Je leest:

Kleine Rode Vlek wint snelheid

Kleine Rode Vlek wint snelheid

Auteur: | 11 oktober 2006

De windsnelheid in de op één na grootste storm op Jupiter is opgelopen tot die in de eeuwenoude Grote Rode Vlek. Dat blijkt uit waarnemingen met de Hubble telescoop. Beide stormen zijn groter dan de aarde en kennen windsnelheden tot 640 kilometer per uur. Tegelijkertijd is ook de rode kleur van de Kleine Vlek intenser geworden.

Een team sterrenkundigen onder leiding van NASA’s Amy Simon-Miller publiceert in het blad Icarus Hubble-opnames waaruit blijkt dat de windstromen in de Kleine en Grote Rode Vlek dezelfde topsnelheid en kleur hebben. Er lijkt dus een onderliggend mechanisme te zijn dat de eigenschappen van Jupiterstormen bepaalt.

Twee Hubble-opnames van de Rode Vlekken op Jupiter; links een detailopname van de Kleine Rode Vlek, een storm zo groot als de aarde die ontstond toen drie kleinere stormen tussen 1998 en 2000 samensmolten. Rechts een overzichtsplaatje waar de positie van de Kleine Rode Vlek op Jupiter te zien is. bron: NASA / ESA / Amy Simon-Miller. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Al sinds de zeventiende eeuw houden sterrenkundigen de grootste storm van ons zonnestelsel in de gaten. De Grote Rode Vlek, drie keer zo groot als de aarde, cirkelt rond op het zuidelijk halfrond van de gasreus Jupiter. Waar de storm zijn rode kleur vandaan haalt is onduidelijk, maar met het recente ontstaan van zijn kleine broer wordt dat raadsel misschien opgehelderd. Aan de manier waarop die in kracht en roodheid toeneemt kunnen sterrenkundigen zien hoe de stormen aan hun rode kleurstof komen.

Het ontstaan van Oval BA, de Kleine Rode Vlek, is te zien op Hubble-foto’s van 1997 tot 2000. bron: NASA.

De Kleine Rode Vlek, ‘maar’ net zo groot als de aarde, ontstond in toen drie kleinere stormen samenvloeiden tot een superstorm. Sindsdien is de kleur van de storm langzaamaan roder geworden terwijl de storm aanwakkerde. Hubble-opnames laten zien dat topwindsnelheid én kleur van de Kleine Rode Vlek nu gelijk zijn aan die van zijn grote broer: 640 km/uur. In 1979 maten de ruimtesondes Voyager 1 en 2 tijdens hun scheervlucht langs Jupiter windsnelheden van 430 km/uur in één van de drie stormen die tussen 1998 en 2000 samensmolten tot de Kleine Rode Vlek. Die is tussen 2000 en 2006 steeds roder geworden, blijkt uit waarnemingen van amateur-astronomen.

Dreggen de stormen rood materiaal het op uit het binnenste van de gasreus of weten ze materiaal dat in UV-licht van de zon rood uitslaat door hun grote kracht langer omhoog te houden dan de omringende atmosfeer? Dat valt pas met zekerheid te zeggen als de kleurstof is geïdentificeerd via spectroscopie, waarmee wetenschappers aan een lichtbundel kunnen zien welke atomen het licht hebben uitgezonden. ‘Voor dat werkt moeten we in een laboratorium verschillende mogelijke Jupiteratmosferen nabootsen’, zegt Simon Miller: ‘pas dan hebben we iets om het spectroscopische signaal van de Rode Vlekken mee te vergelijken’.

Meer over de Jupiter en de Rode Vlekken

Meer over stormen

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 oktober 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.