Je leest:

Nieuw laboratorium voor sociale wetenschappers

Nieuw laboratorium voor sociale wetenschappers

Auteur: | 22 juni 2012

Wanneer we aan laboratoria denken, denken we vaak aan borrelende reageerbuizen of aan muizen met drie oren; kortom, aan natuurwetenschappen. Maar ook sociale wetenschappers hebben soms speciale ruimtes en apparatuur nodig voor hun experimenten. LAB, het pas geopende onderzoekslaboratorium van de UvA, richt zich hier speciaal op.

LAB werd vorige week donderdag officieel geopend door de decaan van de Faculteit van Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA), Edward de Haan. De ruimtes van LAB bevatten onder meer een hersenscanner (fMRI, 3 Tesla), een slaaplab, een ‘gewone’ trainingsruimte met tafels en stoelen en een ‘Virtual Reality World’-lab. Op termijn komt hier nog een Babylab bij.

Deel van het slaaplab in het onderzoekslaboratorium LAB.

Maar waar gaan sociale- en gedragswetenschappers, voor wie de ruimte bestemd is, ’m eigenlijk voor gebruiken? Voor behoorlijk diverse doeleinden, bleek alvast uit de korte presentaties die enkele studenten en onderzoekers op de openingsdag gaven.

Zo zal promovenda Fleur Power, die onderzoekt hoe fundamenteel ons maatgevoel is, dat wil zeggen: aangeboren of aangeleerd, ongetwijfeld gebruik willen maken van de in het lab aanwezige audiofaciliteiten.

Communicatiewetenschapper Sophie Boerman, die kijkt naar het effect van sponsorvermeldingen in televisieprogrammma’s, zal wellicht juist de hokjes met computers met psychologische computertesten willen benutten.

De Trier Social Stess Test

Promovenda Sandra Cornelisse zal daarentegen een beroep doen op weer heel andere labgedeeltes. “In mijn onderzoek kijk ik naar de effecten van stress op cognitie – onder andere geheugen – en de verschillende factoren die deze effecten kunnen beïnvloeden”, vertelt Cornelisse.

Nu ervaart iedereen wel eens stress, maar hoe kun je die in een experimenteel lab veralgemeniseren en meten? Onder meer aan de hand van de zogeheten Trier Social Stress Test, zo blijkt. Hierbij houdt de proefpersoon, na een korte voorbereiding, een betoog voor een commissie, gevolgd door het uitvoeren van een rekentaak. De commissie geeft weinig respons en reageert ijzig op de proefpersoon, wat voor veel mensen een stressvolle situatie zal creëren. Een leuk voorbeeld daarvan is overigens een eerder uitgezonden stukje (vanaf de 19e minuut) op Wetenschap 24.

“De fysiologie-opstellingen van het lab kunnen vervolgens ingezet worden om te meten in hoeverre de persoon ‘gestresst’ was, door voor en na de stresstaak de niveaus te meten van bijvoorbeeld cortisol, het belangrijkste hormoon dat vrijkomt na stress. Ook meten we vaak de hartslag en huidgeleiding”, licht Cornelisse, die inmiddels verbonden is aan de Universiteit Utrecht, verder toe.

Ook wordt onderzocht of iemands prestatie op cognitieve taken, bijvoorbeeld op een geheugentaak, beïnvloed is na vergelijking met een niet-stressvolle controletaak en wordt met vragenlijsten bekeken hoe stressvol de proefpersoon de taken nu precies ervaren heeft.

Babylab

Niet alle proefpersonen in het lab betreffen volwassenen. Er is namelijk ook een speciaal lab dat kijkt naar de allerkleinsten: het Babylab. Nu nog gevestigd aan de Spuistraat in Amsterdam zal het spoedig verhuizen naar het LAB op Roeterseiland.

Promovenda Taal- en Letterkunde Sophie ter Schure is een van de onderzoekers. Met een specialisatie in brein en cognitie, bekijkt ze hoe baby’s leren spraakklanken en voorwerpen te onderscheiden voor het onderzoeksprogramma ‘Hoe leren babies?’.

Sophie ter Schure aan het werk in het babylab.
Sophie ter Schure

“Voor experimenteel onderzoek als het onze is het Babylab waar we over kunnen beschikken een must”, vertelt Ter Schure enthousiast. “Je wilt namelijk één aspect van de omgeving isoleren en vervolgens variëren om te kunnen kijken wat het effect van die variabele is op het (leer)gedrag van de baby. Om dat goed te kunnen testen moet je zeker weten dat je het effect van die prikkel meet en niet onbedoeld een andere invloed, zoals bijboorbeeld het gedrag van de ouder, vermoeidheid bij het kind, het effect van daglicht, de plaats van de deur, enzovoort. Kortom, de baby moet met zo min mogelijk invloed van buitenaf getest worden.”

“Daarbij moet de ruimte natuurlijk ingesteld zijn op baby’s”, vervolgt Ter Schure. “Zo moet de baby veilig kunnen zitten en er moet geen rare, afleidende apparatuur te zien zijn. Ook bevestigen we geen eyetracker op het hoofd, zoals gebruikelijk bij volwassenen, maar eentje die de ogen kan meten van een afstandje – zodat het baby’tje niet teveel schrikt.”

Ter Schure noemt nog een reden waarom taalperceptieonderzoek als de hare maar beter in een lab kan plaatsvinden dan in zomaar een kamer of bij mensen thuis: geluidsdichtheid. “Zodat de baby’s echt reageren op de geluiden die je aanbiedt tijdens het experiment, en niet op lawaai van buitenaf.”

Reikwijdte

Overigens is LAB niet alleen bestemd voor onderzoekers van de UvA. Via onder meer het Spinoza Centre for Neuroimaging zullen bijvoorbeeld ook onderzoekers van de Vrije Universiteit, de Universiteit Leiden, en de Hogeschool Amsterdam van haar voorzieningen gebruik kunnen maken.

Decaan de Haan heeft in elk geval hoge verwachtingen van het lab. Wanneer een ander relatief recent geopend lab ter sprake komt, namelijk het Nanolab in Twente, moet hij zelfs erg lachen. “Nano? Dat is maar saai hoor.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2012
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.