Je leest:

Kosten en kansen van klimaatverandering

Kosten en kansen van klimaatverandering

Auteur: | 29 september 2015

Op verjaardagsfeestjes is het een veel gehoorde mening: “Laat die klimaatverandering maar komen, het wordt er bij ons alleen maar lekkerder op!” We zien blijkbaar ook voordelen van de klimaatverandering. Ook in een recent rapport van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving, de overheidsinstantie die voor het Rijk het natuur-, milieu- en ruimtebeleid analyseert) schrijven de programmaleider Water, Ruimte en Klimaat, drs. Willem Ligt­voet en collega’s opvallend nuchter over de gevolgen van het veranderende klimaat voor Nederland. “Natuurlijk, Nederland zal als een typisch deltaland de nodige kosten moeten maken om bijvoorbeeld de stijgende zeespiegel bij te kunnen houden. Maar de klimaatverandering biedt ook kansen.”

De kansen waar Ligtvoet over spreekt zijn tweeledig. Nederland is een kennis- en exportland. Na de orkaan Katrina in 2005 werden bijvoorbeeld Nederlandse ingenieurs ingeschakeld in New Orleans om waterkeringen te bouwen. En ook na de orkaan Sandy, die New York in 2012 teisterde, kwamen Nederlandse ingenieurs in actie om klimaatbestendige maatregelen te bedenken. Maar de weg- en waterbouwers zijn niet de enigen die, Hollands gezegd, munt kunnen slaan uit de gevolgen van het veranderende klimaat.

Ligtvoet: “Ook voor de landbouw zijn er extra kansen. Sommige teelten in zuidelijke landen zullen steeds moeilijker worden omdat het daar te droog of te warm wordt. Dat biedt dus extra mogelijkheden voor de Nederlandse agrarische industrie. Zo wordt er inmiddels ook al soja en druiven voor wijn geteeld in ons land. En ook het toerisme zou kunnen profiteren. De kansen op een Elfstedentocht worden weliswaar kleiner, maar de kansen op warme zomers lijken toe te nemen. Dat zou Nederland toeristisch gezien aantrekkelijker kunnen maken. Daarnaast zullen ook de kosten voor verwarming afnemen.”

Opwarming
De gemeten opwarming tussen 1999 en 2008 ten opzichte van de gemiddelde temperatuur tussen 1940 en 1980 (rood = 2 graden opwarming, geel = 1 graad, blauw is 1-2 graden afkoeling).
Biowetenschappen en maatschappij

Vooruitdenken

Ligtvoet benadrukt dat Nederland nu al moet nadenken over de risico’s van klimaatverandering en hoe die te bestrijden. “Wanneer je bouwt aan de infrastructuur van ons land, kun je rekening houden met de temperaturen en de neerslag van nu, of je kunt alvast vooruitdenken over het klimaat dat wordt voorspeld. Warmer weer vraagt misschien andere maatregelen vanwege het krimpende en uitzettende metaal van bijvoorbeeld bruggen, en extreme neerslag vraagt extra maatregelen bij het bouwen van tunnels. We hebben nú de kans om dat soort maatregelen te nemen bij de infrastructuur die nu wordt gebouwd of gepland. Dat soort grote infrastructurele werken leg je voor tientallen jaren neer, dus dan moet je ook verder vooruitdenken.”

Ook in de steden- en huizenbouw moet anders worden gepland, stelt Ligtvoet. “Een van de belangrijke problemen daarbij is de toename van hittestress in de steden. We zullen goed moeten nadenken over het koelen van huizen, om pieken in de sterfte in de zomer te voorkomen. Ook onze steden zullen we anders moeten inrichten. Steden zijn zogenoemde ‘hitte-eilanden’, die al gauw enkele graden warmer zijn dan de omgeving. Dat soort effecten kun je voor een deel beperken door meer groen in de steden te plannen.”

Dijken verhogen en ‘steenbreken’

De Deltacommissie onder leiding van deltacommissaris Wim Kuijken adviseert de overheid wat te doen om ons land veilig te houden tegen het wassende water. Traditioneel is de reflex van ons land na problemen of ‘bijna-problemen’: dijken bouwen. Zo zijn na de watersnood van 1953 de deltawerken gekomen en is na een watersnood in 1916 de Afsluitdijk van de tekentafel gerold. Sinds 1995, toen de Betuwe dreigde vol te lopen met rivierwater, worden de plannen iets minder traditioneel. Toen kwam de overheid met het plan ‘Ruimte voor de Rivieren’. In plaats van het water op te sluiten of buiten te houden, werd besloten het water meer natuurlijke ruimte te geven in het geval van extreem hoge afvoer van de Rijn of de Maas.

In het voorjaar van 2015 gaf Kuijken ook de aftrap voor een wellicht onverwachte strategie om waterproblemen te voorkomen: hij haalde bij de opening van de Nationale Tuinweek een tegel uit een tuin om daar een plant voor terug te zetten. De idee erachter is eenvoudig: tuinen met veel tegels of stenen nemen geen water op in de bodem, maar voeren het bij hevige buien meteen af naar het riool. Daardoor wordt dat riool bij de steeds vaker voorkomende stortbuien ook vaker overbelast, en lopen de straten vaker onder.

Tegeltuin
Biowetenschappen en maatschappij

Die vergroening, of liever: die ‘ontstening’ van de Nederlandse tuinen is ook het idee achter de ‘Operatie Steenbreek’, een plan van de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Den Haag, Amersfoort, Eindhoven en Maastricht. Uit onderzoek blijkt dat Nederland, grof geschat, 150 duizend hectare tuinen heeft. Potentieel is dat een enorm areaal natuur, waar bij buien een hoop water in kan verdwijnen. Maar datzelfde onderzoek laat zien dat in sommige delen van die gemeenten tot meer dan een derde van die tuinen ‘versteend’ is.

Behalve overbelasting van het riool zorgen versteende tuinen ook voor extra opwarming van het stedelijk milieu. Steden zijn al notoire hitte-eilanden, die in de zomer meerdere graden warmer zijn dan de omliggende gebieden. Die extra opwarming kan worden bestreden door meer groen in de steden aan te leggen. Verder dragen groene tuinen bij aan de biodiversiteit in de steden. Bij het lichten van de tegel in de Tuinweek 2015 stelde Deltacommissaris Kuijken dat het vergroenen van tuintjes weliswaar per tuin een bescheiden bijdrage is, maar dat alle tuinen samen wel degelijk een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van de negatieve effecten van de klimaatverandering.

Scenario’s

Bij het plannen van het overheidsbeleid houdt ons land de klimaatscenario’s van het KNMI in De Bilt aan. Die heeft in 2014 de scenario’s voor het laatst geactualiseerd. Daarbij wordt gewerkt met vier verschillende klimaatscenario’s. Al die scenario’s rekenen voor dat de winters in ons land minder koud en fors natter worden. De zomers worden volgens alle beschikbare modellen warmer en volgens de meeste waarschijnlijk ook droger. Er zullen meer en langere hittegolven optreden. Bovendien zal er vaker ‘extreem weer’ optreden: hevige regenbuien in de zomer met vaker hagel en onweer.

De hoeveelheid zeespiegelstijging verschilt in de vier gebruikte scenario’s, maar dát de zeespiegel stijgt staat in alle modellen als een paal boven water. Het Internationale Klimaatpanel van de VN, het IPCC, rekent nu met gemiddeld 2 tot 4 graden wereldwijde temperatuurstijging aan het eind van deze eeuw, waarbij de zeespiegel wereldwijd tot 82 centimeter zou kunnen stijgen.

Net als het weerbericht hebben alle klimaatscenario’s een aanzienlijke onzekerheidsmarge. “Maar”, zegt Ligtvoet, “tegelijk moet je je realiseren dat we de afgelopen decennia al een gemeten opwarming hebben en ook een gemeten zeespiegelstijging en toename van extreem weer. Het is dus zeker niet zo dat we alleen maar varen op onzekere toekomstvoorspellingen. De veranderingen die al langer werden voorspeld zien we nu ook concreet gebeuren.”

Zandsuppleties
Met zandsuppleties versterken wij onze kust.
Biowetenschappen en maatschappij

Risico’s

Het grootste risico dat ons land als delta van Rijn en Maas aan de Noordzeekust loopt, heeft uiteraard te maken met water. In het ‘Deltaprogramma’ heeft de overheid beschreven wat zij wil doen om die risico’s op te vangen. Een overstroming is uiteraard nooit voor 100% uit te sluiten, maar het Deltaprogramma stelt dat de kans nergens in Nederland hoger zou moeten zijn dan eens in de 100.000 jaar om te overlijden als gevolg van een overstroming. Op plaatsen waar veel slachtoffers zouden kunnen vallen, of waar kostbare infrastructuur aanwezig is, daar wordt die kans zelf nóg lager gehouden, ofwel: daar wordt nóg meer geïnvesteerd om de mogelijke overstromingen en de klimaatverandering het hoofd te bieden.

De zeespiegel is de afgelopen eeuw al met circa 20 cm gestegen en er is voor de Nederlandse kust nog geen versnelling waargenomen. Als dit wel het geval zou zijn en de snelheid van de zeespiegelstijging zou substantieel toenemen, dan gaat dit forse extra investeringen vragen. “Maar naar alle waarschijnlijkheid zijn die investeringen, zoals het er nu uitziet, voor Nederland te overzien”, zegt Ligtvoet. “In het Deltaprogramma van de overheid is becijferd dat ons land tot 2028 17 miljard moet investeren. Dat is natuurlijk een fors bedrag, maar als je het uitdrukt in kosten per hoofd van de bevolking per jaar, dan kom je uit op rond de vijfenzestig euro per persoon per jaar. Dat is een bescheiden verzekeringspremie”, stelt Ligtvoet met gevoel voor understatement. “Het Nederlandse veiligheidsbeleid is inderdaad behoorlijk efficiënt.”

Behalve de investeringen van de rijksoverheid, moeten ook gemeenten en private partijen zoals projectontwikkelaars en grote internationale bedrijven investeringen doen om de klimaatverandering het hoofd te bieden. “Binnen het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat is eens voor een honderdtal uiteenlopende projecten geanalyseerd wat het rekening houden met klimaatverandering dan in de praktijk betekent. In veel gevallen bleek het budgettair helemaal geen of slechts geringe consequenties te hebben. Als al in de planning en het ontwerp van projecten rekening gehouden werd met klimaatverandering bleek dat in veel gevallen nauwelijks tot extra kosten te leiden.”, aldus Ligtvoet.

Van woonboot naar watervilla

Wonen op het water is al eeuwenoud, maar dankzij de klimaatverandering heeft het een nieuwe impuls gekregen. Onder andere vanwege de verwachtte toename van hevige regenval moeten planologen bij de stedenbouw meer en meer rekening houden met waterberging. Die berging kan in de vorm van bijvoorbeeld een min of meer natuurlijk meer worden aangelegd in nieuwe woonwijken, maar steeds meer steden ontdekken dat je ‘op’ die waterberging net zo goed huizen kunt bouwen. De zes ‘drijvende kavels’ in de Delftse wijk Harnaschpolder zijn daar een goed voorbeeld van. Daar zijn complete villa’s van meerdere verdiepingen op betonnen bakken gebouwd.

Watervilla
Biowetenschappen en maatschappij

“De architectuur en de techniek zijn niet meer de beperking”, zegt de Delftse ingenieur Rutger de Graaf van het adviesbureau Deltasync, dat onder andere adviseert bij drijvend bouwen. “De belangrijkste beperking zit in het aantal beschikbare bouwlocaties. Gemeenten moeten er blijkbaar nog aan wennen dat je waterberging kunt combineren met woningen. Maar de noodzaak en ook de vraag worden alleen maar groter.”

Waar de Nederlanders een ‘verzekeringspremie van vijfenzestig euro per persoon per jaar’ moeten opbrengen, zijn de problemen elders op de wereld een stuk groter, beaamt ir. Marijke Vonk, beleidsonderzoeker bij de sector Water, Landbouw en Voedsel van het PBL. “Weliswaar is de gemeten temperatuurstijging groter op meer noordelijke breedtegraden, maar tegelijk zijn de effecten in landen rond de evenaar vaak groter. Bovendien zijn veel van deze landen kwetsbaarder in termen van middelen, sociaal-economische ontwikkeling en stabiliteit. Dat bepaalt in hoge mate hoe mensen en landen op klimaatverandering kunnen reageren.”

De Wereldbank heeft al in 2010 een studie gedaan naar de economie van klimaatadaptatie (zie het kader hieronder). Uit die studie bleek heel duidelijk dat veel landen en regio’s een tekort hebben op hun klimaatbalans. Zij kunnen de kosten nu niet opbrengen om de risico’s af te dekken.

De grootste concrete zorgen voor de wereldgemeenschap spelen in delta’s. Waar Nederland een deltaplan heeft opgesteld om de stijgende zeespiegel tegen te houden, wordt ook in internationale samenwerking een deltaplan opgesteld voor bijvoorbeeld Bangladesh.

Wateroverlast
Wateroverlast in de delta van de Ganges is een stuk lastiger te voorkomen dan in de delta van Rijn en Maas.
Biowetenschappen en maatschappij

Ligtvoet: “Zoals wij in de delta wonen van Rijn en Maas, ligt Bangladesh in de grootste delta van de wereld, die van de Ganges. Het spreekt voor zich dat de problemen die wij ondervinden in het niet vallen bij de problemen in die regio. Niet alleen is de waterafvoer daar vele malen groter, ook de internationale samenwerking tussen landen als India en Bangladesh is zacht gezegd niet zo soepel als die tussen de landen in het stroomgebied van de Rijn en de Maas, om nog maar te zwijgen van de economische mogelijkheden om problemen het hoofd te bieden.”

Behalve uit internationale solidariteit, is samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie ook een nuchtere kwestie van eigenbelang, stelt Vonk. “De globalisering heeft geleid tot intensieve internationale handelsrelaties. Wanneer regio’s elders in de problemen komen, zal dat vroeg of laat de rest van de wereldgemeenschap ook raken. Of dat nu in humanitaire of economische zin is. Het World Economic Forum stelt in zijn recente analyse van de wereldeconomie dat het falen van adaptatie aan klimaat op mondiale schaal één van de grootste risico’s voor het economisch systeem is. Ook vanuit dat oogpunt is het belangrijk om internationaal samen te werken op het gebied van klimaatverandering.”

De economie van de klimaatverandering

In het rapport Economics of Adaptation to Climate Change, beschreef de Wereldbank in 2010 de boekhouding achter het opvangen van de klimaatverandering. In 2007 hadden de leden van de VN op Bali al een plan opgesteld waarbij ontwikkelde landen werden opgeroepen om substantiële financiële middelen ter beschikking te stellen aan de ontwikkelende economieën, om hen te helpen bij het opvangen van de klimaatproblemen. Tegelijk constateert de Wereldbank dat er eigenlijk maar één echt goede manier is om de gevolgen te kunnen dragen, en dat is economische ontwikkeling. Het maakt extra middelen beschikbaar en maakt de meest kwetsbare landen ook minder afhankelijk van de sector die het hardst getroffen zal worden door de klimaatverandering: de landbouw.

Wereldwijd schat de Wereldbank dat er tussen 2010 en 2050 tot 100 miljard dollar per jaar nodig zal zijn om de wereld te wapenen tegen een temperatuurstijging van 2 graden. Een groot bedrag, maar tegelijk is dit minder dan 0,2 % van het Bruto Internationaal Product van de wereldeconomie.

De achilleshiel van dit verhaal zit volgens de Wereldbank niet eens zozeer in het bouwen van bescherming tegen de stijgende zeespiegel, maar vooral in de beschikbaarheid van voldoende zoetwater. En dat is een probleem dat maar voor een deel samenhangt met de klimaatverandering. Zelfs als het klimaat niet verder verandert zal een eerlijke verdeling van zoetwater al zoveel politieke problemen kunnen veroorzaken, dat dit de mogelijke samenwerking bij het aanpakken van de klimaatproblemen ernstig zal bemoeilijken.

Hoe lang gaat het goed?

Hoe lang de wereldgemeenschap nog in staat zal zijn om de gevolgen van het veranderende klimaat op te vangen hangt van veel factoren af, zeggen de PBL-onderzoekers. Allereerst hang het af van concrete veranderingen van het klimaat in de komende eeuwen. Gaat dit om twee of vier graden tot het eind van deze eeuw? En wat gebeurt daarna? “Met technologie valt in principe een hoop op te lossen”, stelt Vonk vast. “Alleen de vraag is: welke risico’s vinden we acceptabel en in hoeverre zal de internationale samenleving in staat zijn de benodigde maatregelen te financieren en te organiseren?”

“Daarnaast moet je ook de effecten van bodem­daling niet uitvlakken”, stelt Ligtvoet. “Behalve een stijgende zeespiegel door het opwarmende klimaat, hebben veel deltagebieden ook te maken met een dalende bodem door het onttrekken van water voor drinkwaterproductie en ontginning van veengebieden. Die bodemdaling gaat soms vele malen harder dan het stijgen van de zeespiegel.”

Het World Economic Forum stelde in 2015 twee lijstjes op van mondiale risico’s; één top-tien naar waarschijnlijkheid en één naar impact.

Un
Biowetenschappen en maatschappij

Waarschijnlijkheid 1. Internationale conflicten 2. Extreem weer 3. Falend nationaal bestuur 4. Falende staat 5. Werkeloosheid 6. Natuurrampen 7. Falende aanpassing aan klimaatverandering 8. Watercrises 9. Datadiefstal 10. Cyberaanval

Impact 1. Watercrises 2. Besmettelijke ziekten 3. Massavernietigingswapens 4. Internationale conflicten 5. Falende aanpassing aan klimaatverandering 6. Energieprijsschok 7. Uitval cruciale informatie-infrastructuur 8. Belastingcrises 9. Werkeloosheid 10. Biodiversiteitsverlies

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 september 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.