Je leest:

‘Laat native speaker Engels geven op basisschool’

‘Laat native speaker Engels geven op basisschool’

Alle kinderen in Nederland krijgen op de basisschool vanaf groep 7 Engelse les. Een eerste onderzoek naar de effecten daarvan laat zien dat ze woorden op een efficiënte manier opslaan in hun geheugen. Voor een mooie uitspraak van het Engels is jong beginnen al helemaal het best – tenminste als het voorbeeld goed is. In haar oratie op 3 juni riep Janet van Hell, hoogleraar Taalontwikkeling en tweede taalverwerving aan de Radboud Universiteit Nijmegen, op om native speakers (moedertaalsprekers) in te zetten voor de Engelse les. ‘Als Nederland het serieus meent met de ambities van innovatie en internationalisering, moet hiervoor geld worden vrijgemaakt. Ik onderschrijf het advies van de Onderwijsraad uit 2008 dat vroeg beginnen echt het beste is.’

Vroeg Engelse les is effectief

Hoewel Engels al sinds 1986 verplicht is op de basisschool is er nog verrassend weinig onderzoek gedaan naar de effecten daarvan, vindt prof. Janet van Hell. ‘Er is veel bekend over vloeiend tweetalige volwassenen, en ook wel veel over kinderen die tweetalig opgroeien, maar wat er in het brein gebeurt van kinderen die op school een nieuwe taal leren, is onduidelijk. Terwijl er nog altijd mensen zijn die zich zorgen maken dat dat niet goed is voor kinderen. Ze vragen zich af of deze extra stof niet te belastend is voor hun brein.’

Small
Radboud Universiteit

‘De eerste resultaten van ons eigen onderzoek naar het leren van Engels op de basisschool laten een heel positief beeld zien. De vraag die we ons stellen is hoe kinderen woorden opslaan – slaan ze ‘bike’ op bij de Nederlandse woordvorm ‘fiets’, als in een vertaalwoordenboek, of koppelen ze ‘bike’ aan alles wat ze weten over het begrip ‘fiets’? Het blijkt dat ze dat laatste doen – ze integreren direct betekenis en het nieuwe, Engelse woord.’

Volgens Van Hell laat dat zien dat het kinderbrein prima in staat is om de taallessen op school op een goede manier te verwerken. Bovendien toont het aan dat de realistische, aantrekkelijke methoden die in het basisschoolonderwijs worden gebruikt prima zijn. ‘Nederland heeft altijd voorop gelopen met het vreemdetalenonderwijs. Dat heeft ons veel goeds opgeleverd. Laten we nu investeren in jonge kinderen – voor een goede uitspraak moet je echt jong beginnen, liever eerder dan in groep 7. En zet native speakers voor de klas, of op zijn minst near native speakers.’ Daarvan zijn er volgens Van Hell best voldoende te vinden in Nederland. Ze adviseert bovendien om Engels op de pabo veel serieuzer aan te pakken. ‘Als Nederland het serieus meent met de ambities van innovatie en internationalisering, moet hier geld voor worden vrijgemaakt.’

Taalwisselen

Janet van Hell bestudeert niet alleen de effecten van taalverwerving op het brein, ze is ook geïnteresseerd in de organisatie van taal in de hersenen. Ze kijkt daarbij naar verschillende groepen: één- en meertaligen en ook naar gebruikers van gebarentaal en gesproken taal. Ze ontdekte dat meertaligen – en dat zijn de meeste wereldburgers – als ze taal gebruiken alle talen die ze kennen activeren. ‘Ons taalsysteem is fundamenteel interactief. Hoe komt het dan, dat we er niet de hele tijd Engelse of Franse woorden tussendoor roepen? En wanneer zijn we geneigd dat wel te doen? Om daar achter te komen ontwierp ze een naturalistisch experiment – een gesprekssituatie waarin systematisch het wisselen van taal wordt uitgelokt.

Medium
Met een speciaal ingerichte laboratoriumbus reist Van Hell met haar medewerkers langs scholen. ‘Zo kunnen we onze tests afstemmen op wat de kinderen al hebben geleerd. Voor je het weet test je anders met een rij woordjes die ze nog niet kennen.’

‘We zijn geneigd om ons heel snel aan te passen aan de gesprekspartner. Qua accent, woordkeus, grammaticale constructies, semantiek. En als je gesprekspartner steeds van taal wisselt doe je daaraan mee. Maar het moment waarop je wisselt van taal heeft niet alleen met dit sociale gedrag te maken, maar ook met hoe taal in ons brein georganiseerd is.’

Ze laat een tabel zien die weergeeft dat mensen van taal wisselen als hun partner dat ook doet. Maar, ze wisselen veel vaker bij een woord dat dezelfde betekenis heeft in de andere taal (bal/ball) èn bij een woord dat in beide talen voorkomt maar iets anders betekent (Nederlands-Engelse woorden als room/room; angel/angel). ‘Wat we hieruit concluderen is dat deze woorden, ongeacht of ze wel of niet dezelfde betekenis hebben, de andere taal extra activeren. En dan is het veel makkelijker om over te stappen op de andere taal.’

Internationale samenwerking

Van Hell hoopt dit onderzoek naar tweede taalverwerving en code switching fors uit te breiden. Met haar collega’s van de Pennsylvania State University, waar ze gasthoogleraar is, wacht ze op de definitieve toekenning van een beloofde subsidie van bijna drie miljoen dollar van de National Science Foundation voor het project Bilingualism, Mind and Brain: An interdisciplinary program in cognitive psychology, linguistics, and cognitive neuroscience. Met deze subsidie zal de samenwerking tussen Pennsylvania State University, twee Chinese en vijf Europese universiteiten, waaronder de Radboud Universiteit Nijmegen, verder versterkt worden. Ook geeft deze subsidie een flinke stimulans aan mogelijkheden voor studenten om internationale onderzoekservaring op te doen.

Zie ook op Kennislink:

Engelse les aan kleuters populair Dossier Tweede Taal

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2010

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE