Je leest:

Kunst op, over en van een lichaam

Kunst op, over en van een lichaam

Auteurs: en | 5 april 2013

Er lijkt vrij algemeen overeenstemming over te bestaan dat mensen zowel hun lichaam zijn als hebben. Minder overeenstemming is er over de vraag of mensen ook nog iets meer of iets anders zijn dan hun lichaam. Voor wie het wil zien luidt het antwoord duidelijk ‘Ja!’

Ons grootste orgaan, de huid, staat symbool voor het hele lichaam. Frans Meulenberg en Jannes van Everdingen belichten het lichaam als drager, als onderwerp en als object van de kunst.

Wie bepaalde sporten bekijkt, ziet een woud van tatoeages op de armen en ruggen van spelers. Niet alleen voetballers, ook rugbyspelers en honkballers laten zich gretig versieren en bijkleuren. Sporters als hedendaagse gladiatoren. Is het louter een modeverschijnsel? Nee, indachtig de woorden van Charles Darwin: ‘There is no nation on earth that does not know this phenomenon.’

Door oude geschiedschrijvers en in reisverslagen van ontdekkingsreizigers is het tatoeëren beschreven. Herodotus vermeldt in zijn Historiën dat sommige volkeren, zoals de Egyptenaren, tatoeages als edel beschouwden en het ontbreken daarvan als verachtelijk. De oude Grieken en Romeinen tatoeëerden niet zichzelf, maar brandmerkten op die manier slaven en misdadigers in het gezicht.

In de Joodse traditie was tatoeëren taboe. Voor de eerste Christenen in Rome echter niet meer. Vaak lieten zij een religieus symbool aanbrengen, als identificatieteken tegenover elkaar. Met de toename van het internationaal handelsverkeer in de achttiende eeuw verbreidde zich de gewoonte onder zeelieden. Een tattoo gold niet alleen als een bewijs dat men over alle wereldzeeën had gevaren, maar ook dat men de gevaren van de zee had doorstaan.

In de zeevaart heeft de tattoo een lange historie.

De huidige populariteit van tatoeages in de westerse wereld dateert van enkele decennia. De mode kreeg een extra push via de rap-, hiphop- en dancegeneratie en dus ook door topsporters. Door de toegenomen kennis en vaardigheid is er een groeiende groep beeldend kunstenaars die zich vanuit hun beroep de tatoeagetechnieken eigen maakte en bijzondere eigen ontwerpen creëert. Zij ruilden het dode doek in voor de levende menselijke huid.

Identiteit

Wat beweegt de mens om zich te laten tatoeëren? Het streven naar een eigen identiteit, een versterking van het eigen ego of het groepsgevoel kunnen een belangrijke drijfveer zijn. Velen ervaren bij het aanbrengen van een tattoo een gevoel van bevrijding, alsof ze willen zeggen: ‘dit is mijn lichaam en ik doe ermee wat ik wil.’ Daarom lijken tatoeages ook zo’n must in gevangenissen. De beschikking over je vrijheid ben je even kwijt, maar je hebt in elk geval nog de zeggenschap over je eigen lijf. Tatoeages kunnen van erotische, amoureuze, religieuze, politieke of romantische aard zijn. Ze accentueren de aantrekkingskracht. Natuurlijk is het omgekeerde evenzeer mogelijk. Bij afkeer is een tattoo bepaald niet lustopwekkend.

Modes komen, modes gaan. Wat drijft de jongere generatie? Distinctiedrift, individualiteit, identiteit maar ook groepszin met collectief onderscheidend vermogen. Wat de jongere generatie niet beseft is dat deze motieven zo oud zijn als Methusalem. En vermoedelijk nog veel ouder, toen de mens zich begon te onderscheiden van de aap.

Nieuwe start

De tatoeages van Birgit Schuurmans vertellen haar levensloop. ‘Op mijn vijftiende zette ik de eerste, een konijntje op mijn schouderblad. Op mijn zeventiende ging ik het huis uit om samen te wonen met mijn vriend. Ik heb toen zijn naam boven het konijntje laten schrijven met ‘I love You’ eronder. Ik dacht dat ik verliefd was en nooit meer met een andere jongen zou gaan. We verhuisden naar Spanje en later naar Hongarije en toen ik ongeveer tweeëntwintig was, maakte ik het uit. Ik hield niet meer van hem en werd verliefd op een Hongaar. Hij wilde dat ik de naam van mijn ex liet verwijderen en dus verving ik de tekst door de Chinese tekens voor konijn. In de Chinese horoscoop ben ik een konijn en het leek me toepasselijk bij de afbeelding.

De tatoeages van Birgit Schuurmans vertellen haar levensloop.

Net zoals mijn vorige vriend was ook deze jongen heel jaloers en sloeg hij me regelmatig. Meerdere keren ben ik het huis uitgezet en toen ik 25 en zwanger was, wilde hij dat ik een abortus liet plegen. Omdat ik dat niet wilde, heeft hij me een miskraam geslagen. In 2001 zei mijn moeder: je stapt nu in de auto naar Nederland of ik hoef je nooit meer te zien. Ik heb gedaan wat ze zei en ben naar Nederland verhuisd. Daar wilde ik alle ellende van me afzetten. Ik heb een tatoeage op mijn onderrug geplaatst: de Chinese tekst voor ‘vrede en geluk’. Ik heb een eigen huis geregeld, verschillende studies opgepakt en er drie afgerond en ben goed voor mezelf gaan zorgen. Daar staat deze tatoeage symbool voor.’

Harig watermerk

De oermens was een behaard wezen. Althans, alles wijst in die richting. De beschaving schreed voort, beren- en geitenvellen kwamen in zwang, en de biologische noodzaak van al dat haar ging verloren. Alleen op het hoofd en in bepaalde lichaamsholten bleven plukjes terminaal haar staan. Het lichaamshaar heeft niet langer een functie, een mens heeft gewoon te weinig haren om zichzelf warm te houden. ‘Kippenvel’ is een restant van de ooit isolerende werking van lichaamshaar.

Het hoofdhaar van de hedendaagse mensen heeft voornamelijk een esthetische functie. In die functie is de keuze voor een bepaalde haardracht vergelijkbaar met het zetten van een tattoo: het is een statement dat de identiteit of de groepszin beklemtoont. Haar dient daarbij vooral als ‘memento’, een persoonlijk gedenkteken op het lichaam.

Veel mensen gaan achteloos om met hun haar en zijn zich weinig bewust van functie, aura en status. Haren bepalen voor een groot deel de menselijke identiteit: men ervaart het als een onderscheidend kenmerk, als een verleidingsinstrument, als de uitdrukking van het dierlijke of juist het intieme van een mens – met een grote variatie tussen man en vrouw – als teken van schoonheid én lelijkheid. Haar verbergt onze kwetsbaarheid en beschermt ons tegen zon, wind en regen.

Trots op haar

‘Vroeger had ik echt een hekel aan mijn haar. Droeg het kort, met veel gel. Het lijkt een ijzeren wet: wie krullen heeft wil steil haar, wie steil haar bezit wenst krullen. Het moment dat ik mezelf pas echt accepteerde kwam op mijn veertiende, in Italië. Ik smeerde er zonnebrandcrème in op vakantie, omdat erop stond “houdt haar zacht en soepel”. Toen had ik ineens mooie blonde krullen, een bruine huid en voor het eerst sjans.

Carien Frijn.

Ik moet er wel heel wat voor doen, hoor. Ik gebruik zes verschillende producten voordat mijn haar een beetje zit: shampoo, conditioner, lotion, mousse, krulbooster en haarlak. Dat begint al onder de douche. Een krul moet een krul zijn en geen pluizenbos, vind ik. Dat kost mij ongeveer drie kwartier, en dat is exclusief de tijd die nodig is voor het aanbrengen van makeup en het uitzoeken van mijn kleding. Tsja… Mensen spreken mij wel eens aan op mijn haar. Laatst zei iemand: “Je bent een droom.” Maar dat was een man, dus die neem ik niet al te serieus.’ Carien Frijn (24)

Perpetuum mobile van de mode

In de huidige Westerse cultuur wordt schaamhaar nogal eens te lijf gegaan. De baal haar wordt dan gereduceerd tot een streepje of driehoek, zorgvuldig getrimd dan wel helemaal kaal geschoren. Daaraan liggen allerlei motieven ten grondslag: geloof in hygiëne, esthetiek of seksuele opwinding. Maar de trend naar kaal is inmiddels zo massaal dat het in bepaalde contreien of subculturen geen rage meer is, maar ‘standaard’. Lichaamshaar is het nieuwe taboe.

“Het ontbreken van schaamhaar is een recent, hypermodern verschijnsel in onze beeldcultuur”, stelt Anneke Smelik, hoogleraar Visuele cultuur in Nijmegen. “Hoewel het publiek vaak redenen van hygiëne aangeeft om de schaamstreek van haar te ontdoen, speelt hier vooral de invloed van de pornografie.” Door het ontbrekende schaamhaar komen de geslachtsorganen vol in beeld en lijken ze zelfs nog wat groter te worden. Uiteraard is het ook verbonden met het “eeuwig jong” ideaal van onze cultuur, omdat schaamhaar een teken is van volwassen seksualiteit", aldus de Nijmeegse visualist. Zij beschouwt deze niets ontziende etalering tot in het kleinste detail van het intiemste lichaamsdeel, als een verontrustend aspect van de huidige beeldcultuur. Er is een meedogenloze visualisering gaande die Smelik ‘pornoficatie’ noemt: “Een pornografische blik heeft ons dagelijkse leven geïnfiltreerd en bespeurt elk haartje dat nog verwijderd had moeten worden. We moeten te allen tijde bereid zijn om de koopwaar in de etalage uit te stallen voor vrije inspectie.”

Tatoeages, haardracht of juist het gebrek daaraan, en ook de manier van kleden zijn uitingen om het lichaam een eigen identiteit te geven. Een identiteit die geen vaststaand gegeven is, maar aan de ‘seizoenen’ – lees: modegrillen – is overgeleverd. Modes komen, modes gaan, maar altijd zal iets daarvan in zwang blijven. Dat maakt mode per definitie een soort perpetuum mobile.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 april 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.