Je leest:

Kosmische magneten zetten aarde onder stroom

Kosmische magneten zetten aarde onder stroom

Auteur: | 1 mei 2000

Op 27 augustus 1998 lieten ze voor het eerst van zich horen; magnetars, magnetische sterren waarop zelfs de kleinste trilling tot een enorme stralingsexplosie leidt. Die ene stond nog ver. De volgende kan angstig dichtbij komen.

Zeer zeldzaam

Door de explosie sloegen verscheidene satellieten op tilt, en raakte de ionosfeer van de aarde – en daarmee het radioverkeer – ernstig ontregeld. En toch was de oorzaak een slordige twintigduizend lichtjaar hier vandaan. Gelukkig zijn explosies als deze zeer zeldzaam. Binnen ons hele Melkwegstelsel zijn maar een handjevol objecten tot een dergelijke krachtinspanning in staat. De bizarre objecten waar het hier om gaat heten magnetars. Het zijn sterren zo groot als de Mount Everest, met de massa van de zon, een korst van massief ijzer, een inwendige bestaande uit neutronen, een rotatieperiode van een paar seconden en een magnetisch veld dat duizend biljoen keer zo sterk is als dat van de aarde. Aan het oppervlak van een magnetar komen bevingen en verschuivingen voor vergelijkbaar met de bewegingen langs de geologische breuken op aarde. De veldsterkte van de exploderende magnetar is de hoogste ooit in het heelal gemeten. Niet dat de aardse kompassen van slag raakten – daarvoor stond het object nou nét weer te ver, maar als het op tweehonderdduizend kilometer had gestaan, halverwege de aarde en de maan, zouden alle magneetstrips van alle credit cards in alle portefeuilles gewist zijn en portemonnees, sleutels en kleingeld zouden spontaan uit de broekzakken zijn gevlogen.

Figuur 1. Een neutronenster. De blauwe lijnen geven de magnetische velden aan. Bron:NASA (www.universe.gsfc.nasa.gov/ press/images/neutron/)

Klik op de afbeelding voor een grotere versie

Vuurtoreneffect

Van de energie van de uitbarsting kwam natuurlijk maar een nietig deel op aarde terecht. Toch was de röntgenintensiteit van de bron half zo groot als van de röntgencamera bij de tandarts. Het bestaan van magnetars werd enkele jaren geleden reeds voorspeld. Het was al bekend dat zware sterren hun leven eindigen in een kolossale supernova-explosie. Daarna blijft een kleine, compacte neutronenster over (zie figuur 1.). Neutronensterren draaien heel snel om hun as, tot een paar honderd keer per seconde, en zenden daarbij bundels radiostraling het heelal in. Dankzij de rotatie ontstaat dan een ‘vuurtoreneffect’: op aarde zien we de neutronenster aan- en uitknipperen. Neutronensterren met een extreem sterk magnetisch veld produceren geen bundels radiostraling maar zenden röntgenstraling uit in alle richtingen. En bij bevingen aan het oppervlak kunnen uitbarstingen van gammastraling ontstaan. Deze is nog energierijker. Er zijn maar vier magnetars in het Melkwegstelsel bekend. Neutronensterren ontstaan bij supernova-explosies, waarbij grote hoeveelheden gas de ruimte in worden geblazen. Na verloop van tijd is op de plaats van de supernova een uitdijende gaswolk te zien: de ‘supernovarest’. De krabnevel, het restant van een supernova uit 1054, is het bekendste voorbeeld. Als magnetars neutronensterren zijn, zou je verwachten dat ze zich in een supernovarest bevinden – en inderdaad: voor drie van de vier objecten is dat het geval.

Een groot mijnenveld

Magnetars zijn geen blijvertjes. Na tien- tot twintigduizend jaar zijn ze niet langer zichtbaar. Maar als elke magnetar gedurende, zeg, tienduizend jaar maar eens per eeuw een zware beving ondergaat, moeten er in de afgelopen vier miljard jaar toch een paar miljoen explosies zoals die van 27 augustus hebben plaatsgevonden – en in sommige gevallen zal de afstand tot de aarde veel kleiner zijn geweest dan twintigduizend lichtjaar. De enorme hoeveelheden straling die daarbij op aarde terechtkwamen kunnen heel goed tot een serieuze aantasting van de biosfeer hebben geleid. Magnetars vormen daarmee – na kometen, supernova’s, dikke stofwolken en gammaflitsers – de zoveelste potentiële kosmische mega-killer. Hoe verder astronomen kijken, des te meer wordt duidelijk dat de aarde zich eigenlijk voortspoedt door een groot mijnenveld. De mijnen zijn wellicht dun gezaaid en gaan maar zelden af, maar als het zover is, zijn ze werkelijk tot alles in staat. Tot in je broekzak.

Dit artikel is eerder verschenen in nummer 3 uit de jaargang 2000 van het blad Archimedes.

Dit artikel is een publicatie van Archimedes.
© Archimedes, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 mei 2000

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.