Je leest:

Lenige leenwoorden

Lenige leenwoorden

Auteur: | 21 februari 2007

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands zal uiteindelijk de herkomst en ontwikkeling van zo’n 14.000 Nederlandse woorden beschrijven. Veel van die woorden zijn ooit overgenomen uit andere talen, waarbij vaak interessante veranderingen in vorm en betekenis hebben plaatsgevonden.

Momenteel werkt een aantal etymologen aan het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: een vierdelig woordenboek met daarin de geschiedenis van zo’n 14.000 woorden van het Nederlands. Als het woordenboek klaar is (eind 2009), zal van al die woorden te lezen zijn waar ze vandaan komen, en hoe ze zich in het Nederlands ontwikkeld hebben. Want de etymologen van tegenwoordig zijn niet alleen geïnteresseerd in de herkomst van woorden, maar vooral ook in vorm- en betekenisverandering.

Leenwoorden

De meeste woorden in het Nederlands zijn afkomstig uit een andere taal: zo’n 75 procent! In de etymologie noemt men zulke woorden leenwoorden: ze zijn ‘ontleend’ aan een andere taal. Voor een woord als computer is dat wel duidelijk: vrijwel iedereen weet dat we computer zo hebben overgenomen uit het Engels. Maar wist je bijvoorbeeld dat biefstuk eveneens uit het Engels afkomstig is? Het woord biefstuk komt van beefsteak: beef is het Engelse woord voor rundvlees, en met steak wordt verwezen naar een dikke (gebraden) lap vlees. In het Nederlands is steak veranderd in stuk: op die manier paste het prima in het rijtje al bestaande woorden ribstuk, lendenstuk en braadstuk. Zo is het woord beefsteak steeds Nederlandser gaan klinken, en nog maar weinig mensen zullen zich realiseren dat het ooit een Engels woord was.

Stukje biefstuk.

In de loop van de tijd kan een leenwoord erg van vorm veranderen. Als je biefstuk en beefsteak naast elkaar legt dan zie je de overeenkomst nog wel, maar bij duivel en het Latijnse diabolus is de relatie al een stuk minder duidelijk. Het woord duivel is al heel lang geleden (ruim duizend jaar) overgenomen uit het Latijn, en is in die tijd veel sterker van vorm veranderd dan biefstuk. Wie weet hoe computer over duizend jaar in het Nederlands klinkt?

Betekenisverandering

De woorden biefstuk en duivel zijn vooral van vorm veranderd: de betekenis is ongeveer hetzelfde gebleven. Maar ook de betekenis van een woord kan sterk veranderen. Volgens de hoofdredacteur van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Marlies Philippa, zijn juist die veranderingen in betekenis interessant: “Neem bijvoorbeeld het woord commode. In oudere etymologische woordenboeken staat het er ofwel niet in, of er staat simpelweg dat het afkomstig is van het Latijnse commodus (wat ‘gemakkelijk’ betekent). Als betekenis stond er gewoon ‘ladekast’. Over zo’n woord valt echter veel meer te zeggen.”

Babyaankleedmeubel

Het woord commode is aan begin van de 18e eeuw ontleend aan het Frans. Tegenwoordig bedoelen we met commode meestal een babyaankleedmeubel: een kast met bovenblad waarop de baby verschoond en aangekleed wordt. In de 18e eeuw betekende commode nog iets heel anders: een commode was een pronkstuk in de woonkamer, met lades en een marmeren bovenblad. In de 19e eeuw verhuisde de commode echter steeds vaker naar de slaapkamer, met op het bovenblad een bak met water om te wassen. Toen in de 20e eeuw water gewoon uit de kraan kwam, werd de commode als wastafel overbodig. De kast bleek daarna erg handig voor het aankleden van baby’s. Sindsdien verwijst het woord commode meestal naar een meubel om de baby op aan te kleden. Deze betekenisverandering heeft zich alleen in Nederland voorgedaan: in Frankrijk betekent commode nog altijd ‘ladekast’, en ook in Duitsland wordt met Kommode een kast met lades bedoeld.

Een Franse commode uit de achttiende eeuw.

Droge drugs

Soms is een woord via verschillende talen in het Nederlands terechtgekomen, en daarbij meerdere keren van vorm en betekenis veranderd. Een mooi voorbeeld daarvan is drugs. Het woord drugs hebben we rechtstreeks overgenomen uit het Engels: het is een leenwoord. Wij gebruiken het woord alleen om naar geestverruimende middelen te verwijzen (bijvoorbeeld wiet of hasj), maar in het Engels heeft het een ruimere betekenis: drugs zijn middelen die iets doen met je lichaam of geest. Dat kunnen geestverruimende middelen zijn, maar ook gewoon medicijnen. Bij de overname uit het Engels is dus een deel van de betekenis verloren gegaan. Het Engelse drugs is ontleend aan het Franse drogues, wat eveneens de ruimere betekenis had. Hoogstwaarschijnlijk is drogues in de middeleeuwen ontstaan uit het Nederlandse droghe. Droge waren zijn kruiden die droog bewaard werden, en kruiden werden in de middeleeuwen vaak als medicijn gebruikt.

Medicijnen, of drugs?

Nederlandse oorsprong

Bij drugs heeft dus twee keer een betekenisverandering plaatsgevonden. Het gebruik van gedroogde kruiden als middel om lichaam en geest te beïnvloeden, zorgde in het Frans (en later in het Engels) voor die nieuwe betekenis. Bij de overname van drugs uit het Engels is de betekenis specifieker geworden: in het Nederlands wordt drugs slechts gebruikt voor geestverruimende middelen. Doordat het woord steeds in een andere taal terechtkwam, is het bovendien erg van vorm veranderd. Drugs klinkt daardoor erg Engels, maar heeft dus eigenlijk een Nederlandse oorsprong!

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) is nog niet af. Als alles volgens plan verloopt verschijnt het vierde en laatste deel in 2009.

Voor meer informatie over het woordenboek en over etymologie in het algemeen, zie de website van het EWN.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Amsterdam (UvA).
© Universiteit van Amsterdam (UvA), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.