingen voor de stressstoornis zijn er niet. De meeste mensen moeten vele jaren in behandeling, soms in combinatie met medicijnen. Wat voor de ene persoon blijkt te werken, helpt bij de ander nauwelijks. Wetenschappers proberen nog altijd nieuwe methoden uit.

Wat in ieder geval niet werkt, is zo snel mogelijk na een catastrofe met iemand praten over wat er zojuist is gebeurd. Psychologen verwachtten aanvankelijk dat dit zou helpen omdat slachtoffers de belevenissen dan van zich af konden praten en zo mentale problemen konden voorkomen. Echter, uit onderzoek van onder meer de Nederlandse psycholoog Arnold van Emmerik blijkt dat dit niet helpt; er zijn zelfs aanwijzingen dat slachtoffers bij direct napraten de verse herinnering aan de ernstige gebeurtenissen verlevendigen, en daarna juist sterker in het geheugen verankeren, waardoor PTSS juist waarschijnlijker wordt.

Tot slot

Er zijn dus verrassende misverstanden over het gedrag van mensen in verband met aardbevingen. Misverstanden die door wetenschappelijk onderzoek aan het licht zijn gekomen. Helaas blijven wetenschappers afhankelijk van zware aardbevingen om het gedrag van mensen op deze gebeurtenissen verder te kunnen bestuderen. Voor onze veiligheid en welzijn. Voor, tijdens en na de vernietigende beving.

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/aardbeving.atom", “max”=>"5", “detail”=>"minder"}

Lees meer over aardbevingen op Wetenschap24:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE