Je leest:

‘Laat Holland rouwen nu het van zijn graaf beroofd is’

‘Laat Holland rouwen nu het van zijn graaf beroofd is’

De moord op Floris V

Auteur: | 1 februari 2012

Weinig figuren in de Nederlandse geschiedenis hebben zo tot de verbeelding gesproken als graaf Floris v. In 1296 werd hij op gewelddadige wijze vermoord door edelen uit zijn naaste omgeving. Nieuw onderzoek naar de achtergronden en beweegredenen van de hoofdrolspelers laten zien dat zowel persoonlijke wraak als politieke motieven een rol hebben gespeeld in de ontvoering van de graaf.

wiki commons

Op 23 juni 1296 werd graaf Floris V bij een voorgenomen valkenjacht door edelen uit zijn naaste omgeving gevangengenomen. De bedoeling was hem te ontvoeren en te vervangen door zijn jonge zoon Jan, die aan het Engelse hof werd opgevoed. De Engelse koning, Edward I, die in Floris een jarenlange bondgenoot had gehad, was woedend omdat de graaf zich om allerlei politieke redenen had aangesloten bij zijn tegenstander, de Franse koning.

Maar de graaf had terecht geconstateerd dat hij van de Engelse koning weinig steun kon verwachten in zijn strijd met Vlaanderen. Toen Edward van deze overgang hoorde, maakte hij gebruik van de ontevredenheid onder een aantal edelen, Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden voorop, om hen te bewegen Floris te ontvoeren en gevankelijk naar Engeland over te brengen. De Brabantse edelman Jan van Cuyk, nauw verwant aan de genoemde edelen, speelde hierbij als tussenpersoon een belangrijke rol.

Valkenjacht

Op de dag van zijn ontvoering was Floris in Utrecht voor een bespreking. Hij zou bemiddelen in een conflict tussen Gijsbrecht van Amstel en diens aanhang enerzijds en Zweder van Zuilen anderzijds. Veel hoge edelen waren hierbij aanwezig. Voor de samenzweerders was dit een geschikte gelegenheid om hun ontvoeringsplan uit te voeren. De graaf werd uitgenodigd om na de besprekingen en de maaltijd op valkenjacht te gaan, een geliefde ontspanning bij de hoge adel.

Verhaal Floris V in Rijmkroniek van Melis Stoke
wiki commons

De scène op de stadsweide van Utrecht, even buiten de Catharijnepoort, wordt ons door Melis Stoke, de eigentijdse kroniekschrijver, beeldend beschreven. Als stadsklerk van Dordrecht – toen de voornaamste stad van het graafschap – en daarna lid van de grafelijke raad (1299-1305), was hij oor- en ooggetuige van de gebeurtenissen voor en na de moord op graaf Floris. Hij kende de hoofdrolspelers persoonlijk en was bovendien goed op de hoogte van de politieke achtergronden van de samenzwering.

Bij aankomst op de stadsweide, waar de samenzweerders die vooruit waren gegaan de graaf opwachtten, greep Herman van Woerden de teugels van het paard van de graaf en sprak de legendarische woorden: “Uw hoge sprongen zijn gedaan. U bent onze gevangene, of u het leuk vindt of niet.” Floris dacht met een grap te maken te hebben en zei lachend: “Help, ic bin nochtan…”, maar kon zijn zin niet afmaken. Want Arend van Benschop, een neef van Gijsbrecht van Amstel, greep de sperwer die Floris op zijn hand droeg.

Dat het ernst was, drong nu tot de graaf door. Hij wilde zijn zwaard trekken, maar Gerard van Velsen beet hem, zeer geëmotioneerd, toe: “Bi Gode, ghi mocht dat ghemaken ode [u zou daarmee bereiken dat] … ic sla u tswaert in toten tanden”. Melis Stoke verwoordde Van Velsens onbeheerste woede door hem zijn zinnen niet te laten afmaken. De graaf werd naar het Muiderslot overgebracht, waar hij onder beroerde omstandigheden vijf dagen werd vastgehouden.

Schoolplaat over de aanhouding van Floris V tijdens valkenjacht
wiki commons

Ondertussen was het bericht van de ontvoering van de graaf als een lopend vuurtje door het land gegaan. De bevolking trok op naar het Muiderslot in de hoop hem te kunnen bevrijden, maar de ontvoerders zagen kans met Floris het kasteel te verlaten voor ze volledig zouden zijn ingesloten. Op hun vluchtroute stuitten zij bij Naarden op een groep boeren die eisten dat de graaf zou worden vrijgelaten.

Gerard van Velsen, die voorop reed, keerde daarop terug naar de overige ontvoerders, trok zijn zwaard en vermoordde op wrede wijze graaf Floris die, vastgebonden op een paard, zich niet kon verweren. De Naardingers troffen hem dood aan. Het is duidelijk dat het vermoorden van de graaf niet in de bedoeling van de ontvoerders heeft gelegen. Het was de uitkomst van een uit de hand gelopen vluchtpoging, waarmee ook niet alle ontvoerders het eens zijn geweest.

Motieven

Wie waren deze edelen en wat was hun motief? De centrale figuur in het complot was Gijsbrecht van Amstel, met wie Floris al twintig jaar eerder een conflict had gehad. De reden hiervoor was dat Gijsbrecht in het grensgebied tussen Holland en Utrecht een onafhankelijke positie had opgebouwd. Hierdoor kwam hij in botsing met zijn leenheer, de bisschop van Utrecht, die echter niet de financiële en materiële mogelijkheden had om aan deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Hij riep hiervoor de hulp in van graaf Floris.

Deze onderwierp Gijsbrecht van Amstel met geweld en hield hem van 1280 tot 1285 in gevangenschap. Herman van Woerden, zwager van Gijsbrecht, wist de dans te ontspringen, maar moest van 1280 tot 1288 in ballingschap doorbrengen. Hoewel beide edelen zich daarna met de graaf verzoenden en zelfs een eervolle plaats in de grafelijke raad kregen, bleven zij niettemin vol rancune.

Spiegel Historeal door Lodewijk van Velthem
wiki commons

De eigentijdse kroniekschrijvers zijn hierover duidelijk. De Brabantse pastoor Lodewijk van Velthem, die omstreeks 1315 een vervolg op de Spiegel Historiaal van Jacob van Maerlant schreef, legt Herman van Woerden tijdens de gevangenschap van de graaf op het Muiderslot de volgende woorden in de mond: “Heer graaf, herinnert u zich wat er eerder is gebeurd? Zeven jaar hield u de heer van Amstel gevangen en ook hebt u mij uit mijn bezittingen verdreven.”

Na de moord vluchtten Gijsbrecht en Herman naar Brabant, waar Lodewijk van Velthem uit eerste hand bijzonderheden over de gebeurtenissen zal hebben vernomen. Zo vermeldt Van Velthem expliciet dat de verdreven edelen er het verhaal rondstrooiden dat Floris zich aan de vrouw van Gerard van Velsen had vergrepen. Eerwraak dus als motief voor de moord.

Dat de edelen dit verhaal verspreidden, wordt bevestigd door Willem Procurator, kapelaan van de voorname Brederodes, waardoor hij van alles goed op de hoogte moet zijn geweest. Hij schrijft omstreeks 1322 in zijn kroniek: “De ridders van Amstel en van Woerden, edel van bloed, maar in hun pervers handelen wilde beesten gelijk, hebben geprobeerd zijn goede naam (…) met een verhaal van alle mogelijke slechtheid zwart te maken.”

Heethoofd

Gerard van Velsen stamde af van een hoogadellijk Kennemer geslacht dat in de opvolgingsstrijd in Holland (1203-1206), de zogeheten Loonse oorlog, een prominente rol speelde. In de bijna honderd jaar die sindsdien waren verstreken, was de betekenis van dit geslacht sterk gedaald. Ten tijde van de moord op Floris liep hij al tegen de veertig, maar was nog steeds ‘knape’, een aanduiding voor een edelman die de ridderslag niet had ontvangen en derhalve van lagere rang was.

Zijn plaats in dit gezelschap van samenzweerders ontleende hij aan het feit dat hij met een dochter van Herman van Woerden, Hildegonde, was getrouwd. Al bij de gevangenneming op de stadsweide in Utrecht had Gerard van Velsen gedreigd de graaf ter plekke te doden. Dat was echter niet de bedoeling van het complot en dat wist men toen te verhinderen.

Floris V onteert vrouw Van Velsen (1664)
dbnl

Uit de kleurrijke beschrijving van deze en de daaropvolgende gebeurtenissen krijgt men sterk de indruk dat Van Velsen een heethoofd was, iemand die zijn driften niet wist te beheersen. Alleen al om die reden is het verkrachtingsverhaal, dat zich tenminste tien jaar eerder zou hebben afgespeeld, volstrekt ongeloofwaardig. Van Velsen lijkt niet iemand te zijn geweest die jarenlang het geduld kon opbrengen om wraak te nemen.

Eerder lijkt er een kern van waarheid te liggen in de mededeling van Lodewijk van Velthem dat Gerard van Velsen op de graaf was gebeten omdat die zijn neef wegens doodslag had laten terechtstellen. Doodslag of belediging kon toen immers aanleiding geven tot wraakneming door bloed- en aanverwanten.

Adellijke netwerken

We komen hier op een cruciaal gegeven dat in de maatschappij van die dagen een voorname rol speelde, namelijk de verwantschaps- en leenverbanden. Door huwelijken waren leden van de hoge adel nauw met elkaar verbonden. Men trouwde in een zeer beperkte kring, hetgeen tot gevolg had dat een netwerk van familierelaties was ontstaan. Recent onderzoek naar deze familierelaties, zoals beschreven in mijn boek, geeft een interessant beeld van het netwerk dat aan de samenzwering ten grondslag lag.

Praalgraf Gijsbreght van Aemstel en familie
wiki commons

Ook de relatie tussen leenheer en leenman betekende in de middeleeuwse verhoudingen een niet te verwaarlozen band van trouw en loyaliteit. Als gevolg tekende zich binnen de adel clanvorming af die zich uitte in twistziek gedrag – waarover de kroniekschrijver Melis Stoke zich geregeld opwond – en in de samenzwering tegen graaf Floris een duidelijke rol speelde. De namen van de samenzweerders laat zien dat, met Gijsbrecht van Amstel als de spil, tal van edelen als familielid of als leenman nauw betrokken waren bij de uitvoering van het complot tegen de graaf. De cohesie binnen deze groep – overigens niet de hele adel – was kennelijk sterk genoeg om de basis te vormen voor deze tragische gebeurtenissen.

Graaf Floris V leefde in een maatschappij waarin op allerlei gebieden sterke veranderingen optraden. De allesbepalende macht van de adel was tanende en een zelfstandige burgerij in de steden begon haar aandeel in het landsbestuur op te eisen. De verschuiving van het zwaartepunt van het platteland naar de stad, van de adel naar de burger, heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de 13de-eeuwse samenleving.

Voor zover we kunnen nagaan, had graaf Floris een open oog voor de maatschappelijke ontwikkelingen van zijn tijd. Hij moet bovendien een sterke persoonlijkheid zijn geweest, want anders had hij zich niet kunnen handhaven temidden van de vele (adellijke) intriges waarmee hij tijdens zijn bewind te maken kreeg. Zijn betekenis zit dan ook vooral in het feit dat hij, door paal en perk te stellen aan de dominante, twistzieke adel, heeft gezorgd voor orde en rust in het graafschap, waardoor het economisch verkeer en dus de welvaart werd bevorderd. De eerder genoemde kroniekschrijver Willem Procurator kon dan ook verzuchten: “Laat Holland rouwen nu het beroofd is van zijn graaf die het grote goed van de vrede heeft verschaft.”

Auteur en leestips

E.H.P. Cordfunke schreef tal van artikelen en boeken over middeleeuwse geschiedenis en archeologie. Bovenstaand artikel is gebaseerd op zijn boek Floris V. Een politieke moord in 1296 (Nijmegen 2011).

Voor wie meer over het onderwerp wil lezen, geeft de auteur de volgende tips:

• J.W. Verkaik, De moord op graaf Floris V (Verloren, 1996) • D.E.H. de Boer, E.H.P. Cordfunke en H. Sarfatij (red.), Wi Florens… De Hollandse graaf Floris V in de samenleving van de 13de eeuw (Matrijs, 1996) • E.H.P. Cordfunke en D.E.H. de Boer, Graven van Holland. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (Matrijs, 2010)

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 februari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.