Je leest:

Kromme tenen van steenkolenengels?

Kromme tenen van steenkolenengels?

Auteur: | 2 november 2006

Het ‘steenkolenengels’ van Nederlanders is slechter dan ze zelf denken. Vooral Noordamerikaanse toehoorders blijken zich – meer dan Britten en Australiërs – aan de gemankeerde uitspraak te storen. Dat blijkt uit onderzoek van taalwetenschapper Rias van den Doel, die 9 november bij de Universiteit Utrecht promoveert . Hij onderzocht de beoordeling door Engelse moedertaalsprekers van uitspraakfouten door Nederlanders. Welke fouten zijn storend, welke niet?

Als een Nederlander Engels spreekt kun je meestal wel een Nederlands accent horen: we spreken ook wel van ‘steenkolenengels’. Voor Nederlanders is het bijvoorbeeld moeilijk om de Engelse th-klank of de r-klank uit te spreken zoals de Engelsen dat doen. En een Fransman maakt weer heel andere ‘fouten’ in de uitspraak van het Engels. Nu zullen een Nederlander en een Fransman die Engels met elkaar spreken het elkaar niet kwalijk nemen dat er een accent doorklinkt in hun Engels. Maar wat vinden moedertaalsprekers van het Engels hier eigenlijk van? Storen zij zich aan dit soort uitspraakfouten of vinden zij ze eerder lachwekkend?

Steenkolenengels is het Engels zoals dat gesproken wordt door Nederlandstaligen. De term gaat terug op de bastaardtaal die rond 1900 door Nederlandse havenarbeiders werd gebruikt om te communiceren met de bemanning van steenkolenboten uit Groot-Brittannië.

Op 9 november promoveert Rias van den Doel op een onderzoek naar de manier waarop moedertaalsprekers van het Engels Nederlandse uitspraakfouten beoordelen. Aan het onderzoek hebben meer dan 500 moedertaalsprekers deelgenomen, overigens niet alleen maar standaardtaalsprekers. Ook sprekers van het Schots, het Australisch, het New Yorks en het Canadees Engels werd gevraagd een oordeel te geven. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat het accent van de beoordelaars meespeelt in de beoordeling van de uitspraakfouten. Een voorbeeld is de Nederlandse uitspraak van film of melk waarin vaak een extra klinker wordt geplaatst, dit klinkt dan als fillem of mellek. Een soortgelijk verschijnsel komt ook in het Iers Engels voor. Het bleek dan ook dat sprekers van het Iers Engels zich minder stoorden aan deze “Nederlandse” uitspraak.

In het bovenstaande voorbeeld neemt een spreker van het Iers Engels geen fout waar, maar een spreker van het Brits Engels wel. Dat is de reden waarom het oordeel van de Ier positiever is dan dat van de Brit. Toch was er in het onderzoek niet altijd een relatie tussen het aantal fouten dat waargenomen werd en de beoordeling van het accent. Beoordelaars uit Groot-Brittanië en Australië bijvoorbeeld hoorden meer fouten dan de beoordelaars uit de Verenigde Staten en Canada en toch hadden zij een coulantere houding naar de Nederlanders. Dat Noordamerikanen negatiever staan tegenover uitspraakfouten van Nederlanders is een verrassende conclusie. Uit het onderzoek kwam namelijk ook naar voren dat Nederlanders aan Britten en Ieren een grotere strengheid toeschrijven dan aan Amerikanen.

foto: www.dunglish.nl ( Dunglish is een combinatie van Dutch en English: het Engels uit de mond van een Nederlander)

Door alle groepen beoordelaars werd groot belang gehecht aan de verstaanbaarheid. Onjuiste klemtonen bijvoorbeeld werden als ernstige fouten gezien. Maar men viel ook over kleine uitspraakverschillen, vooral als deze voor verwarring zorgden: zoals de de f in ferry die uitgesproken werd als een v waardoor het woord klonk als very, de uitspraak van bed als bet, wine als vine of bat als bet. Maar verstaanbaarheid is niet het enige criterium: de huig-r (of: keel-r) in red werd net zo streng beoordeeld.

De uitspraakfouten werden ook aan Nederlandse beoordelaars voorgelegd: deze bleken de fouten die gemaakt werden flink te onderschatten. Ook werden er vragen gesteld over het uitspraakonderwijs in Nederland. Uit de antwoorden bleek dat er in het voorgezet onderwijs weinig aandacht wordt besteed aan uitspraak. Dit terwijl uitspraak vogens de exameneisen wel degelijk onderdeel uitmaakt van de vaardigheden waarop leerlingen beoordeeld worden. Binnen het voortgezet onderwijs komen de verschillen tussen de Nederlandse en Engelse klanksystemen nauwelijks aan de orde. Dit betekent dat leerlingen die na hun middelbare school kiezen voor een studie Engels veel uitspraakproblemen tegenkomen. Het proefschrift eindigt dan ook met een aantal aanbevelingen voor het onderwijs. Leerlingen zouden zich beter bewust moeten worden van de uitspraakverschillen van Nederlanders en Engelsen.

Rias van den Doel promoveert op 9 november 2006 aan de Universiteit van Utrecht. De titel van het proefschrift luidt: How Friendly are the Natives? An Evaluation of Native-speaker Judgements of Foreign-accented British and American English.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 november 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.