Je leest:

Leve(n)de richtlijnen!

Leve(n)de richtlijnen!

Auteurs: en | 30 augustus 2016

Al twintig jaar is de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen over infectieziektebestrijding in de openbare gezondheidszorg. Dit betreft onder andere instellingen voor kleinschalige woonvormen waar de medische coördinatie door de huisarts wordt uitgevoerd, maar ook thuiszorgorganisaties, (medische) kindercentra, consultatiebureaus en gehandicaptenzorg.

De richtlijnen van de LCI zijn in eerste instantie bedoeld voor GGD-medewerkers, maar kunnen ook behulpzaam zijn voor bedrijfsartsen, huisartsen en medisch specialisten betrokken bij de infectieziektebestrijding.

Er zijn inmiddels ruim honderd LCI-richtlijnen infectieziektebestrijding. Elke LCI-richtlijn heeft een vaste opbouw en bevat onder meer informatie over het ontstaan en de ontwikkeling van de infectie, verwekker, ziekteverschijnselen, diagnostiek, besmettelijkheid, behandeling en meldingsplicht. Om de richtlijnen zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de dagelijkse praktijk, leveren veel professionals met diverse achtergronden in alle fasen van de ontwikkeling, goedkeuring en implementatie van de richtlijn hun bijdrage.

De richtlijnen worden elke vijf jaar herzien. Maar als ontwikkelingen in de dagelijkse praktijk of in de wetenschap daar aanleiding toe geven, worden de richtlijnen tussendoor gewijzigd. Dit zorgt ervoor dat de LCI-richtlijnen, levende richtlijnen zijn die inspringen op de actualiteit.

Hoe laat je de richtlijn leven?

Het begrip ‘levende richtlijnen’ omvat meer dan het actueel houden van de kennis. Een richtlijn, hoe goed en actueel ook, implementeert zichzelf niet. Richtlijnen leven pas als de professionals deze gebruiken, als de patiënten door de toepassing hiervan beter worden en als er een continue dialoog bestaat tussen gebruikers in de praktijk en de opstellers. De LCI heeft daarom een 24-uursbereikbaarheid voor professionals die willen overleggen over een bepaalde infectieziekte. Deze interactie geeft inzicht in hoe de richtlijnen in de praktijk gebruikt worden en de mogelijkheid om de richtlijnen direct aan te passen of grondig te herzien.

Bij het opstellen van een richtlijn om de verspreiding van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO) te voorkomen is het bundelen van multidisciplinaire expertise van groot belang. Zo is de LCI-richtlijn ‘Bijzonder Resistente Micro-organismen in de openbare gezondheidszorg’ opgesteld door vertegenwoordigers van GGD’en, specialisten in ouderengeneeskunde, het Nederlands Huisartsen Genootschap, de brancheorganisatie voor zorgondernemers Actiz, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, De Werkgroep Infectiepreventie, de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie en de Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg.

Biowetenschappen en Maatschappij, RIVM

Levende richtlijnen in de praktijk

Ondanks al deze zorgvuldigheid en multidisciplinaire aanpak, is de toepassing in de soms complexe dagelijkse praktijk niet altijd even makkelijk, zoals blijkt uit onderstaande casus.

Een meervoudig gehandicapte jongen is drager van VRE (vancomycine-resistente Enterococcus faecium) in de darmen. Hij bezoekt een speciale school waar nog meer kinderen met onderliggend lijden zitten. Hij is incontinent en wordt door een verpleegkundige verzorgd in een ruimte die ook gebruikt wordt voor andere kinderen. Zijn broertje is ook lichamelijk gehandicapt en afhankelijk van de zorg van de moeder. De jongen werd onderzocht op dragerschap omdat er sprake was van een lokale uitbraak tijdens zijn laatste ziekenhuisopname.

De GGD vraagt aan de LCI-helpdesk welke maatregelen nodig zijn om de verdere verspreiding van deze bacterie naar de kinderen op school en het broertje thuis te voorkomen en wanneer deze maatregelen te stoppen.

De vraag is of dragerschap van VRE bij dit kind een risico vormt voor de andere kinderen op deze speciale school en in de thuissituatie en of, analoog aan het beleid in ziekenhuizen, andere kinderen gescreend zouden moeten worden. Een complicerende factor hierbij is dat de andere kinderen ook lichamelijke en verstandelijke beperkingen hebben waarvoor zij regelmatig een polikliniek bezoeken.

De kans op verspreiding van BRMO in de open­bare gezondheidszorg (OGZ) is aanzienlijk kleiner dan binnen zorginstellingen door de lagere anti­bioticadruk en andere zorgbehoeften. Vandaar dat in de richtlijnen voor de OGZ, voor de meeste BRMO, minder vergaande maatregelen worden geadviseerd dan in het ziekenhuis, waar zeer kwetsbare patiënten worden opgenomen.

Deze afwegingen zijn van belang voor het advies. De richtlijn voor de OGZ adviseert geen aanvullende maatregelen bij dragers van VRE en dus ook geen verdere screening, omdat dragerschap van VRE slechts zeer sporadisch wordt aangetoond buiten het ziekenhuis en geen gevolgen heeft voor de drager en zijn omgeving.

Conform de richtlijn BRMO in de OGZ adviseert de LCI-helpdesk in deze casus geen beperkingen ten aanzien van het bezoeken van de school en deelname aan gezamenlijke activiteiten. Wel worden de algemene hygiënische maatregelen aangescherpt tijdens het verlenen van zorg als er kans is op contact met uitscheidingsproducten (zoals een eigen aankleedkussen en dit na ieder gebruik desinfecteren). Dit geldt ook voor de moeder. Hoewel vervolgscreening geen deel uitmaakt van het beleid in de OGZ, wordt dit bij dit kind wel geadviseerd, aangezien de kans groot is dat de jongen in de toekomst weer in het ziekenhuis opgenomen zou kunnen worden en omdat dragerschap van VRE over het algemeen weken tot maanden kan duren.

Hoe compleet en onderbouwd ook, richtlijnen moeten soms aangepast worden aan de lokale situatie, waarbij uitmaakt of de drager zich in of buiten een ziekenhuis bevindt. Kortom, een richtlijn is geen kookboek, maar een verzameling van kennis die met verstand gebruikt moet worden. Leve de richtlijnen, maar blijf nadenken!

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 augustus 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.