Je leest:

Klimaatsuperlatieven

Klimaatsuperlatieven

Extreem weer in Nederland

Auteur: | 30 september 2011

Vuistgrote hagelstenen, windstoten met jachtluipaardsnelheid en de zachtste herfst in ruim drie eeuwen: de net verschenen Bosatlas van het Klimaat laat zien dat de toestand van onze atmosfeer de afgelopen dertig jaar allesbehalve saai was.

23 juni 2016: code oranje

Donderdag 23 juni 2016 kondigde het KNMI ‘code oranje’ aan. Onweersbuien die gepaard gingen met hevige regenval, bliksemontladingen en zware windstoten. Er vielen in het zuiden van het land op sommige plekken zelfs hagelstenen zo groot als tennisballen. De laatste keer dat er zulke grote hagelstenen uit de hemel vielen, was op 6 juni 1998 in Elburg en Nunspeet. NEMO Kennislink sloeg al eens eerder De Bosatlas van het Klimaat erop na en zette de tien grootste weersuperlatieven van de afgelopen dertig jaar op een rij.

Dertig jaar. Dat is de tijd die nodig is om een betrouwbaar beeld van het klimaat te krijgen. Waar ‘het weer’ een momentopname van de toestand van de atmosfeer is, beschrijft het klimaat de langdurige toestand in gemiddelden, extremen en de kans dat deze extremen voorkomen.

In De Bosatlas van het Klimaat is het klimaat over het tijdvak 1981 – 2010 uitvoerig in beeld gebracht. Grafieken, diagrammen en overzichtskaarten laten zien hoe het met factoren als temperatuur, regen, onweer, zon, wind, sneeuw en hagel gesteld was. Gemiddelden, maxima en minima. En daar zaten behoorlijk indrukwekkende extremen bij. Kennislink zette de tien opvallendste superlatieven voor je op een rij:

1. De grootste hagelstenen

Hagel ontstaat in goed ontwikkelde buienwolken (Cumulonimbus) waarin het bovenin wel min 50 graden Celsius kan zijn. Druppels in de wolk worden meegesleurd door sterke stijg- en daalstromen en veranderen in ijsdeeltjes. Na een tijdje zijn de druppels zo zwaar dat ze naar beneden vallen.

Grote hagelstenen komen praktisch altijd voor tijdens zware buien in de zomer. De hagelstenen bestaan uit meerdere ijslaagjes, een laag voor iedere keer dat ze op en neer zijn gegaan in de wolk. Gemiddeld 5 dagen per jaar vallen er in ons land hagelstenen van 2 centimeter of groter. Meestal bolvormig, maar soms betreft het ook brokken ijs, bestaande uit aan elkaar gevroren hagelkorrels.

Duidelijk te zien zijn de verschillende ijslaagjes waaruit de hagel is opgebouwd.
Creative Commons

De grootste hagelstenen van de afgelopen dertig jaar vielen op 6 juni 1998 in Elburg en Nunspeet. Korrels met een diameter van 9 centimeter, die een snelheid van maar liefst 300 kilometer per uur bereikten.

2. De zwaarste storm

Toegegeven, niet de zwaarste van de afgelopen eeuw, maar wel de zwaarste in dertig jaar: op 25 januari 1990 bereikte de storm die over ons land trok een maximum windsnelheid van 30 meter per seconde. De snelheid die een jachtluipaard kan bereiken…

Sinds 1981 kwamen er in ons land 19 zware stormen voor, waarbij bij minstens een weerstation gedurende minstens een uur windkracht 10 of hoger werd gemeten. Een windkracht die aanzienlijke schade aan gebouwen kan veroorzaken en zelfs bomen ontwortelt. De gemiddelde windsnelheid ligt daarbij op zo’n 28 meter per seconde, maar individuele windstoten kunnen tot wel 1,5 zo snel gaan.

Al zijn er verschillende stijg- en daalstromen, de hoofdzakelijke luchtbeweging in een wolk is naar beneden gericht. Windstoten ontstaan als koude lucht onder een wolk uitstroomt en zich onder de warmere lucht aan de voorzijde van een bui wringt.

Storm op 18 januari 2007.

Soms zijn er in een wolk plaatselijk ook bijzonder sterke opwaartse luchtstromen aanwezig. Hierdoor ontstaat onder de wolk een lagedrukgebied, waardoor alle lucht uit de omgeving in een spiraalvormige beweging wordt opgezogen. Zulke tornado’s zijn in Nederland zeer zeldzaam: de laatste vond op 25 juni 1967 bij Chaam en Tricht plaats.

3. De droogste kalendermaand

1 millimeter. Meer neerslag viel er niet in april 2007, de droogste kalendermaand ooit gemeten. Tussen 22 maart en 6 mei viel op veel plaatsen in Nederland geen druppel. En dat terwijl Nederland op jaarbasis gezien een neerslagoverschot heeft; de jaarlijkse neerslaghoeveelheid is groter dan de jaarlijkse potentiële verdamping (de verdamping die plaats zou vinden als de begroeiing optimaal van water is voorzien).

In de zomer en aan de kust vindt gemiddeld gezien de meeste verdamping plaats. Gelukkig voor de vegetatie waren de zomermaanden van 2007 behoorlijk nat, waardoor het vochttekort weer enigszins werd hersteld. Het droogste jaar de afgelopen decennia was 1996: toen viel er 631 mm neerslag.

4. De natste kalendermaand

Een schrale troost voor als je de komende tijd nog eens mocht natregenen: waarschijnlijk valt de hoeveelheid neerslag in het niet bij september 2001, de natste maand in de ruim 300-jarige geschiedenis van de klimaatregistratie. 191 mm neerslag viel er. En er waren meer natte extremen de afgelopen dertig jaar. Met 1109 millimeter neerslag was 1998 het natste jaar ooit. Zes van de tien natste jaren ooit traden zelfs op sinds 1981. En in augustus 2010 viel in Lievelde 138 millimeter neerslag binnen een etmaal – bijna het dubbele van een gemiddelde maandhoeveelheid!

Dat het in Nederland bijna altijd regent, is trouwens en fabeltje: gemiddeld gezien valt op ongeveer 185 dagen neerslag, variërend van enkele druppels tot een wolkbreuk. Van zo’n hoosbui is pas sprake als er binnen een uur minimaal 25 millimeter valt, of als het minstens 10 millimeter per 5 minuten regent. Jaarrond wordt Nederland steeds natter.’s Zomers en in de vroege herfst komen steeds meer zware regenbuien voor (gemiddeld 22 dagen per jaar met minstens 10 millimeter neerslag). Gemiddeld gezien valt er per jaar 850 liter water per vierkante meter, terwijl dit een eeuw geleden nog 700 liter bedroeg.

5. De donkerste dag

Het leek wel alsof Nederland boven de poolcirkel lag, op 25 november 2005. Sneeuw en wind veroorzaakten grote chaos en in De Bilt werd slechts 7 J/cm22 gemeten: de donkerste dag ooit. Op jaarbasis ligt de zonnestraling (de som van rechtstreeks van de zon afkomstige straling en weerkaatsing door wolken) tussen de 355 en de 390 kJ/cm22. Wat zonuren betreft, is het op de Waddeneilanden het beste vertoeven: daar schijnt op jaarbasis zo’n 40 uur meer zon dan in Zuid-Limburg. Tot 1750 uur zon per jaar! Het zonnigste jaar ooit gemeten in Nederland (sinds 1706) was 2003: 2075 zonuren. Het somberste jaar was 1988, met 1218 uur zon.

6. De zachtste herfst

Gemiddeld gezien laat het overzicht van de afgelopen dertig jaar een duidelijke opwarming zien. Er is een trend van steeds meer zeer warme en steeds minder zeer koude dagen zichtbaar. De tien warmste jaren van de afgelopen eeuw vielen zelfs allemaal na 1988! Geen wonder dat de afgelopen dertig jaar nogal wat temperatuurmaxima laten zien. Augustus 1997 (20,5 graden Celsius) was de warmste maand in drie eeuwen. De warmste dag was op 7 augustus 2003 in Arcen: 37,8 graden Celsius.

2011: op naar een nieuwe ‘zachtste herfst’?
Gemma Venhuizen

De zachtste herfst ooit gemeten (12,0 graden Celsius) was in 2005. Jaarrond waren 2006 en 2007 (beide 11,2 graden Celsius gemiddeld) het warmst.Over de afgelopen dertig jaar ligt het jaargemiddelde op 10,0 graden Celsius.

7. Het heftigste onweer

Hoe uitzonderlijk de onweersbuien de afgelopen decennia waren, is moeilijk vast te stellen: pas sinds 1994 worden bliksemontladingen met meetapparatuur gedetecteerd op de diverse meetstations. Bliksem is een elektrische ontlading die horizontaal kan plaatsvinden (tussen twee wolken) of verticaal (tussen een wolk en de grond); in de wolk ontstaat door stijgende en dalende lucht een ladingsverschil dat voor de ontlading zorgt. Met ruim 120.000 ontladingen vond in het najaar van 2010 een van de hevigste geregistreerde onweersbuien plaats. Ook die in de zomer van 2004, met 75.000 ontladingen en windstoten tot 100 kilometer per uur, was imposant. De temperatuur daalde binnen een half uur van 30 naar 18 graden Celsius.

Onweer in slow-motion.

8. Het vroegste sneeuwdek

Net buiten de dertig-jaar-periode, maar toch het vermelden waard: het vroegste sneeuwdek ooit, gemeten in 1975. Al op 13 oktober konden mensen toen gaan sleeën en langlaufen in Nederland. De winter dat het sneeuwdek de afgelopen drie decennia het langste bleef liggen was in 2009-2010: 42 dagen sneeuw hadden we dat jaar. Een ander sneeuwgerelateerd record: de langste file. 750 kilometer op 17 december 2010 tijdens de avondspits in de Randstad.

Zware ijzel
Creative Commons

9. De dikste ijzellaag

De postbodes schenen door de straten te schaatsen, op 2 maart 1987 – de dag die ook wel bekend staat als ‘de ijzelramp’. IJzel bestaat uit onderkoelde (mot)regen die bij een luchttemperatuur onder het vriespunt valt en voor ijsafzetting zorgt. Op 2 maart 1987 viel op sommige plaatsen wel een paar tientallen millimeters onderkoelde regen, waardoor een ijslaag tot wel 3 centimeter dik ontstond. Wegen werden onbegaanbaar, hoogspanningsmasten bezweken, bomen braken of bogen door – met aan de grond gevroren toppen als gevolg. Dieren vroren vast aan de grond, raakten bedekt met een ijslaag en stierven.

10. De minste mist

Mist ontstaat door een combinatie van factoren. De windsterkte is van belang, maar ook de sterkte van de nachtelijke afkoeling. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme. Als warme, vochtige lucht over een kouder oppervlak stroomt, koelt de lucht af en ontstaan in de met water verzadigde lucht waterdruppeltjes: advectieve mist. Een andere vorm van mist is stralingsmist, die voorkomt tijdens heldere nachten wanneer de grond en de lucht erboven hun warmte verliezen.

Ochtendnevel in Oost-Friesland.
Matthias Süßen/Creative Commons

Een mistdag houdt in dat er op een bepaald moment tijdens de dag minder dan 1000 meter zicht is. Hoe sterker de nachtelijke afkoeling, des te meer van deze mistdagen. De afgelopen decennia waren er gemiddeld steeds minder mistdagen; in De Bilt lag het gemiddelde rond de 65 dagen (een halvering ten opzichte van de jaren zestig). Naast de toenemende winterse westenwinden vormt ook de schonere lucht een oorzaak. Sinds de jaren tachtig bevat de lucht minder zwevende deeltjes waarop waterdruppeltjes kunnen vormen – voor condensatie is namelijk wel een kern nodig.

Zie ook:

Bron

Sluijter, R., Leenaers, H. en Camarasa, M. (red.). De Bosatlas van het Klimaat (Groningen 2011)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.