Je leest:

Kosovo: gebed zonder einde

Kosovo: gebed zonder einde

Auteur: | 3 augustus 2007

Nieuw geweld in Kosovo is niet langer ondenkbaar. Het internationaal overleg over de status van Kosovo bevindt zich in een diepe impasse. Dit stelt onderzoeker Dick Leurdijk in een nieuwe publicatie van het Clingendael Instituut te Den Haag.

Als er niet snel een beslissing over de status van Kosovo wordt genomen, kan dat volgens Leurdijk leiden tot militaire, economische en politieke chaos: ‘Het meest waarschijnlijke scenario onder die omstandigheden zou dan vermoedelijk zijn dat de Albanezen eenzijdig hun onafhankelijkheid uitroepen. Dat zou dan tot een doemscenario kunnen leiden met verregaande consequenties voor zowel Kosovo als de regio.’ De uitroep tot onafhankelijkheid van de Albanezen zou volgens Leurdijk mogelijk gevolgd kunnen worden door de onafhankelijkheidsverklaring van Noord Kosovo door de Servische minderheid.

Nog altijd is de status van de Servische provincie Kosovo onbepaald. Eigenlijk had er in januari al een beslissing genomen moeten worden. Toen lag er een advies van de VN-gezant Martti Ahtisaari bij de Veiligheidsraad om Kosovo onafhankelijk te verklaren onder de voorwaarde dat dit gedurende vier maanden onder internationaal toezicht zou gebeuren. Dit plan werd gedwarsboomd door Rusland. Ahtisaari had er 13 maanden overleg met Servische Kosovoaren en Albanische Kosovoren op zitten, tevergeefs. Nu, een half jaar later, zijn we weer terug bij af. Er start een nieuwe bemiddelings- en onderhandelingsronde tussen de Serviërs en de Albanese Kosovaren. De vraag is of de Albanese Kosovaren nog wel zoveel geduld hebben.

In Kosovo wonen Serviërs en Albanezen. De Serviërs vormen een kleine minderheid, zo’n 10 procent van de bevolking, terwijl de Albanezen de grote meerderheid vormen. De Servische Kosovaren wonen in enclaves verdeeld over heel Kosovo. Het grootste gedeelte van de Serviërs woont in het noorden van Kosovo, rondom de stad Mitrovica. De Servische minderheid bevindt zich in een benarde positie. Serviërs krijgen moeilijk werk, hebben slechte toegang tot de gezondheidszorg en kunnen de enclaves niet veilig verlaten.

Niet lang geleden was de situatie omgekeerd. Toen Kosovo nog bij Servië hoorde, vormden de Albanezen een onderdrukte minderheid. De rollen zijn omgedraaid in de Kosovo-oorlog van 1999 waarin het Albanese bevrijdingsleger (UCK) het opnam tegen de Serviërs. Na 78 dagen luchtaanvallen op Servische doelen trok het Servische leger zich terug en kwam Kosovo onder bestuur van de Verenigde Naties.

In Kosovo zijn verschillende plaatsen waar Serviërs als internally displaced people wonen. Zij wonen in oude scholen of hotels omdat ze niet naar huis kunnen terugkeren.

Kosovo kan niet altijd onder internationaal bestuur blijven, maar de situatie ligt gevoelig. De Servische regering wil Kosovo niet kwijt omdat het de bakermat van de Servische cultuur zou zijn. De Albanese Kosovaren willen absoluut niet terug naar de situatie van voor de oorlog. Doordat Kosovo nu al een tijd onder VN-bestuur staat, lijkt onafhankelijkheid de enige mogelijke oplossing. Voor Servië blijft deze optie echter onaanvaardbaar. Vorige week nog steunde het parlement in Belgrado het besluit van de regering dat Kosovo een onontvreemdbaar deel van Servië is en dat aantasting van de soevereiniteit gevaarlijk is. Het lijkt erop dat de Serviërs en de Albanese Kosovaren sinds 1999 nog niet veel dichter bij elkaar zijn gekomen. Nog steeds staan ze lijnrecht tegenover elkaar met hun wensen: onafhankelijkheid tegenover inlijving bij Servië.

Een uitweg uit de impasse moet nu komen van een driemanschap van vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland. Deze Contactgroep gaat maximaal 120 dagen bemiddelen. De kans dat men het op internationaal vlak snel eens zal worden, is volgens Leurdijk klein. Terwijl de Verenigde Staten en de Europese Unie veel zien in onafhankelijkheid, blijft Rusland Servië steunen in haar wens om Kosovo te behouden. In de komende onderhandelingen mag het plan van Ahtisaari eigenlijk niet als uitgangspunt genomen worden. Maar een reserveplan is er niet.

Bron: Leurdijk,_De toekomstige status van Kosovo , 2007. Dick Leurdijk is senior onderzoeker bij het Clingendael Instituut. Aan dit instituut wordt onderzoek gedaan naar internationale betrekkingen._

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 augustus 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.