Je leest:

Leesniveau zegt niets over leesplezier

Leesniveau zegt niets over leesplezier

Auteur: | 21 november 2008

Jeugdboekenschrijvers hebben een brochure opgesteld waarin ze ouders en leerkrachten oproepen minder belang te hechten aan het AVI-systeem, waarmee kinderen in Nederland leren lezen. Of kinderen een tekst kunnen lezen, hangt niet altijd af van de moeilijkheidsgraad van de tekst, maar ook van het onderwerp.

Lees veel voor. Lees veel samen. Leer uw kind kiezen. Dit zijn enkele adviezen van de schrijvers van jeugdboeken van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) om het leesplezier bij kinderen te stimuleren. Maar de belangrijkste kreet luidt: Laat het AVI-niveau los.

AVI is een leesbaarheidsindex die de leesbaarheid of de moeilijkheid van een tekst aangeeft. Dit toetsinstrument is ontwikkeld voor het onderwijs. Voor het leesonderwijs worden speciale boekjes gemaakt op een bepaald AVI-niveau. Daarbij zijn de lengte van woorden en zinnen vooraf vastgesteld, en mogen sommige woorden wél en andere woorden niet gebruikt worden. Volgens de jeugdboekenschrijvers wordt door leerkrachten en ouders teveel nadruk gelegd op het AVI-systeem. Dit gaat ten koste van het leesplezier van kinderen, zo meldt de brochure ‘AVI loslaten’, die eind oktober is verstuurd aan bibliotheken, boekhandels en scholen.

Kaarten lezen

Het AVI-systeem, dat staat voor Analyse voor Individualiseringsnormen, vindt zijn oorsprong in de toetskaarten die in de jaren ’80 geïntroduceerd werden in het basisonderwijs om de leesvaardigheid van leerlingen te bepalen. De toetskaarten hadden een oplopende moeilijkheidsgraad: leerlingen moesten deze hardop voorlezen, te beginnen met de makkelijkste kaart. Wanneer deze vlot werd voorgelezen mocht de leerling door met de volgende kaart. Dat ging zo door totdat de leerling begon te haperen. Je kunt het een beetje vergelijken met de steeds kleiner wordende letters bij de opticien, hoewel de moeilijkheidsgraad hier werd bepaald door dingen als woordlengte, zinslengte en aantal lettergrepen. De laatste kaart die zonder moeite werd gelezen bepaalde het AVI-niveau.

Klassikaal toetsen

Sinds een aantal jaar is Cito de ontwikkelaar van het nieuwe AVI-systeem. De toetskaarten worden inmiddels niet meer gebruikt om het AVI-niveau te bepalen; nog wel om indivuele leesproblemen op te sporen. De toetsen die nu de leesvaardigheid van leerlingen meten – Leestechniek en Leestempo – worden klassikaal en in stilte afgenomen. Bij Leestechniek krijgen de leerlingen een plaatje te zien met vijf woorden ernaast. Ze moeten een kruisje zetten voor het woord dat bij het plaatje past. Bij Leestempo krijgen de leerlingen zinnen voorgeschoteld waaruit woorden zijn weggelaten. Op de lege plaatsen in te tekst moet steeds een keuze gemaakt worden tussen drie woorden. Het juiste woord dat in de zin past wordt onderstreept. Met de uitslag van deze toetsen wordt een vaardigheidsscore berekend: de Cito Index voor de LeesTechniek (CILT). Deze score ligt ten grondslag aan het nieuwe AVI-niveau.

Voorbeelden uit de leesvaardigheidstoetsen Leestechniek en Leestempo (Bron: Cito)

Wiskundige formule

Het AVI-niveau wordt niet alleen gebruikt om de leesvaardigheid van leerlingen te meten, maar ook om de moeilijkheidsgraad van teksten te bepalen. In dit geval gebruikt men een leesbaarheidsindex. Deze index is de uitkomst van een wiskundige formule die aan de hand van tekstkenmerken de leesbaarheid voorspelt. De formule ziet er als volgt uit: x = a + by – cz. Daarbij zijn y en z kenmerken uit de tekst die iets zeggen over de leesbaarheid. In de CILT-index staan y en z voor ‘percentage hoogfrequente woorden’ en ‘gemiddelde woordlengte in letters’. Het komt erop neer dat een tekst moeilijker wordt naarmate het aantal hoogfrequente (veel gebruikte) woorden afneemt en de gemiddelde woordlengte toeneemt. Door het AVI-niveau van teksten op te meten, kun je precies bepalen welke tekst voor welk kind geschikt is.

Als ouders en leerkrachten zich echter te streng vastpinnen op de AVI-niveaus van boeken, beperkt dat de vrijheid van kinderen bij het uitkiezen van boeken. En juist wanneer kinderen zelf een boek uitkiezen dat ze aanspreekt, is er een grote kans op succes, aldus de schrijvers. Immers, een leerling kan een bepaald onderwerp zo leuk vinden, dat hij of zij een iets te moeilijk boek over dat onderwerp toch aardig kan lezen. Want lezen moet vooral leuk blijven.

Bronnen: A. De Wijs, AVI gaat veranderen; G. Staphorsius & R.S.H.Krom, CLIB, CILT en AVI: leesbaarheidsindexen. (te vinden op www.cito.nl)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.