Je leest:

Koning Lodewijk Napoleon

Koning Lodewijk Napoleon

Thema Vorst & Volk: het ontstaan van het Koninkrijk Holland

Ruim 200 jaar geleden, op 5 juni 1806, werd het Koninkrijk Holland uitgeroepen. Voor het eerst sinds Filips II kreeg Nederland weer een erfelijk staatshoofd: Lodewijk Napoleon, jongere broer van de Franse keizer. In de vier jaar van zijn koningschap onplooide Lodewijk tal van bestuurlijke en culturele initiatieven die van het land een meer (bestuurlijke) eenheid maakten. Toch is hij niet de geschiedenis ingegaan als grondlegger van de monarchie in Nederland. Ten onrechte.

Louisbonaparte koning v nl 1809
Koning Lodewijk Bonaparte
wiki commons

Hoewel het nooit een vooropgezet plan was geweest, kenden de Noordelijke Nederlanden sinds 1588 geen soevereine vorst meer. Wel was er een stadhouder, de prins van Oranje, maar die beschikte niet over een absolute macht, zoals de vorsten in omringende landen.

Toen de Franse keizer Napoleon op 5 juni 1806 besloot zijn broer Louis tot koning van Holland te maken, kwam dit dan ook als een schok voor de Nederlanders, die zich nog steeds als vrije republikeinen beschouwden. Deze radicale verandering doet vragen rijzen over het verschil tussen republiek en koninkrijk, over de koninklijke instellingen en, niet in de laatste plaats, over de persoon van de koning en de reacties van ‘zijn’ volk.

De familie Bonaparte

Lodewijk Napoleon, ofwel Louis Bonaparte, was een jongere broer van Napoleon. De familie, afkomstig van Corsica, was van eenvoudige verarmde adel. Een van de weinige voorrechten die zij bezaten, was om op kosten van de koning te mogen studeren. Zo kregen Napoleon en zijn oudste broer Joseph een beurs om een Franse militaire school te bezoeken. Toen de Bonapartes in 1793 gedwongen werden om Corsica te verlaten en zich in Marseille te vestigen, was Louis veertien jaar en nog nauwelijks geschoold. Napoleon besloot om zelf de opvoeding van de kleine Louis ter hand te nemen en hem bij zich te roepen te Châlons sur Marne.

Ofschoon deze eerste poging mislukte, voegde hij zich enige tijd later alsnog bij zijn grote broer. Daarop werd hij onderluitenant en nam hij deel aan de gevechten bij het Italiaanse Oneglia. Hoewel zijn broer hem onderwees in het Frans, wis- en aardrijkskunde en Louis zich onder meer verdiepte in de filosoof Rousseau, was zijn militaire opleiding nog altijd niet afgerond. Een laatste poging daartoe deed hij in de loop van 1795, maar deze faalde omdat hij op bevel van Napoleon mee moest naar Italië. Tijdens deze tweede militaire campagne ontdekte Louis dat hij niets voelde voor het militaire bedrijf.

Hortense de beauharnais
wiki commons

Waar hij echt van droomde, was een carrière als schrijver. Net als Napoleon, die in zijn jeugd talrijke teksten had geschreven, dacht Louis een geboren auteur te zijn. Maar terwijl Napoleon zijn militaire carrière goed wist te combineren met zijn literaire voorliefde, wilde de dromer Louis de wapens voorgoed verwisselen voor pen en papier. Desondanks had Napoleon het voornemen van Louis een militair te maken.

Ondertussen was Louis verliefd geworden op een vriendin van zijn zuster, tot grote ergernis van Napoleon die hem in 1798 meenam op zijn Egyptische campagne in de hoop dat Louis zijn verliefdheid zou vergeten. In 1802, op 24-jarige leeftijd, werd hij door Napoleon gedwongen om te trouwen met Hortense de Beauharnais, voor wie hij niets voelde. Om kort te gaan, tot 1806 heeft Louis telkens gezwicht voor de eisen van zijn grote broer.

Ondertussen werd Napoleon steeds machtiger maar ook veeleisender tegenover zijn familie. Nadat hij in 1804 keizer van Frankrijk was geworden en een jaar later bij Austerlitz de gecombineerde troepen van zijn vijanden had verslagen, kreeg hij het lumineuze idee om van zijn familieleden koningen en prinsen te maken ter ondersteuning van zijn imperialistische aspiraties. Door de krachten te bundelen zouden Frankrijk en zijn vazalstaten definitief met Engeland kunnen afrekenen.

Slag bij austerlitz 1805
De Slag bij Austerlitz in 1805
wiki commons

Om die reden werd Louis tegen zijn zin koning van Holland. Zelf had Louis de voorkeur gegeven aan een Italiaans vorstendom, Genua of Piemonte bijvoorbeeld. Het koude en natte Nederland zou funest zijn voor zijn zwakke gezondheid. Ook vroeg hij zich af of de Hollanders wel zaten te wachten op een koning. En inderdaad, spoedig na zijn benoeming tot koning braken hier en daar ongeregeldheden uit die met harde hand werden neergeslagen. Er was voor Louis dus geen gemakkelijke taak weggelegd. ‘De nieuwe plant moest acclimatiseren’, schreef een Patriot aan de minister van Financiën Izaak Gogel, en andersom moest het Hollandse volk wennen aan een koning.

De ontdekking van een identiteit

Eenmaal in zijn koninkrijk aangekomen, nam Louis de naam Lodewijk aan en frappant genoeg verkreeg hij daarmee een eigen identiteit. Verlost van zijn broers voortdurende supervisie werd hij nu echt volwassen. Ondanks zijn aanvankelijke afkeer van Holland ontpopte Lodewijk zich als een vorst die zijn best deed het zijn nieuwe onderdanen naar de zin te maken. Waar Napoleon meende dat hij een ‘koning-prefect’ had benoemd om de belangen van Frankrijk te verdedigen, daar beschouwde Lodewijk zich als een nationale koning. Dit leidde tot meerdere conflicten tussen de broers.

Het grootste probleem was de blokkade die in 1806 werd afgekondigd (het Continentaal stelsel). De handel kwam praktisch tot stilstand, hetgeen de al aanzienlijke werkloosheid nog verder vergrootte. Daarnaast verlangde Napoleon van zijn broer 50.000 manschappen, twintig oorlogsschepen, de haven van Vlissingen, invoering van de dienstplicht en de tiërcering (betaling van eenderde) van de Hollandse staatsschuld.

Deze laatste eis was ondenkbaar voor de Nederlanders, die hier een erekwestie van maakten. Nederland was immers een land waar alles was gebaseerd op vertrouwen. Lodewijk weigerde dan ook deze impopulaire maatregelen door te voeren. Hij trachtte Napoleon zonder succes van de nadelen te overtuigen. Het lukte hem alleen om het aantal Franse troepen te beperken, waarmee een lichte bezuiniging werd bereikt. Maar Napoleon bleef klagen over de opofferingen die Frankrijk deed voor een land dat een blok aan zijn been bleek te zijn. Lodewijk sprak een andere taal: zijn nieuw vaderland was uitgeput, er was geen geld meer noch waren er voldoende soldaten. En wat de vloot betreft, Napoleon moest maar geduldig wachten, daar waren de Hollanders druk mee bezig.

Marinier nl 1805
Nederlandse marinier uit 1805
Legermuseum

Ondertussen begon Lodewijk zijn koninkrijk vorm te geven. Eerst moest de grondwet aan het nieuwe bewind worden aangepast. De koning besefte dat hij de nieuwe monarchie in harmonie moest brengen met het geldende republicanisme. Lodewijk beschouwde de constitutionele monarchie als de staatsvorm die bij uitstek geschikt was om het hoofd te bieden aan de politieke moeilijkheden die het land sinds decennia plaagden.

Niet alleen wilde de koning zijn nieuwe vaderland beschermen, ook ontplooide hij allerlei initiatieven, die niet precies pasten bij een handelsstaat, aldus Napoleon. Net als zijn keizerlijke broer wilde hij een eigen kroning, paleizen, maarschalken, adelstand en ridderorde. Dit alles tot grote woede van de Franse keizer. Was Holland plotseling een militaire staat geworden? Welk profijt had een volk van ‘kapitalisten’ en handelaren bij een eigen adel? Ook weigerde Napoleon, na een aanvankelijke toezegging, dat Lodewijk officieel in Amsterdam gekroond zou worden. Een eigen Hollandse troon, dat was nog net toegestaan. Door deze constante kritiek groeide de onzekerheid van Lodewijk over de toekomst van het Koninkrijk Holland.

Al met al was de relatie tussen de twee broers dubbelzinnig. Enerzijds weigerde Lodewijk voor het eerst in zijn leven de bevelen van Napoleon klakkeloos op te volgen. Anderzijds voerde hij een beleid dat grotendeels was geënt op hetgeen de keizer in Frankrijk had bereikt. Dat Lodewijk hem op veel punten imiteerde, was deels het gevolg van jaren van gehoorzaamheid aan Napoleon. Bovendien had Lodewijk van dichtbij kunnen meemaken hoe de zeer autoritaire en ondernemende keizer zijn rijk tot een eenheid had gesmeed.

Een nationale koning

Regelmatig sprak Lodewijk het verlangen uit dat hij een nationale koning wilde zijn. Zijn woorden getuigen van het opkomende natiebesef dat steeds sterker werd in het Europese denken. Lodewijk was zich bewust van dit verschijnsel en hechtte er een groot belang aan. Een koning was niet in staat om te regeren wanneer hij geen rekening hield met de belangen van de natie. Wat een nationale koning precies was, had Napoleon al laten zien toen hij de verzoening tussen alle Fransen bevorderde. Lodewijk was niet ongevoelig voor dat streven en toen hij in Holland aankwam, liet hij een lijst maken van alle goede vaderlanders: orangisten, Patriotten, federalisten, gematigden… iedereen was welkom.

Gebroederlijk werkten oude politieke vijanden samen aan de opbouw van het Koninkrijk Holland. Revolutionairen als Gogel en Van Maanen, de minister van Justitie, zaten nu naast orangisten als Gerard Brantsen, Cornelis Six of Carel van Bijlandt. De dichter Willem Bilderdijk, als orangist in ballingschap gegaan omdat hij weigerde in 1795 een eed van trouw aan het nieuwe bewind af te leggen, keerde terug en werd aangetrokken om Lodewijk de Nederlandse taal te leren. Dat dit niet helemaal lukte, moeten we niet zozeer aan Lodewijk wijten als wel aan Bilderdijk, wiens lesmethode op zijn zachtst gezegd niet gemakkelijk was.

Willem bilderdijk %281756 1831%29  by charles howard hodges
Willem Bilderijk, door C.H. Hodges in 1810.
wiki commons

Ook trouwe aanhangers van de prins van Oranje hoopten deel uit te maken van Lodewijks koninklijke entourage. Had de stadhouder ondertussen niet een nieuw Duits vorstendom gekregen (het kleine Fulda) en officieel afstand genomen van de stadhouderlijke titel? In 1806 was een restauratie van de Oranjedynastie dus ondenkbaar. De nationale verzoening was een eerste stap naar de ‘nationale monarchie’ waar Lodewijk voor ijverde. Daarvoor was nog veel meer nodig. Samen met oude Patriotten, zoals Gogel en Van Maanen, maar ook met moderaten als Mollerus, Appelius en Lemmers, ondernam Lodewijk allerlei hervormingen van de Nederlandse instellingen.

Tussen 1798 en 1801 hadden de radicale revolutionairen zich al ingespannen om het land te moderniseren en te centraliseren. Ook waren zij begonnen met het invoeren van een uniform lager schoolwezen en het bevorderen van het culturele leven. Aan Gogel dankten de Bataven een tamelijk succesvol nationaal museum in Huis ten Bosch. Verder was sprake geweest van een nationale bibliotheek en één nationale universiteit. Gedacht werd ten slotte aan een uniformering van maten en gewichten naar het Franse voorbeeld, alsmede aan het opstellen van een Burgerlijk en een Crimineel Wetboek. Zo blijkt dat de radicalen niet minder ‘nationaliserend’ bezig waren dan Lodewijk, maar zij hadden te kampen met een sterke tegenwerking uit de verschillende provincies.

Als koning kon Lodewijk makkelijker te werk gaan dan zijn voorgangers. Al keek hij bij al zijn initiatieven met een schuin oog naar Frankrijk, toch wilde hij alle instellingen een Hollands karakter geven. Het Burgerlijk Wetboek bijvoorbeeld moest aangepast worden aan de Nederlandse gewoonten. Het lijfstraffelijk wetboek moest bovenal humaner worden dan de oude wetten. Godsdiensten dienden echt gelijkwaardig te worden. Lodewijk wilde zelfs de doodstraf afschaffen, tot ongenoegen van Napoleon, en deed zijn best het lot van de joden te verbeteren. Door middel van zijn kunstbeleid trachtte hij vaderlandsliefde aan te kweken. En om de kwakkelende economie niet nog verder te benadelen werd de smokkel op Engeland oogluikend toegestaan.

Perfecte koning?

Zo bezien lijkt Lodewijk Napoleon een nagenoeg perfecte koning. Dit was inderdaad zijn streven. Het is bekend dat hij een sterk plichtsgevoel bezat. Om echt geaccepteerd te worden door een bevolking die vermaard was om haar voorliefde voor vrijheid en haar afkeer van een eenhoofdig bestuur, moest Lodewijk zich wel voordoen als een voortreffelijke monarch. Daarom greep hij alle gelegenheden aan die zijn populariteit konden vergroten. Toen in januari 1807 in Leiden een kruitschip ontplofte en meer dan 150 personen het leven lieten, spoedde hij zich onmiddellijk naar de plek des onheils en bood hulp en voedsel aan de slachtoffers. Hij ondersteunde de wederopbouw van de stad en zette het eerste nationale rampenfonds op. Twee jaar later bij de grote overstromingen in de Betuwe was hij weer aanwezig om de getroffenen vertroosting te bieden.

Kruitramp leiden 1807
Kruitramp van 1807, Carel Lodewijk Hansen
Rijksmuseum Amsterdam

Zo was Lodewijk de eerste van een lange rij koningen en staatshoofden die zich bij ramp- en tegenspoed onder het volk begaven. Bovendien wilde hij gezien worden om zijn populariteit te meten en zijn soevereiniteit te legitimeren. Om zijn koninkrijk beter te leren kennen, ondernam hij verscheidene reizen. Telkens was hij opgetogen over de goede gezindheid van de bewoners en vol bewondering voor de nationale deugden die hij overal meende te ontdekken.

Er was uiteraard ook een keerzijde. Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Holland, had een enorme hang naar pracht en praal. Wat zijn ‘representatie’ betreft was hij bepaald niet zuinig. Zijn uitgaven rezen bovendien de pan uit omdat hij nooit lang op dezelfde plek verbleef. Aanvankelijk woonde Lodewijk met zijn gezin in Den Haag, om na de dood van zijn zoontje (een sterfgeval dat Lodewijk en Hortense aan de slechte Haagse lucht weten) te verhuizen naar Utrecht met al zijn ministers en ambtenaren in de hoop dat het klimaat daar beter zou zijn, om ten slotte te belanden in het Amsterdamse stadhuis op de Dam dat hij als zijn paleis opeiste. Deze verhuizingen gingen gepaard met hoge kosten. Ongeacht de slechte economische toestand waren bezuinigen op de koninklijke uitgaven uit den boze. Voor zijn paleizen bestelde Lodewijk dan ook allerhande speciaal ontworpen meubels, serviezen, tapijten en portretten. Hoewel dit de activiteit in de toegepaste en beeldende kunsten bevorderde, was het schadelijk voor de Hollandse financiën.

Een ander minpunt was dat Lodewijk uitermate grillig van aard was. Ministers werden achter elkaar ontslagen en benoemd. Een van zijn andere eigenaardigheden was ongetwijfeld zijn wantrouw: met name ten opzichte van de Franse ambtenaren-agenten die in Nederland verbleven. Lodewijks paranoia bedierf de sfeer aan het hof en was zeker niet gunstig voor de ontplooiing van zijn mooie plannen. Verder dreven de orders van Napoleon hem vaak tot wanhoop, net als de onmin tussen hem en Hortense, waardoor zijn gezondheid nog verder verslechterde.

Gracht achter paleis op de dam
Gracht achter Paleis op de Dam: de stank en vochtigheid zouden slecht zijn voor de gezondheid.
wiki commons

Niet zelden verliet hij zijn koninkrijk om een kuuroord te bezoeken. Dit was desastreus voor de besluitvorming, want formeel kon niets worden besloten zonder de uitdrukkelijke goedkeuring van de koning. Ondanks de tegenslagen bleef Lodewijk trouw aan Holland. Toen Napoleon hem in 1808 de troon van Spanje aanbood, weigerde Lodewijk resoluut. Hij voelde zich meer dan ooit gehecht aan het Koninkrijk Holland en vleide zich een echte Nederlander te zijn geworden.

Helaas was Napoleon steeds ontevredener over Lodewijks politiek. Met name de smokkel op Engeland en het gebrek aan Hollandse soldaten waren hem een doorn in het oog. Dat Engelse troepen in 1809 Walcheren binnenvielen en Lodewijk niet in staat bleek om weerstand te bieden, was voor de keizer de laatste druppel. In een toespraak tot de Franse Senaat beweerde hij dat het Koninkrijk Holland eigenlijk een deel van Frankrijk was omdat alle ‘Franse’ rivieren in Nederland uitmondden. Ook de lastercampagne van de Franse kranten tegen Lodewijk en het ‘Hollandse canaille’ verrieden de ware intenties van de keizer.

Signalen genoeg waaruit Lodewijk kon opmaken dat zijn dagen als koning geteld waren. En toch bleef hij moeite doen om Napoleon tevreden te stellen: hij gaf bijvoorbeeld zijn idee van een constitutionele adel en van Nederlandse maarschalken op, in de hoop de woedende keizer te kalmeren. Niets hielp. Toen op 24 juni 1810 Franse troepen Amsterdam binnentrokken, deed Lodewijk op 1 juli afstand van zijn troon, ten gunste van zijn oudste zoon. Wanhopig vertrok hij de volgende nacht incognito naar Duitsland. Enkele dagen later werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij het Franse keizerrijk.

Ballingschap

Tussen 1810 en 1846 verbleef Lodewijk in ballingschap, eerst in Oostenrijk en later in Italië. Eindelijk kreeg hij de gelegenheid zich op het schrijven toe te leggen, zoals hij altijd al gewenst had. Al in 1812 publiceerde hij, onder de schuilnaam L. de St. Leu, de sentimentele zedenroman Marie ou les peines de l’amour. Hierin gaf hij blijk van zijn gemoedstoestand na de gedwongen vlucht uit Holland, dat hij beschreef als een deugdzaam, bijna paradijselijk land. In de herziene versie van de driedelige roman, die in 1814 verscheen onder de titel Marie ou les Hollandaises, bleef dit positieve beeld van de Hollanders overeind. Vijf jaar na zijn aftreden was Lodewijk dus nog steeds geobsedeerd door zijn verloren ‘vaderland’, dat hij sterk idealiseerde.

Ook uit zijn Documents historiques, een autobiografie die hij in 1820 publiceerde, spreekt een verlangen naar zijn tijd als koning van Holland. Hierin vertelt hij hoe bijzonder de Nederlanders waren: vasthoudend, vastbesloten en deugdzaam. Dit werk ademt een grote nostalgie ten opzichte van het Koninkrijk Holland en een ingehouden woede jegens Napoleon, die hij de inlijving niet vergaf. De lof van Lodewijk voor ‘zijn’ volk was voldoende geweest om de zo lang mishandelde natie haar gevoel van eigenwaarde terug te geven. Maar ondertussen had de opstand van 1813 de Nederlanders met zichzelf en met elkaar verzoend. Ze waren bevrijd en kregen weldra als koning een echte Nederlander: de prins van Oranje.

Aankomst willem i scheveningen
Aankomst prins Willem van Oranje, latere koning Willem I, te Scheveningen in 1813
Rijksmuseum Amsterdam

De ironie wil dat deze prins Willem zich heel goed kon schikken in het door Lodewijk Napoleon ontworpen model van de autoritaire vorst. Hij speelde zijn stuk zo voortreffelijk dat zijn moeder vermoedde dat hij de ‘kleine Buonaparte’ na-aapte. In ballingschap kon Lodewijk niets anders doen dan jaloers toekijken hoe de ‘indringer’ het door hem met liefde en aandacht ontworpen koninkrijk inpikte.

In de geschiedschrijving is Lodewijk Napoleon niet de grote vorst geworden die hij had willen zijn. Hij werd het ‘konijn van Holland’ (zijn eigen verspreking van het woord koning), een goedzak die zo graag succes wilde hebben maar niet over de capaciteiten beschikte. Zijn korte regering werd in de vaderlandse geschiedenis gereduceerd tot een merkwaardig interregnum en de koning van Holland tot een marionet van Napoleon. Dat het ingewikkelder was, blijkt uit zijn bliksemcarrière in Nederland.

Amsterdam: hoofdstad, geen hofstad

In april 1808 koos Lodewijk het voormalige stadhuis op de Dam als zijn nieuwe koninklijke residentie. Zijn echtgenote Hortense vond het als woning ronduit vreselijk. Helemaal ongelijk kan men haar niet geven: haar salon, bijvoorbeeld, was de zaal waarin voorheen in strafzaken recht gesproken werd. De wit- en zwart-marmeren doodshoofden waarmee het vertrek was versierd ‘hooggeschat beeldhouwwerk’ schrijft Hortense spottend, ‘dat men niet had willen vernielen’ zullen de toch al sombere sfeer die tussen vorst en vorstin heerste niet bepaald opgevrolijkt hebben.

Ook Lodewijks aanvankelijke enthousiasme bekoelde snel. Dat lag overigens minder aan het, toegegeven, wel wat kille paleis, dan aan de stad. Somber was het daar misschien niet, maar wel lawaaiig, stinkend, zonder parken en frisse lucht. Bovendien: Amsterdam was geen hofstad. Rijk waren de leden van de stedelijke elite zeker, maar een kosmopolitische groep kon men hen nauwelijks noemen. Zij vormden, zowel in de goede als in de slechte zin des woords, een burgerlijke samenleving, die de sprankeling van het veel meer internationaal georiënteerde Den Haag ten enen male miste. In 1808 werd bovendien duidelijk dat althans een deel van de Amsterdamse regenten en hun echtgenotes ervoor pasten zich tot hovelingen te laten benoemen, hoe fraai titels als ‘grootkamerheer’, ‘dame du palais’, etcetera ook klonken. Een natuurlijke verbinding tussen paleis- en stadsleven kwam dus niet tot stand.

Fragment uit de biografie Lodewijk Napoleon: Nederlands eerste koning van Peter Rietbergen (Amersfoort 2006)

Auteurs

Annie Jourdan en Martijn van der Burg zijn verbonden aan de vakgroep Frans aan de Universiteit van Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE