Je leest:

Later dement door tweetaligheid

Later dement door tweetaligheid

Auteur: | 18 januari 2007

Uit Canadees onderzoek blijkt dat dementieverschijnselen bij tweetaligen ongeveer vier jaar later optreden dan bij eentaligen. Bij de bestrijding van geheugenverlies werkt meertaligheid op dezelfde manier als puzzelen en bridgen: door je aandacht te focussen benut je de hersenen optimaal.

Tweetaligheid blijkt van invloed te zijn op de ontwikkeling van dementie. Onderzoek in Canada van Bialystok, Craik & Freedman ( Neuropsychologia 45 (2007), 459-464) laat zien dat in een groep patiënten met dementieverschijnselen, het begin van de klachten voor tweetaligen ongeveer 4 jaar later ligt dan voor eentaligen. In het onderzoek is gekeken naar scores op verschillende testen van een groep van 184 patiënten waarvan de helft tweetalig was. In beide groepen had rond 70% een dementiediagnose.

Gerichte aandacht

Tweetaligheid is gedefinieerd als het regelmatig gebruik van twee talen vanaf de vroege jeugd. Uit het onderzoek van Bialystok en haar collega’s bleek dat dementie bij tweetaligen op dezelfde manier verliep als bij eentaligen. Maar tweetaligheid droeg wel bij aan het uitstel van de dementieklachten. Andere factoren die in eerder onderzoek van belang waren gebleken, zoals niveau van opleiding, soort werk en geslacht bleken hier nauwelijks van invloed.

Dit onderzoek is een verdere uitwerking van eerder onderzoek van Bialystok waarin voordelen van vroege tweetaligheid voor de hersenfuncties naar voren kwamen, zowel bij kinderen als bij ouderen. De verklaring voor de gevonden positieve effecten is dat tweetaligen hun hele leven talen apart hebben moeten houden en een betere gerichte aandacht hebben. Daardoor zijn ze beter in staat om irrelevante informatie uit te sluiten. Voor de hersenfuncties van ouderen is niet de hoeveel kennis cruciaal, maar het vermogen om adequaat met die kennis om te gaan en in een gegeven situatie relevante en irrelevante informatie te scheiden.

Optimaal gebruik van hersencellen

Het onderzoek sluit aan bij ander onderzoek dat laat zien dat het uitvoeren van cognitief veeleisende taken zoals puzzelen en bridgen preventief werkt bij het voorkomen van dementie en andere leeftijdsgebonden geheugenverliesverschijnselen. Bialystok en haar collega’s gebruiken de term behavioral brain reserve naast de meer gangbare term neurological brain reserve; het laatste begrip verwijst naar een groot volume aan beschikbare hersencellen, het eerste naar een optimaal gebruik van de aanwezige cellen.

Voor het goed functioneren van het geheugen is het optimaal gebruik van hersencellen belangrijker dan het aantal hersencellen.

Eentaligen in het nadeel?

De resultaten van het onderzoek van Bialystok en haar collega’s zijn erg overtuigend, en ondersteunen het idee dat twee- of meertaligheid een voordeel is en niet een nadeel. De meerderheid van de wereldbevolking is meertalig doordat hun leefomgeving meer talen vereist. Dat kan komen door migratie of doordat de omgeving zelf meertalig is. In Nederland is het tot groot verdriet van meertaligheidsonderzoekers in feite onmogelijk om nog eentaligen te vinden. Dat werpt ook direct een ander licht op het hier gerapporteerde onderzoek: is meertaligheid een voordeel of eentaligheid een nadeel? En om welke vorm van meertaligheid gaat het hier? Hoe tweetalig moet ik zijn om vier jaar later dement te worden?

De meeste Nederlanders zijn meertalig, door het leren van een of meer vreemde talen op school of doordat ze een dialect spreken. Maar ze hoeven niet de hele dag die talen uit elkaar te houden. Werkt het effect van verhoogde aandachtscontrole dan nog steeds? En als ik werk doe waarin ik voortdurend moet wisselen van taak, wordt mijn brein dan ook gestimuleerd om relevante informatie tegen te houden en werkt dat door als ik ouder word? Het onderzoek van Bialystok heeft een hele reeks vragen opgeroepen die met name in een meertalig land als Nederland nodig onderzocht zouden moeten worden.

Artikelen over meertaligheid:

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.