Je leest:

Laat de bodem het zelf doen

Laat de bodem het zelf doen

Auteur: | 6 oktober 2016

In de bodem huist niet alleen veel goeds, ook veel ziekten zijn aan de bodem gebonden. Hoe houden we onze bodem gezond en geven we plantziekten zo min mogelijk kans? Een mogelijkheid die steeds meer aandacht krijgt, is het stimuleren van ziekte-onderdrukkende microben die toch al in de bodem aanwezig zijn.

Er zitten in de bodem al heel veel microben die van nature ziekten kunnen onderdrukken. Nagenoeg elk grondmonster laat een zekere mate van remming zien van ziekteverwekkende bodemschimmels. Deze remming kun je duidelijk herkennen wanneer je de vatbaarheid van een gewas voor een schadelijke bodemschimmel in gesteriliseerde grond vergelijkt met die in niet-gesteriliseerde grond.

In het geval van gesteriliseerde grond is de ziektedruk van een toegediende pathogene schimmel (veel) groter dan in de niet-gesteriliseerde grond. Door sterilisatie schakel je dus blijkbaar een onderdrukkend effect uit. Dit onderdrukkende effect wordt veroorzaakt door andere micro-organismen.

Bij het in toom houden van schadelijke schimmels draait alles om concurrentie. In een gram grond zitten letterlijk duizenden soorten bacteriën en schimmels, om van het aantal individuen nog maar te zwijgen. Tegelijk is er schaarste aan voedingsstoffen. De meeste bacteriën en schimmels voeden zich met makkelijk afbreekbare organische stoffen zoals suikers. Het aanbod daarvan is heel beperkt, zelfs in de omgeving van plantenwortels.

De bodemmicroben voeren daarom continu strijd om het schaarse voedsel. Sommigen gebruiken daarbij stoffen om concurrenten te onderdrukken. Een aantal van die stoffen wordt door ons gebruikt als antibiotica!

Ook ziekteverwekkende bodemschimmels ontkomen niet aan die concurrentiestrijd. Toch blijkt in de praktijk dat natuurlijke onderdrukking niet voldoende is om ziektes te voorkomen. De natuurlijke onderdrukking van pathogene bodemschimmels wordt ook wel fungistase genoemd. Je moet het vooral zien als een eerste natuurlijke buffer tegen ziektes. Maar als de hoeveelheid ziekteverwekkers in de bodem te veel toeneemt, bijvoorbeeld door teelten in monocultuur, dan zal een aantal van die ziekteverwekkers de wortels wél weten te bereiken.

H.A.G. Verstegen (WUR)

In augustus 2009 werd deze akker aangelegd met proefveldjes van zes bij zes meter (foto boven). De linkerstrook werd beheerd volgens de biologische, de strook rechts ernaast volgens de gangbare methode. Er werden verschillende behandelingen tegen wortellesie-aaltjes en verwelkingsziekte toegepast. De behandeling die elf maanden later (juli 2010) het meest effectief bleek tegen de bodemziekten ligt toevallig op de biologische zowel als op de gangbare strook vooraan (foto onder). Deze bestond uit: afrikaantjes als nagewas, toediening van compost en toediening van gemalen garnalenhuidjes. Andere behandelingen waren onder meer een grondontsmettingstechniek waarbij organisch materiaal de grond in werd gewerkt, dat vervolgens werd afgedekt met folie (duidelijk te zien op de foto) om zuurstofarme omstandigheden te creëren. De effecten op aardappel zijn in 2010 duidelijk te zien. In de eerste veldjes van beide stroken leidde de behandeling zowel in ‘biologisch’ als ‘gangbaar’ tot hogere opbrengst én hogere kwaliteit. Verder is te zien dat de verschillen tussen de behandelingen in ‘biologisch’ groter zijn dan in ‘gangbaar’.

H.A.G. Verstegen (WUR)

Help de natuurlijke weerbaarheid

De natuurlijke onderdrukking van ziekteverwekkende bodemschimmels wordt vooral bepaald door de activiteit en de samenstelling van de micro-organismen in de bodem. Dat zijn allebei eigenschappen die je door het beheer van de grond kunt sturen. Dit biedt dus ook mogelijkheden om de natuurlijke weerbaarheid van een bodem via gericht beheer te stimuleren.

Met organische meststoffen, zoals compost en ondergewerkte groenbemesters, kan een boer de microbiële activiteit van de bodem bevorderen. Deze meststoffen bevatten voedingsstoffen die essentieel zijn voor de natuurlijke microben. Maar ook de ziekmakende schimmels profiteren van organische mest. De timing van het bemesten is dan ook belangrijk. Het liefst wil je dat de natuurlijke bodemmicro-organismen de makkelijk afbreekbare onderdelen van de meststoffen al op hebben op het tijdstip dat de gewassen gezaaid of gepoot worden. Op dat moment gaan de jonge planten ook voedingsstoffen voor microben verspreiden via hun wortels. Als de bodem op dat moment goed vol zit met natuurlijke microben die geen ziekten veroorzaken, dan hebben de patho­genen minder kans om een infectieproces op gang te brengen.

Garnalenhuidjes worden toegevoegd om schadelijke bodemschimmels te bestrijden.
123RF

Met specifieke meststoffen kan de boer ook bepaalde groepen micro-organismen stimuleren die extra goed zijn in het aanvallen van ziekteverwekkende schimmels. Een bekend voorbeeld zijn meststoffen die chitine bevatten. Die stof zit onder andere in de pantsers die overblijven na het pellen van garnalen. Door middel van mest met chitine, stimuleer je bacteriën die dit chitine kunnen afbreken. Dat zijn vaak dezelfde bacteriën die schimmels aanvallen, omdat chitine een belangrijk onderdeel is van de celwand van schimmels.

Helaas vallen niet alle chitine-afbrekende bacteriën de schimmels aan en ook de ‘pseudo-schimmels’ zoals Phytophthora zijn geen doelwit omdat ze geen chitine in hun celwand hebben. Er is dus meer onderzoek nodig om te kijken hoe je precies de juiste bacteriën kunt stimuleren.

Behalve met de juiste meststoffen, kan een boer ook via de plant zelf de weerbaarheid van de bodem vergroten. De wortels van de planten scheiden immers voedingsstoffen uit voor de microben in de bodem. De samenstelling van die voedingsstoffen bepaalt ook de samenstelling van de micro-organismen rond de wortel. Een boer of een plantenveredelaar zou dus kunnen kiezen voor juist die planten die de goede samenstelling hebben van hun zogenoemde wortelexudaten, die de ziekte-onderdrukkende microben stimuleren. Daarbij valt ook nog veel te leren van het onderzoek aan wilde verwanten van gewassen.

Er zijn vermoedelijk nog diverse andere mogelijkheden om de natuurlijke weerbaarheid van bodems te stimuleren. Hoe dan ook begint al het onderzoek en al het beheer op dat gebied met de notie dat het duurzaam telen van gezonde gewassen hand in hand moet gaan met het beheren van het microbiële bodemleven.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 oktober 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.