Je leest:

Klimaatgevolgen van vulkanische uitbarstingen blijken beperkt

Klimaatgevolgen van vulkanische uitbarstingen blijken beperkt

Auteur: | 28 april 2005

Bij vulkanische uitbarstingen worden vaak ontzagwekkende hoeveelheden stoffen (gassen en aerosolen) in de atmosfeer gebracht. Tal van studies geven op basis van die hoeveelheden – van onder meer broeikasgassen zoals methaan en koolzuurgas, maar ook van zwavelverbindingen die in de atmosfeer zwavelzuur vormen (en zo bijdragen aan zure regen) – aan dat grote erupties significante klimaatveranderingen kunnen bewerkstelligen.

Of dat ook werkelijk het geval is, moet echter worden betwijfeld nu een analyse van de (zeer grote) uitbarsting van de Pinatubo (die op 15 juni 1991 begon) aangeeft dat de daadwerkelijk optredende klimaateffecten veel kleiner en kortstondiger zijn dan eerder werd gedacht. De uitbarsting van de Pinatubo was zeer groot: er werd al in 1992 opgemerkt dat de uitgestoten gassen van deze uitbarsting de mogelijkheid in zich hadden om een groter effect te hebben dan alle broeikasgassen samen die door de mens sinds de industriële revolutie in de atmosfeer waren geloosd. Als deze uitbarsting dus al geen grote, blijvende gevolgen had, dan is het niet aannemelijk dat kleinere uitbarstingen van andere vulkanen dat wel hebben.

De uitbarsting van de Pinatubo op 15 juni 1991.

De analyse, uitgevoerd door twee onderzoekers van de Afdeling voor Natuur- en Sterrenkunde van de Universiteit van Rochester (in de Amerikaanse staat New York), kwantificeerde de klimaatveranderingen na de eruptie voor de Filippijnen. Daartoe zijn berekeningen uitgevoerd op basis van meetgegevens. Die meetgegevens betroffen de veranderingen in de tijd van (1) de dichtheid in de atmosfeer van de door de Pinatubo uitgestoten aerosolen (deze dichtheid wordt algemeen beschouwd als een parameter die aangeeft hoe groot de invloed is op het klimaat van een vulkanische uitbarsting); (2) de daling van de temperatuur (als gevolg van de door fijne deeltjes in de atmosfeer tegengehouden zonnestraling); (3) de hoeveelheid straling met grote golflengte die vanaf de aarde de ruimte werd ingezonden.

Satellietopname van de Pinatubo. bron: NASA

De resultaten van de analyse zijn verrassend, want ze zijn grotendeels in tegenspraak met wat tot nu toe vrij algemeen werd aangenomen. Het blijkt namelijk dat de temperatuurdaling op de Filippijnen als gevolg van de uitbarsting niet groter kan zijn geweest dan ongeveer een halve graad Celsius. Die (maximale) temperatuurdaling trad ongeveer 7 maanden (de berekeningen geven aan: 6,8 maanden ± 1,5 maanden) na de uitbarsting op, om daarna weer snel af te nemen. De toename en de dichtheid van de aerosolen vertoont eenzelfde verloop. Na ongeveer vijf jaar waren er praktisch geen gevolgen van de uitbarsting meer te traceren. Deze uitkomsten komen goed overeen met een andere belangrijke bevinding, die eveneens in tegenspraak is met wat veelal wordt aangenomen: de gevolgen van de uitbarsting hadden geen zelfversterkend effect, maar juist een ‘negatieve feedback’, wat betekent dat de gevolgen juist extra snel werden tenietgedaan.

Volgens de onderzoekers heeft de uitgevoerde studie generieke waarde, wat inhoudt dat de bevindingen niet alleen op de Pinatubo van toepassing zijn, maar een algemene geldigheid hebben voor vulkanische uitbarstingen. Die zouden dus geen significant blijvend effect op het klimaat hebben.

Literatuur

Douglass, D.H. & Knox, R.S., 2005. Climate forcing by volcanic eruption of Mount Pinatubo. Geophysical Research Letters 32, doi:10.1029/2004/GL022119, 5 pp.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 april 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.