Je leest:

Laser leert tweeling eerlijk delen

Laser leert tweeling eerlijk delen

Auteur: | 19 april 2002

Een tweeling moet het gezamenlijk zien te rooien in de baarmoeder. Dat gaat niet altijd goed. De ongeboren kinderen wisselen soms bloed met elkaar uit en als de één meer krijgt dan de ander, hebben ze daar beiden last van. Bijna twee jaar geleden startte het LUMC met een nieuwe behandeling, waarbij ongewenste dwarsverbindingen op de placenta worden dichtgebrand met een laser. Vaak is het probleem daarmee opgelost.

We razen door een lange tunnel, afdalend langs de grote naald die hem heeft geboord. Aan het einde van de gang is het donker. Bij de opening staan we even stil, maar een moment later zijn we er al doorheen. Een paar seconden lang is er helemaal niets te zien in de duistere ruimte. Het voelt alsof er elk moment een diepzeevis met reusachtige kaken in ons blikveld kan verschijnen, klaar om toe te happen. In plaats daarvan doemt een roze muur op, die rustig op en neer beweegt. We zien rode kabels over de oppervlakte lopen, een netwerk van dunne en dikke vaten. Plotseling verschijnt er een voetje aan de zijkant van het beeld. Het heeft alle ruimte om vrij te bewegen.

Verbonden vaten

“Sinds augustus 2000 hebben we ongeveer dertig aanstaande moeders behandeld met endoscopische lasertherapie”, zegt dr. Frank Vandenbussche. Hij is arts bij het Centrum voor Verloskunde van het LUMC. De nieuwe operatietechniek is een hele verbetering: “Tot voor kort was er geen goede behandeling voor het tweelingtransfusiesyndroom, eigenlijk ging het niet verder dan symptoombestrijding. Nu lukt het ons meestal om er een normale tweelingzwangerschap van te maken.”

Het tweelingtransfusiesyndroom is een zeldzaam probleem, dat zich kan openbaren na vier tot zes maanden zwangerschap. Alleen bij eeneiige tweelingen kan het voorkomen. Vandenbussche: “In driekwart van de gevallen wisselen de foetussen van zo’n tweeling bloed met elkaar uit, doordat hun vaten in de placenta met elkaar verbonden zijn. De aanleg van die vaten verloopt nogal chaotisch, zodat het kan voorkomen dat slagaderen van de ene foetus bloed in aderen van de ander pompt. Het uitwisselen van bloed kan op zichzelf weinig kwaad, zolang het maar evenwichtig gebeurt. Maar bij één op de tien identieke tweelingen loopt het zo uit de pas dat de één veel te weinig bloed krijgt en de ander veel te veel. Dat is voor hen allebei gevaarlijk.”

Terug naar de camera. Het beeld scheert nu over het oppervlak van de placenta, met overal bloedvaten. We volgen er een, en als we blijkbaar op een geschikte plek zijn aangekomen wordt een rode cirkel op het roze weefsel geprojecteerd. Het valt niet mee dit ‘vizier’ precies op het bloedvat gericht te houden, doordat de placenta meebeweegt op het hartritme van de moeder. Het geheel heeft wel iets weg van een computerspel, waarbij de plaats van een vijandelijk ruimteschip is ingenomen door een ongewenst bloedvat.

Verdikt bloed

Een foetus die te weinig bloed krijgt, heeft bloedarmoede. Het broertje of zusje heeft ondertussen te kampen met overvulling. De één is daardoor bleek, de ander knalrood. Ze hebben het er allebei moeilijk mee en kunnen er zelfs door overlijden. Maar er is nog iets: in een poging van het jonge lichaampje het bloedvolume onder controle te houden, gaat de foetus met overvulling veel plassen. “Dat biedt maar tijdelijk verlichting”, zegt Frank Vandenbussche, “want het verdikte bloed trekt nieuw vocht aan, dat ook weer uitgeplast wordt. Al die urine hoopt zich op als vruchtwater, zo veel dat de hele buik van de zwangere vrouw ervan opzwelt. Dat gaat vrij plots, binnen een dag of tien. Pas dan wordt duidelijk dat er iets mis is. Meestal weten de aanstaande ouders op dat moment nog niet dat het een tweelingzwangerschap is, want een echo wordt in Nederland niet standaard aan iedere zwangere aangeboden.”

Op het moment dat de zwangere vrouw met een plotseling gezwollen buik naar de dokter gaat, is er niet veel tijd meer. Het risico bestaat dat één van de kinderen doodgaat en er is kans dat de vliezen bezwijken onder de druk van het vruchtwater. Als dat zo vroeg in de zwangerschap gebeurt, is het vrijwel zonder uitzondering fataal voor de kinderen. Haast is dus geboden. “Maar tot vorig jaar konden we het probleem niet echt aanpakken”, zegt de gynaecoloog. “De standaardbehandeling bestond uit het meerdere malen aftappen van vruchtwater. Je lost daarmee het probleem van de overdruk tijdelijk op, maar andere problemen blijven omdat je de onderliggende oorzaak ongemoeid laat.”

Verhitten met laser

De nieuwe techniek pakt de basis van het probleem aan. Door bloedvaten op de placenta met een laser te verhitten wordt gezorgd dat het bloed niet meer van de ene naar de andere foetus kan stromen. De vaten worden ‘dichtgebrand’. Deze techniek is in de jaren negentig van de vorige eeuw met vallen en opstaan ontwikkeld in het buitenland. Vandenbussche en zijn collega Frans Klumper hebben de kunst afgekeken in het Universitair Ziekenhuis van Leuven. Sinds anderhalf jaar doen ze het zelf in het LUMC, dat zich daardoor ontwikkelt tot het landelijk verwijscentrum voor dit zeldzame syndroom.

In de baarmoeder is het echte werk begonnen. Vuur! Van de laserstraal is weinig te zien, maar het weefsel in de rode cirkel wordt wel langzaam wit. Zodra de dode cellen de bloedstroom blokkeren, gaat het sneller: de koeling valt weg. In een seconde of tien is het gebeurd. We gaan verder, op naar de volgende ongeoorloofde vaatverbinding.

Ruggenprik

Hoe gaat zo’n operatie nu in z’n werk? Vandenbussche: “De vrouw krijgt een ruggenprik, ze blijft dus bij kennis. Dan prikken we met een soort grote naald door de buikwand, tot in de baarmoeder. Je moet natuurlijk niet op de verkeerde plaats prikken; dat houden we met echoscopie in de gaten. Langs de naald gaat een heel klein cameraatje naar binnen. Met een lampje erop, want het is daarbinnen natuurlijk donker. En daarnaast zit de uitgang van de laser erop, plus een rood lampje voor het richten.” Het dichtbranden zelf duurt meestal ongeveer een half uur, hooguit een uur. Vuren gebeurt met een voetpedaal. Als alle gevaarlijke vaatverbindingen zijn dichtgebrand, wordt het overtollige vruchtwater afgetapt en de operatie afgerond.

Een zeldzaam gevaar… Het tweelingtransfusiesyndroom, waarbij een tweeling het bloed onevenwichtig verdeelt, komt voor bij tien tot vijftien procent van de eeneiige tweelingen. Aangezien eeneiige tweelingen iets bijzonders zijn, is dit syndroom al helemaal zeldzaam. De ernstige vorm, die zonder behandeling tot vruchtdood en/of extreme vroeggeboorte leidt, komt naar schatting zestig keer per jaar in Nederland voor. Het LUMC is het enige ziekenhuis in Nederland waar behandeling met endoscopische lasertherapie plaatsvindt.

Vier maanden later. Een gezonde tweeling wordt geboren. De kinderen zijn bijna niet van elkaar te onderscheiden. Ze zijn even groot en gelijk van kleur. Op de placenta die volgt is te zien hoe dat komt: er loopt een bleke lijn over het oppervlak. Dit zijn de plaatsen waar de laser aan het werk is geweest.

Volledig herstel

“Met deze behandeling behalen we goede resultaten”, zegt Vandenbussche. “Vaak zie je binnen tien dagen een volledig herstel. Bij negen op de tien behandelingen overleeft ten minste één van de kinderen, bij zestig procent beide. Het gaat dus niet altijd goed. Soms zijn we er te laat bij en in andere gevallen is de placenta zo gevormd dat we niet alle vaten kunnen bereiken, of heeft het ene kind een heel groot stuk van de placenta tot zijn beschikking en de ander een te klein gebied. Daar is op zich weinig aan te doen. Ik verwacht daarom niet dat de cijfers nog veel beter zullen worden.” Met alleen vruchtwater aftappen was de overleving ongeveer vijftig procent, een stuk minder dus. Maar dat is niet het enige dat telt, voegt hij toe: de overlevende kinderen van toen werden bijna allemaal veel te vroeg geboren, waardoor meer dan een kwart ernstig gehandicapt raakte. Nu komt dat veel minder voor.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 april 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.