Je leest:

Kletsen in hiërogliefen

Kletsen in hiërogliefen

Auteurs: en | 22 januari 2008

Lange tijd was jongerentaal vooral een kwestie van woordkeus: iets was niet ‘goed’, maar ‘tof’, en later ‘cool’. Door de opmars van sms en msn gaan jongeren nu ook op spellinggebied hun eigen weg. Succes werd suc6 en lekker werd lkkr. Hoe steekt sms- en msn-taal precies in elkaar? En zouden we die taal kunnen gebruiken om jongeren beter te bereiken? Kan de reclame er bijvoorbeeld haar voordeel mee doen?

Wie kent niet het beeld van een jongere die plaatsneemt in bus of trein, en in dezelfde beweging zijn mobiele telefoon te voorschijn haalt, want ‘zou er een sms’je zijn?’ Thuiskomen uit school geeft een soortgelijk beeld te zien: in het loopje tussen achterdeur en kapstok drukt de middelbare scholier de knop van de pc al in, want ‘wie zou er online zijn?’ Voor jonge mensen zijn die korte tekstberichtjes op de telefoon of dat chatten via de computer niet meer weg te denken uit hun leven. Hun manier van communiceren is een ‘way of life’, waar een heel eigen taalgebruik bij hoort.

Illustratie: Hein de Kort

Veranderlijk

Op zich is het natuurlijk niets nieuws dat groepen mensen een eigen taal spreken. Groepsgrenzen drukken zich nu eenmaal ook uit in taal. Van zakkenrollersbende tot rechterlijke macht, van bordeel tot klooster, van veehouderij tot haute cuisine: groepen hanteren een eigen taal om over hun wereld te praten en ze doen dat op een manier die voor buitenstaanders minder toegankelijk is. Jongeren vormen daar geen uitzondering op, ook al bestaat er op één punt wel een belangrijk verschil.

Terwijl de meeste groepstalen een zekere continuïteit vertonen, is jongerentaal juist sterk veranderlijk. Dat kan ook niet anders, want jongeren worden oud, en hun taal raakt dan gedateerd. Met woorden als fuif, spetter, knal en blits verraadt een spreker zich als vijftigplusser, als iemand die al lang de aansluiting kwijt is met de ‘babes’ en ‘hunks’ die ‘cool’ en ‘relaxed’ ‘partyen’ en ‘chillen’ – kortom als iemand uit de tijd dat de single nog een grammofoonplaatje was.

Tot een jaar of tien geleden was jongerentaal vooral een kwestie van woordkeus. Weliswaar werd er soms ook wat geëxperimenteerd met de spelling – in de jaren zestig waren schrijfwijzen als aksie, polietsie en intervjoe even in zwang –, maar de spellingontwikkelingen in de jongerentaal zijn pas echt in een stroomversnelling geraakt met het ontstaan van de nieuwe digitale media, en dan met name sms en msn.

Woordkeus

Anders dan het geschreven woord in de ouderwetse brief is het digitale taalverkeer sterk interactief van aard. Een bericht zit niet meer dagen op de post, nee, een antwoord wordt eigenlijk al per direct verwacht. Daarmee maakt het schrijven een ontwikkeling door van ‘corresponderen’ naar ‘kletsen’, met alle kenmerken die daarbij horen. In de taal van sms en msn worden woorden aan elkaar geplakt en letters weggestreept (‘wassut lkkr?’). En zoals mimiek en intonatie een eigen gezicht geven aan een spreker, zo geven jongeren nu ook hun eigen persoonlijke kleur aan hun schrijfwerk. Ze gebruiken een vreemd woord ( übercool), maken opzettelijk een fout ( frient) of verklanken hun spelling (‘wat ben JIJ liefff’).

De kenmerken van sms- en msn-taal zijn in twee groepen te verdelen. De ene heeft te maken met woordgebruik en woordkeus, de andere met de manier waarop woorden worden geschreven. Die twee groepen, en de taalvariaties die daaronder vallen, zijn bij elkaar gezet in de figuur hieronder.

De veranderingen op het gebied van woordgebruik die in sms- en msn-taal te zien zijn, kunnen op drie manieren tot stand komen: de betekenis van een bestaand woord kan verruimd worden ( vet is niet alleen ‘dik’, maar ook ‘goed’), een woord kan uit een andere taal overgenomen worden (zoals chillen ‘zich ontspannen’) en er kan afgekort worden: abo (‘abonnement’) en pics (‘pictures’). Betekenisverruiming treedt vooral op bij woorden die een zekere waardering uitdrukken (of juist een gebrek daaraan). Er zijn gevallen waarin een woord een betekenis krijgt die volledig tegengesteld is aan de oorspronkelijke (zoals wreed); van sommige woorden ligt niet eens vast hoe waarderend het is bedoeld; vaag is zo’n woord.

Als er woorden uit een andere taal worden geleend, dan is dat meestal uit het Engels. Op die Engelse woorden worden vervolgens zonder aarzelen de regels van de Nederlandse grammatica toegepast. Zo werd to chat aangepast tot chatten. Afkorten komt nog het minst voor, waarschijnlijk omdat een afgekort woord ook lekker uitspreekbaar moet zijn.

Bozerrrr

Misschien nog typerender dan de veranderingen in woordgebruik zijn die in de schrijfwijze van bestaande woorden. Wijzigingen uit die categorie zijn weer onder te verdelen in twee hoofdgroepen. In de ene groep zitten woorden die veranderd worden op basis van hun uitspraak, in de andere woorden die veranderd worden op basis van hun spelling. Bij de nieuwigheden op basis van de uitspraak gaat het om schrijven zoals je het zegt ( nouw issut nie meer leuk) en om het weergeven van nadruk: zoooo in plaats van zo en bozerrrr in plaats van bozer.

De nieuwigheden op basis van de spelling komen neer op indikken (waarbij bijvoorbeeld 8 de hele letterreeks acht vervangt), het weglaten van klinkers ( lkkr ‘lekker’) of hele stukken zin ( olm ‘ouder leest mee’) en ten slotte het opzettelijk maken van spelfouten ( tog in plaats van toch).

Hoe ziet sms- en msn-taal er in de praktijk uit? Een typerend voorbeeld van sms-taal is een opstel dat in korte tijd tot een klassieker is uitgegroeid. Het verhaal gaat dat in 2003 een 13-jarig Schots meisje dit opstel in deze vorm bij haar docent inleverde omdat “ze het gemakkelijker vond om zo te schrijven dan in conventioneel Engels”. Prompt kreeg het in de internationale media alle aandacht. (Zie het kader hieronder.)

Een klassiek geval van sms-taal

My smmr hols wr CWOT. B4, we usd 2go2 NY 2C my bro, his GF & thr 3 :[email protected] kds FTF. ILNY, it’s a gr8 plc. Bt my Ps wr so {:-/ BC o 9/11 tht they dcdd 2 stay in SCO & spnd 2wks up N. Up N, WUCIWUG — 0. I ws vvv brd in MON. 0 bt baas & ^^^. AAR8, my Ps wr :-) — they sd ICBW, & tht they wr ha-p 4 the pc&qt… IDTS!! I wntd 2 go hm ASAP, 2C my M8s again. 2day, I cam bk 2 skool. I feel v O:-) BC I hv dn all my hm wrk. Now its BAU…

Hertaling

My summer holidays were a complete waste of time. Before, we used to go to New York to see my brother, his girlfriend and their three screaming kids face to face. I love New York, it’s a great place. But my parents were so worried because of September 11 that they decided to stay in Scotland and spend two weeks up north. Up north, what you see is what you get – nothing. I was extremely bored in the middle of nowhere. Nothing but sheep and mountains. At any rate, my parents were happy – they said it could be worse, and that they were happy for the peace and quiet … I don’t think so!! I wanted to go home as soon as possible, to see my mates again. Today I came back to school. I feel very saintly because I have done all my home work. Now it’s business as usual … (Bron: Sunday Herald, 2 maart 2003)

Een weergave van een alledaagse chat tussen twee vriendinnen van 14 is te vinden in het kader hieronder. Waarschijnlijk is dit illustratief voor de inhoud van veel van dit soort uitwisselingen; de jongeren babbelen om het babbelen, msn’en doen ze voor een groot deel ‘voor de lol’.

Marit: haii meis——— hallo meisje Roxii: haha jij ken time ik kom net uit de douche .. maar ellOew——— haha jij kunt timen, ik kom net uit de douche maar hallo Marit: allz goed?——— alles goed? Roxii: aha meje jou ook nog steeds??——— ja, met jou ook nog steeds? Marit: ja or——— ja hoor Roxii: nog wa te vtelle?——— heb je nog wat te vertellen? Marit: nein jij??——— nee, jij wel? Roxii: nope owk ni——— nee, ook niet Marit: morge valt nederlands alst goed is were uit he——— morgen valt nederlands als het goed is, weer uit hè Roxii: ja kweet——— ja, ik weet het Marit: lkkr tussuur——— dan hebben we lekker een tussenuur Roxii: humzz dan sitk lkkr thuis——— hmmm dan zit ik lekker thuis

Gepuzzel

Er zijn mensen die zich zorgen maken over de manier waarop de jeugd tegenwoordig kletst in hiërogliefen. Ze vrezen dat al dat ge-sms en ge-msn taalverloedering in de hand werkt. Waarschijnlijk is deze angst ongegrond; deze vorm van jongerentaal zal de eigen groepsgrenzen namelijk niet zo gauw overschrijden.

Intussen kun je ook op een heel andere manier naar deze vorm van jongerentaal kijken. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of die niet een mogelijkheid biedt om makkelijker door te dringen tot de wereld van de jongere. In de reclame zijn verschillende pogingen in die richting gedaan.

Het bekendste voorbeeld is een reclamecampagne voor de candybar KitKat, in 2002. Hieronder staat de tekst van een van de affiches uit deze campagne met in het bijschrift een transcriptie in hedendaags Nederlands. Uit de reacties van lezers en het gezamenlijk gepuzzel zoals we dat op een aantal discussieforums op internet aantroffen, kan vooral worden afgeleid dat men na het ‘lezen’ van deze tekst wel toe was aan een break.

KitKat (chocoladerepen) bedient zich van sms-taal om jongeren aan te spreken. Hier staat: “baby, please forgive me, ik was een beetje uit mijn humeur; see you today at school? got to go now. doei, kus. Have a break, have a KitKat”.

Voor buitenstaanders is dat “xje” waarschijnlijk het lastigst. Die x moet gelezen worden als ‘kleine letter x’, oftewel ’x’je’ en die spreek je plat uit als ‘iksie’. Zo kom je voor de hele zin op ‘iksieje’, dus: ‘ik zie je’. Dit is weer de Nederlandse vertaling van see you (vaak kortweg cu) en betekent dus zoiets als ‘doei’ (‘tot ziens’). De betekenis hangt ook van de context af: was “xje” de afsluiter van de tekst geweest, dan zou het meer voor de hand liggen om het te vertalen als ‘kusje’. Voor de Nederlandse lezer is de voortdurende afwisseling tussen het Nederlands en het Engels een complicerende factor. De x kan uitgesproken worden als ‘eks’ ( xams staat voor ‘exams’) of als ‘iks’ ( nx betekent ‘niks’) en een 8 als ‘eet’ ( cu l8r is dan ‘see you later’) of als ‘acht’ ( as juh l8 ‘als je lacht’).

Onderzoek

Maar de vraag is natuurlijk hoe jongeren reageren op deze nabootsing van hun taal op het KitKat-affiche. In werkelijkheid springen jongeren veel zuiniger met de mogelijkheden om, want ze willen wel begrepen worden. Een volledige omzetting in sms- en msn-taal vinden ze wel leuk, maar alleen voor even, als we mogen afgaan op de commentaren op allerlei discussieforums – een waarschuwing die hertalers van de bijbel en de grondwet zich ter harte mogen nemen.

Maar zelfs wanneer een buitenstaander, in een poging ‘jong van taal’ te zijn, dit taalgebruik in beperkte mate nabootst, loopt hij het risico een blauwtje te lopen. De belangrijkste reden waarom jongeren een eigen taal gebruiken is dat ze op die manier hun identiteit kunnen uitdrukken en in staat zijn onderlinge verbondenheid te creëren. Wie als oudere jongere met dat spel mee wil doen, breekt in die wereld in. En degene die dat dan ook nog eens doet met een commerciële bedoeling, plaatst zich des te sterker in een kwaad daglicht. De producent of adverteerder die te nadrukkelijk aansluiting zoekt bij de jeugd, grijpt er mogelijk naast. Of dat inderdaad zo is, zijn we nagegaan in twee experimenten.

De centrale vraag van ons onderzoek was: hoe reageren middelbare scholieren op productadvertenties waarin hun taal wordt gebruikt? Beide experimenten zijn afgenomen bij zo’n vierhonderd middelbareschoolleerlingen van 13 en 15 jaar oud. Iedere leerling reageerde op twee teksten: een voor een digitaal getint product (muziek-dvd of ringtone) en een voor een niet-digitaal product (haargel of kauwgum). In elk tekstje was op acht posities systematisch telkens iets anders ingevuld. Voor iedere tekstvariant is het effect nagegaan op twee aspecten: hoe werd de tekst gewaardeerd en hoe overtuigend was die?

Versterkende woorden

In het eerste experiment ging het om het gebruik in advertenties van versterkende bijwoorden als lekker, absoluut, enorm en helemaal, en jongerentaalversies daarvan als kansloos, vet, scoren en flippen. Hebben gangbare versterkende elementen invloed op de tekstwaardering en de overtuigingskracht van de advertentie, en geldt dat ook voor de specifieke jongerenvarianten? De haargel-tekst is op drie manieren ingevuld. In de neutrale versie stond er niets op de invulplaatsen, in de gangbare reclameversie stonden er ‘gewone’ versterkende bijwoorden, en in de jongerentaalversie de meer eigentijdse termen.

In het tweede experiment was het ons te doen om de vergelijking tussen de effecten van woordkeus en schrijfwijze. In de ringtones-tekst werden acht woorden door een moderner woord vervangen (bijvoorbeeld chillen, dissen, gruwelijk en vaag) of op een eigentijdse wijze geschreven (onder andere als ieder1, duz, lkkr en weerrr).

Hoewel het verschil tussen de tekstjes nogal bescheiden was (het ging uiteindelijk maar om acht woordjes) en hoewel de presentatie van de tekstjes helemaal niet opdringerig was (ze stonden samen met een afbeelding en een logo in een paginagrote advertentie), reageerden de jongeren er toch verschillend op. Samengevat komen die reacties op het volgende neer.

Met het gebruik van versterkende woorden is niets mis. De lezers storen zich niet aan de in reclame onvermijdelijke toon van overdrijving: de gewoonte om alles ‘fantastisch’, ‘uniek’ en ‘speciaal’ te noemen. Maar het is ook niet zo dat er winst mee wordt behaald: er zijn geen verschillen met de reacties op de neutrale presentatie. Dit resultaat laat zien dat lezers van reclame het opgeklopte verkoopjargon aanvaarden als iets wat er nu eenmaal bij hoort; echt werken doet het niet.

“Probeert leuk te zijn”

Het patroon verandert wel als de versterkende bijwoorden aan de jongerentaal worden ontleend. Dan daalt zowel de waardering voor de tekst als de overtuigingskracht van de boodschap. Dit effect treedt ook op als we ons niet beperken tot de versterkende bijwoorden, zoals in de haargel-tekst, en ook wanneer we op willekeurige wijze woorden in de tekst verjongen, zoals in de ringtones-tekst. Daarbij roepen de ingrepen in de schrijfwijze iets sterker negatieve reacties op dan de wijzigingen in woordkeus.

De reacties blijken verder mede afhankelijk te zijn van het type product dat wordt aangeprezen. Bij digitale producten (muziek-dvd en ringtone) is het effect minder negatief dan bij de niet-digitale (haargel en kauwgum). In dit geheel speelt leeftijd op bescheiden wijze mee. 15-jarigen waarderen het gebruik van jongerentaal iets negatiever dan 13-jarigen.

Het aanpassen van advertenties aan jongerentaal levert dus het tegenovergestelde op van wat de reclamemaker beoogt. Na afloop van de beoordelingstaken hebben we de leerlingen nog gevraagd om in iedere tekst vijf correcties aan te brengen en deze te motiveren. Deze commentaren zijn in twee categorieën onder te brengen. De varianten werden onecht gevonden (“opdringerig”, “imponeergedrag”, “probeert leuk te zijn”, “doet alleen maar stoer”, “kinderachtig”, “neemt mij niet serieus”) of ongepast (“zo schrijf je niet”, “het wordt onbegrijpelijk”, “is onleesbaar”, “slechte spelling”, “geen goed Nederlands”, “dit moet je eens op school proberen”).

Wat uit deze commentaren vooral blijkt, is dat jongeren heel goed weten voor wie hun jongerenvarianten bedoeld zijn en in welke omstandigheden ze kunnen worden gebruikt. En daaruit kunnen reclamemakers, maar ook docenten en ouders, slechts één conclusie trekken: jongerentaal is een gezelschapsspel waar zij zich beter niet in kunnen mengen.

De experimenten zijn uitgevoerd door Jacoline Bolle en Birgit van der Wiel in het kader van hun doctoraalscriptie. Een uitgebreidere bespreking van de opzet en resultaten is beschikbaar onder de titel ‘“Om vet gaaf op te kicken”. Effecten van jongerentaal in productadvertenties’.

Dit artikel is eerder verschenen in Onze Taal.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.