Je leest:

Kwart jongeren doet aan cyberseks

Kwart jongeren doet aan cyberseks

Voor veel jongeren is internet een goede manier om te experimenteren met flirten, seks en dating. Een grote meerderheid van de jongeren flirt via internet, een kwart heeft wel eens cyberseks. Ongeveer de helft heeft in het afgelopen jaar ‘in real life’ een afspraak gemaakt met iemand die ze op internet hadden ontmoet. Vervelende ervaringen laten jongeren makkelijk van zich afglijden. Dit blijkt uit een onderzoek door de Rutgers Nisso Groep.

In het onderzoek beschreven in dit artikel worden de resultaten gepresenteerd alsof ze van toepassing zijn op alle jongeren. Dit is niet het geval. Zie voor een meer genuanceerde kijk:

Op internet voltrekt zich een nieuw seksuele revolutie. Net als bij de eerste seksuele revolutie in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw ontstaan er vele nieuwe seksuele contacten. De huidige generatie jongeren tussen de 12 en 18 jaar maakt er massaal gebruik van.

Voor veel jongeren is dit een positieve ontwikkeling: ze vinden het leuk om te flirten en te experimenteren met seksueel gedrag op internet en kunnen over het algemeen goed met ongewenste ervaringen omgaan. Evenals tijdens de seksuele revolutie van de vorige eeuw, zijn er echter behalve winnaars ook verliezers. Vooral meisjes vinden het soms moeilijk om dingen te weigeren die ze eigenlijk niet willen doen of gaan in de seksuele interactie verder dan ze eigenlijk willen. Dit blijkt uit een onderzoek dat Stichting Mijn Kind Online liet uitvoeren door de Rutgers Nisso Groep, in opdracht van KPN.

Internet lijkt de plek van de nieuwe seksuele revolutie. Jongeren tussen 12 en 18 gebruiken het web massaal om te experimenteren met flirten, daten en seks.

Seks is een belangrijk thema op internet

Uit het onderzoek dat is gehouden onder 11.000 jongeren blijkt dat de zoektocht naar seks of een relatie op internet een nieuwe en frequente bezigheid van de huidige generatie jongeren is. Een overgrote meerderheid van de profielsitebezoekers (82% van de jongens en 73% van de meisjes) heeft het afgelopen half jaar wel eens geflirt op het net. Eén op de vier jongens en één op de vijf meisjes heeft naar eigen zeggen het afgelopen half jaar wel eens cyberseks met iemand gehad. Iets meer dan de helft van de jongens (57%) en iets minder dan de helft van de meisjes (42%) heeft in het afgelopen jaar een afspraakje ‘in real life’ gehad met iemand die ze op internet hadden ontmoet.

Seksuele vragen en verzoeken

Jongeren stellen elkaar regelmatig seksueel getinte vragen. Tweeënzeventig procent van de jongens en 83% van de meisjes die profielsites bezoeken heeft het afgelopen jaar een vraag gekregen over zijn of haar uiterlijk (‘heb je grote borsten?’) of seksleven (‘heb je het al eens gedaan?’). Veertig procent van de jongens en 57% van de meisjes hebben in die periode wel eens het verzoek gekregen om iets uit te trekken voor de webcam of iets seksueels te doen.

Tweederde van de jongens en negen van de tien meisjes gaan niet in op een dergelijk verzoek. Ze geven aan dat ze dit niet willen en blokkeren de ander desnoods. Degenen die wel iets seksueels laten zien voor de webcam doen dit over het algemeen omdat ze het zelf leuk, spannend of opwindend vinden. Voor de jongens geldt dat sterker dan voor de meisjes. Over de hele linie zien we grote verschillen tussen jongens en meisjes, vooral in de beleving van seksueel getinte ervaringen, de manier waarop ze hiermee om gaan en de reden om wel of niet op seksueel getinte vragen en verzoeken te reageren. Zo vindt 62% van de meisjes het over het algemeen (helemaal) niet leuk om een seksueel getinte vraag te krijgen, tegenover 13% van de jongens.

Hoewel bijna tweederde van de meisjes het niet leuk vindt om via internet een seksueel getinte vraag te krijgen, geven ze niet aan iets vervelends te hebben meegemaakt. Ze laten zulke ervaringen makkelijk van zich af glijden. Foto: Marinela

Niet heel vervelend

Veel jongens en meisjes die in het afgelopen jaar werden geconfronteerd met seksueel getinte vragen, verzoeken en beelden én die aangaven dat ze dit over het algemeen niet leuk vinden, vinden toch niet dat ze ‘iets vervelends’ hebben meegemaakt. Kennelijk kunnen jongeren dergelijke ervaringen makkelijk van zich af laten glijden. Mogelijk zorgt de anonimiteit op internet, die de kans op vervelende ervaringen vergroot, er ook voor dat vervelende ervaringen op internet minder ernstig worden ervaren dan ervaringen in het echte leven. De kans dat je op internet iemand tegenkomt die zijn geslachtsdeel laat zien is bijvoorbeeld veel groter dan dat iemand dat op straat laat zien. Maar wanneer dit op straat gebeurt, is de impact veel groter.

De onderzoekers concluderen wel dat kinderen meer bewust moeten worden van de risico’s van internet. Kinderen moeten vaardigheden leren die voorkomen dat ze dingen doen en zien die ze niet willen.

Rol voor de ouders

De mate waarin ouders op de hoogte zijn van het gaan en staan van hun kinderen blijkt duidelijk een beschermende factor in de confrontatie met seksuele contacten. Op de hoogte zijn gaat daarbij verder dan ‘in de gaten houden.’ Het gaat ook om de algehele verhouding tussen ouders en kinderen. De verhouding moet zo zijn dat kinderen zelf bereid zijn om aan ouders te vertellen wat ze doen en met wie. Zowel op het internet als elders.

Dit artikel is een publicatie van Rutgers Nisso Groep.
© Rutgers Nisso Groep, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.