Je leest:

Leren spellen is leren opzoeken

Leren spellen is leren opzoeken

Auteur: | 15 december 2008

De Nederlandse spelling moet weer leerbaar worden. Bij de laatste spellingwijzigingen is de aandacht ten onrechte verschoven van spellingprincipes naar ondergeschikte onderwerpen. Het principe dat de hoofdmoot voert is dat van de etymologie. Maar een etymologische spelling is niet in regels te vangen.

Op 17 december vindt het Groot Dictee der Nederlandse taal plaats. Jaarlijks strijden bekende en minder bekende Nederlanders en Vlamingen om de eervolle eerste plaats. Maar is het nog wel mogelijk om foutloos te spellen? Jurylid en spellingdeskundige Anneke Neijt is sceptisch: “Door de laatste twee wijzigingen is onze spelling meer dan voorheen een gokspel geworden.”

Sinds de laatste spellingwijzigingen in 1995 en 2005 is de spelling er niet helderder op geworden. De verschijning van het laatste Groene Boekje leidde zelfs tot een kleine spellingsoorlog, waarbij de Nederlandse Dagbladen zich hevig verzetten tegen de nieuwe spelling. Deze was in hun ogen ontoegankelijk, verwarrend en niet leerbaar. Zij sloten zich al snel aan bij de door het Genootschap Onze Taal geïntroduceerde alternatieve ‘witte’ spelling. Hoewel de witte spelling meer keuzevrijheid laat aan de gebruiker, verschilt deze inhoudelijk niet heel veel van de groene spelling. Dit is het standpunt van Bob van Tiel en Anneke Neijt in het vakblad voor talendocenten, Levende Talen Magazine. De huidige spelling moet op de schop want ‘leren spellen komt anno 2008 neer op leren opzoeken’. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Anneke Neijt is spellingdeskundige en jurylid van het Groot Dictee: “Ik beschouw dat dictee als een feestelijke wedstrijd waar ik graag aan mee doe. Het is een uitdaging om te kijken of het me lukt deze moeilijke spelling foutloos te schrijven. En een uitdaging om als jurylid deze spelling toch uit te leggen. Daarnaast blijf ik van harte hopen dat er een helderder spelling komt.”

Veel regels

Waar het de huidige spelling aan ontbreekt zijn duidelijke regels. In plaats van dat de spellinggidsen werkbare regels geven waar leraren mee uit de voeten kunnen, blijven ze steken in details. Als voorbeeld noemen Van Tiel en Neijt de regelgeving voor hoofdletters: mocht de schrijver voorheen nog afgaan op zijn eigen taalgevoel, nu ligt de spelling hiervan geheel vast. Wanneer je een hoofdletter schrijft en wanneer niet hangt af van vage betekeniscriteria. Bevolkingsgroepen krijgen bijvoorbeeld wel een hoofdletter en godsdienstige groepen niet. Zo krijg je het verschil tussen Joden en joden met en zonder hoofdletter. In het Groene Boekje wordt de hoofdletterregelgeving uitgelegd in 21 regels. Het Witte Boekje maakt het er niet makkelijker op met 16 hoofdregels en tal van subregels.

Etymologie

De koerswijzing heeft volgens Van Tiel en Neijt geleid tot het loslaten van oude spellingprincipes, zoals het fonologische principe (‘schrijf zoals je spreekt’) en het morfologische principe (‘schrijf woorden en woorddelen steeds op dezelfde manier’). In plaats daarvan is de aandacht verschoven naar de etymologie. De herkomst van woorden bepaalt nu voor een groot deel hoe een woord gespeld wordt. Dat betekent bijvoorbeeld dat leenwoorden niet aangepast worden aan het Nederlandse schrijfbeeld. Omdat wij Nederlanders een goede beheersing hebben van vreemde talen, hebben we weinig moeite met de spelling van leenwoorden. Moeilijker wordt het wanneer je afgeleide woorden moet schrijven. Hoe verklein je een woord als parachute? En wat is het voltooid deelwoord van e-mailen? Het etymologische principe is misschien niet helemaal weg te denken uit onze taal, maar maakt het spellen wel lastig. Een etymologische spelling is namelijk niet in regels te vangen.

Verwarrend

Van Tiel en Neijt pleiten daarom voor een heldere regelgeving, gebaseerd op de oude spellingprincipes. Als je het fonologische principe volgt, kun je de apostrof in babys weglaten, omdat deze spelling niet tot een onbedoelde uitspraak leidt. Maar ook het morfologische principe is belangrijk om heldere regels te formuleren. In hun artikel geven de auteurs een reeks voorbeelden van woorden die ogenschijnlijk gelijk zijn, maar in de huidige spelling toch verschillend geschreven worden, zoals cafeetje versus dinertje, parapluutje versus tiramisu’tje, vwo’er versus havoër en ik douch versus ik bridge. Dit soort spellingverschillen maakt de spelling nodeloos verwarrend, aldus de auteurs. En spelling is al ingewikkeld genoeg.

Bron: Bob van Tiel & Anneke Neijt: ‘Zorg voor een leerbare spelling’. In Levende Talen Magazine, september 2008.

Lees hier het artikel van Van Tiel en Neijt in Levende Talen Magazine

zie ook:

Groot Dictee der Nederlandse Taal

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 december 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.