Je leest:

Leugendetectie onder de loep

Leugendetectie onder de loep

Auteur: | 19 september 2012

De leugendetector is sexy. In politieseries als CSI Miami ontmaskert dit apparaat aan de lopende band schimmige verdachten. Ook in het echte leven wordt druk bediscussieerd of onze rechtspraak verrijkt kan worden met leugendetectie. Hoe wetenschappelijk onderbouwd is deze opkomst? Hoog tijd voor een kritisch kijkje achter de schermen, samen met Nederlands expert op dit gebied: psycholoog Ewout Meijer.

Ewout Meijer is in 2008 aan de Universiteit Maastricht gepromoveerd op veilige en onveilige vormen van leugendetectie. Tegenwoordig ontwikkelt hij aan de Hebrew University in Jeruzalem methoden om informatie te onttrekken aan criminele groepen. “De laatste jaren hebben terroristische dreigingen de roep naar nieuwe, serieuze toepassingen versneld. In tegenstelling tot wat de media vaak verkondigen, zijn de huidige methoden namelijk veelal onbetrouwbaar.” Maar wat zijn deze methoden precies en waarom deugen ze niet? En waar werkt Meijer zelf dan aan?

Onschuldig angstzweet

De traditionele leugendetector, de polygraaf, meet lichamelijke uitingen van stress en spanning, zoals huidgeleiding en hartslag. In politieseries onderwerpt de ondervrager de verdachte daarbij aan een scherp verhoor. Het idee is dat wanneer iemand liegt, deze parameters omhoog gaan.

Blijf maar eens rustig als je aan de leugendetector hangt.

Eerst worden wat alledaagse controlevragen gesteld om de huidgeleiding van de verdachte vast te stellen wanneer deze niets te verbergen heeft, zoals “Heeft u vandaag de krant gekocht?” of “Is uw achternaam Jansen?” Dan volgt: “Heeft u mevrouw X met een hamer op haar hoofd geslagen en bloedend op de keukenvloer achtergelaten?” Als reactie op deze vraag krijgt de verdachte klamme handen en een verhoogde hartslag. Aha… schuldig!

Maar is dat wel honderd procent zeker? Volgens Meijer absoluut niet. Deze proefopzet, ook wel de Control Question Test (CQT) genoemd, is volgens hem de typische werkwijze van pseudowetenschap. Een gemakkelijke manier om mensen onschuldig te veroordelen. Dit ligt niet aan de fysieke metingen zelf, maar aan de conclusies die er aan de test gehangen worden. Een gewetenloze dader kan koelbloedig aan de leugendetector zitten zonder betrapt te worden, terwijl een onschuldige verdachte zweethanden krijgt naar aanleiding van die laatste vraag. Kunnen we deze zweet- en hartslagvariaties dan niet omzeilen door rechtstreeks het orgaan te onderzoeken dat de leugen produceert: de hersenen?

Eerlijk duurt het kortst

Laat het idee gelijk maar los: je brein heeft geen ‘leugengebiedje’ dat actief wordt als je liegt. Dat werd al snel duidelijk met functionele MRI, waarmee hersenactiviteit live – dus ook tijdens liegen – in kaart te brengen is. Het enige verschil in hersenactiviteit tussen oprechte proefpersonen en leugenaars zat in het voorste deel van de hersenen, de prefrontale cortex. Deze structuur vertoont meer activiteit als de waarheid onderdrukt wordt.

Dit vertaalt zich ook in gedrag: leugenaars doen langer over het geven van een antwoord omdat ze de leugen vaak nog moeten verzinnen en hebben vaker onsamenhangender verhalen. Is de waarheid dus de default, oftewel de standaardinstelling van je brein?

Helaas: uit recent onderzoek blijkt dat een gehaaide verdachte ook dit kan omzeilen. Dat hebben Ewout Meijer en zijn collega’s zelf aangetoond. Door veel te oefenen kan je je hersenen trainen om makkelijk en snel leugens te vertellen. Zelfs net zo makkelijk als het vertellen van de waarheid eerst was. “Bovendien is de prefrontale cortex bij zo veel verschillende denkprocessen betrokken dat je nooit op basis van deze hersenactiviteit het stempel ‘LEUGENAAR’ op iemands voorhoofd kan drukken.”

Laat de leugen ook een afdruk achter in ons brein?
Flickr.com

Brain fingerprinting

Zie of hoor je bekende informatie? Dan gaat er meteen, na zo’n 300 milliseconden, een activatiegolf door je hersenen. Deze heet de P300, en wordt zo genoemd omdat hij door je schedel heen als een positief elektrisch stroompje gemeten wordt op een EEG. Perfect om daderkennis mee vast te stellen, dachten neurowetenschappers. De vondst kreeg de spannende naam ‘brain fingerprinting’. Net als dat jouw vingerafdruk verraadt dat jij op het plaats delict was, zou ook de P300 ‘het bewijs van de leugen’ zijn.

In de praktijk werkt dat als volgt: geef de verdachte de vraag “Met welk voorwerp werd mevrouw X op haar hoofd geslagen?” en laat vervolgens een aantal voorwerpen zien, waarvan één het moordwapen. Alleen de dader zal de hamer als zodanig herkennen en bij dit voorwerp een P300 produceren. Voor een onschuldige betekenen alle opties even weinig. Als je maar genoeg vragen stelt, kan je op basis van het aantal uitgelokte P300s de kans inschatten dat iemand schuldig is.

Meijer: “Toch kleven ook aan de P300 als leugenindicator een aantal mitsen en maren. Deze golf wordt bijvoorbeeld geactiveerd door verschillende soorten herkenning.” Dus wanneer de timmerman van mevrouw X als verdachte verhoord zou worden, zou het zien van een hamer bij hem ook de P300 opwekken. Ook al is hij onschuldig.

Wat werkt dan wel?!

Geen enkele methode meet dus één op één of je wel of niet liegt. Toch denkt Ewout Meijer de sleutel tot betrouwbare leugendetectie in handen te hebben. “Leugendetectie is eigenlijk een valse belofte. Wij ontwikkelen gehéugendetectie, waarmee we kunnen meten of iemand over daderkennis beschikt.” Meijer richt zich in Jeruzalem niet op misdrijven die een individu gepleegd zou hebben in het verleden, maar probeert achter informatie over geplande terroristische aanslagen in de toekomst te komen. “Veiligheidsdiensten willen niet alleen maar verdachten verhoren over begane daden, maar ook potentiële aanslagen voorkómen.”

Kansberekening bij criminelen

Soms vermoedt een veiligheidsdienst dat bepaalde individuen tot hetzelfde criminele netwerk behoren. Dan kan je er vanuit gaan dat ze ook over dezelfde kennis beschikken. De verdachten krijgen snel achter elkaar een aantal vragen voorgelegd met informatie die de politie vermoedt en alleen terroristen kunnen weten. Bijvoorbeeld, wanneer of in welke stad een aanslag gepleegd zal worden. Een onschuldige heeft deze informatie niet. Of de verdachte deze informatie herkent, dus over daderkennis beschikt, meet Meijer door huidgeleiding.

Maar dat was toch onbetrouwbaar? Meijer: “Nee, deze methoden zijn nog altijd het sterkst onderbouwd door empirisch wetenschappelijk onderzoek. Met een goede proefopzet levert deze methode namelijk wél betrouwbare resultaten. Het kan immers nog steeds zo zijn dat sommige verdachten de uitkomst weten te manipuleren, maar hoe meer verdachten je dezelfde test laat ondergaan, hoe minder je daar last van hebt.”

Meijer gebruikt hiervoor de zogeheten Network Concealed Information Test (N-CIT), die daderkennis meet aan de hand van multiple-choicevragen. Alle vier de antwoordopties betekenen even weinig voor onschuldigen. Ze worden niet extra zenuwachtig van een bepaald antwoord, hetgeen de kans dat ze per ongeluk extra gaan zweten bij een bepaald antwoord heel klein maakt. Twee vliegen in één klap: je voorkómt hiermee onschuldigen te veroordelen, én je wordt niet op het verkeerde been gezet wat betreft de locatie en de datum van de aanslag.

Een verhoorkamer voor verdachten.
Flickr.com

Het identificeren van daderkennis is puur een kwestie van kansberekening: hoe meer mogelijke verdachten je verhoort, hoe groter de kans dat de veiligheidsdienst per vraag één antwoord krijgt dat gemiddeld genomen de meeste fysiologische reacties uitlokt. Meijer is dit in alle geheimheid nog aan het onderzoeken bij verdachte criminelen, maar heeft al resultaten gepubliceerd over zijn onderzoek onder studenten die een complot simuleerden. Desalniettemin bleek alleen al huidgeleiding op zichzelf een betrouwbare indicator voor de waarheid!

Eén zwak punt van deze methode is dat je als veiligheidsdienst echter wel een idee moet hebben van wat er op de criminele agenda staat, wat er waar staat te gebeuren, en wie er zoal betrokken zijn bij deze plannen. “Bovendien is echte geheugendetectie bij terroristische organisaties natuurlijk lastiger, omdat leden niet altijd over dezelfde, en misschien ook niet over complete informatie beschikken”, geeft Meijer toe. Maar, hij ziet dit eerder als een belangrijk aanknopingspunt voor verder onderzoek dan als een echte beperking.

Pseudowetenschap

Als expert op het gebied van leugendetectie is Meijer ook actief bestrijder van (pseudo)wetenschappers die onbetrouwbare leugendetectie aan het grote publiek proberen te verkopen. Hierbij gaat het om gebruik van de polygraaf in combinatie met de Control Question Test. “Zoek maar eens online op ‘leugendetectie’ en je zult Nederlandse bedrijven vinden die voor veel geld dergelijke testen aanbieden.” Ook keert hij zich in zijn blog fel tegen de Leugenacademie, waar je voor zo’n 695 euro per dag een (meerdaagse) cursus kan volgen die je leert waarnemen of iemand liegt. Erg verontrustend, vindt Meijer.

Voor de media is het onderscheid tussen feiten en fabels volgens hem soms lastig: Trouw en de VARA lieten bijvoorbeeld een expert aan het woord voor wie Meijer later namens de Vereniging tegen de Kwalzalverij waarschuwde. “Zulke types verkopen hun controversiële metingen onder de naam van de wetenschap.” Meijer is er ondertussen eigenlijk al aan gewend: “Tja, in België voert de politie al geruime tijd en op grote schaal onbetrouwbare leugendetectie uit in opdracht van de rechter. De resultaten worden vervolgens als ‘richtinggevend’ gebruikt in de rechtsgang.”

Flickr.com

Wanneer je de volgende keer bij CSI Miami een verdachte aan de leugendetector gelegd ziet worden, weet jij hoe de vork werkelijk in de steel zit. Desondanks halen de rechercheurs op televisie altijd een schuldbekentenis uit de dader.

Het banale geheim achter dit succes? Boezem de verdachte genoeg angst in ontmaskerd te worden door de polygraaf en hij besluit alsnog te bekennen. Ach ja, zo kom je ook aan je informatie, toch?

Meijers onderzoek aan de Hebrew University in Jeruzalem wordt mede mogelijk gemaakt door een VENI-beurs die aan hem is toegekend door NWO.

Bron:

  • Ewout Meijer, Harald Merckelbach ea: ‘Combining skin conductance and forced choice in the detection of concealed information’, Psychophysiology, 2007
  • Ewout Meijer, Harald Merckelbach en Bruno Verschuere: ‘De leugendetector van Jos Buyschman’, Nederlands Tijschrift tegen de Kwalzalverij, 2007
  • Ganis, Kosslyn ea: ‘Neural correlates of different types of deception: an fMRI investigation’, Cerebral cortex, 2003
  • Ewout Meijer, Bruno Verschuere & Harald Merckelbach: ‘Detecting Criminal Intent with the Concealed Information Test’, Open Journal of Criminology, 2010
  • Bruno Verschuere, Ewout Meijer ea: ‘The ease of lying’, Consciousness and Cognition, 2010
  • Ewout Meijer, Harald Merckelbach en Fren Smulders: ‘Extracting concealed information from groups’, Journal of Forensic Sciences, 2010

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.