Je leest:

Klaas Landsman: “De tafelgesprekken zijn vaak verschrikkelijk”

Klaas Landsman: “De tafelgesprekken zijn vaak verschrikkelijk”

Auteur: | 26 juli 2004

Hoe voelt wiskunde? Het gebeurt niet vaak dat wiskundigen praten over de emoties die hun vak bij hen oproept. Evelien Bus ging er in haar afstudeerscriptie naar op zoek. Door interviews met vakgenoten onderzocht zij de beleving van de wiskunde.

Klaas Landsman: “Eigenlijk heeft alle wiskunde waar mijn hart sneller van klopt te maken met de kwantummechanica. De belangrijkste voorbeelden zijn Hilbert-ruimten en niet-commutatieve meetkunde. Ook de gewone differentiaalmeetkunde vind ik heel leuk. Met zuivere wiskunde op zich heb ik niets.”

Klaas Landsman

“Op de middelbare school was ik gefascineerd door natuurkunde en dan met name de kwantummechanica. Het sprak daarom voor zich dat ik natuurkunde ging studeren. "De natuurkunde die we op de universiteit leerden, was interessant. Maar hoewel ik wiskunde op de middelbare school een leuk vak had gevonden, vond ik de wiskundevakken tijdens de studie niet bijzonder leuk. In het eerste jaar vond ik ze ronduit saai. We kregen lineaire algebra en calculus, vakken waar de schoonheid van wiskunde helemaal niet uit blijkt. Het was gewoon simpel rekenen.

In het tweede jaar miste ik bij het vak topologie een historische of andere motivatie. Ik zie nog voor me hoe de docent in het eerste college zonder enige uitleg axioma’s op het bord schreef. Ik werd maar door één wiskundecollege echt gegrepen: het college Lie groepen van Van Est. Ook al vond ik de meeste wiskundevakken niet zo interessant, ik deed er wel mijn best voor. Ik wist dat kennis van wiskunde je kan helpen om natuurkundige fouten te voorkomen."

“Na mijn promotie in de natuurkunde kwam ik in Cambridge terecht. Daar zaten veel goede wiskundigen die toevallig op dat moment ook in natuurkunde geïnteresseerd waren. De onderzoeksgroep werd geleid door Michael Atiyah, één van de grootste wiskundigen van de twintigste eeuw. Hij gaf op diep wiskundig niveau voordrachten over mathematisch-fysische onderwerpen. Omdat hij enthousiast vertelde en bovendien gedreven mensen om zich heen had verzameld, besloot ik me op de mathematische fysica te richten. Dat is goed bevallen. In de tien jaar die volgden, heb ik me vooral in wiskunde verdiept.

Eigenlijk heeft alle wiskunde waar mijn hart sneller van klopt te maken met de kwantummechanica. De belangrijkste voorbeelden zijn Hilbert-ruimten en niet-commutatieve meetkunde. Ook de gewone differentiaalmeetkunde vind ik heel leuk. Met zuivere wiskunde op zich heb ik niets. Ik geloof dat ik toch geen wiskundige ben in hart en nieren. Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom sommigen in een delirium raken van de laatste stelling van Fermat. Of waarom mensen algebraïsche meetkunde doen.

Technisch gezien is er misschien maar een klein verschil met differentiaalmeetkunde. Maar differentiaalmeetkunde is klassieke natuurkunde en algebraïsche meetkunde is voor mij een veel meer menselijke schepping. Ik interesseer me op zich niet voor kunstmatige, abstracte structuren, tenzij ze mij iets zeggen over zaken die echt bestaan.Vergelijk het met Lord of the Rings. Velen zijn daar helemaal bezeten van, mijn echtgenote bijvoorbeeld. Maar die zelfbedachte wereld van trollen en kunstmatige talen zegt me helemaal niets; ik ben bij die film ondanks al het lawaai zelfs in slaap gevallen. De echte geschiedenis is voor mij oneindig veel interessanter.

Het doen van wiskunde geeft een heel andere bevrediging dan het doen van natuurkunde. Bij wiskunde gaat het me om het proces. Ik hou van het lange, moeizame traject dat nodig is om diep inzicht te verwerven. Hoe langer het traject, des te dieper het in mijn geheugen wordt gegrift en des te groter mijn gevoel van waardering en schoonheid. Ik word er gelukkig van als wiskunde diep in mijn hoofd geboord is. Ik werk dan ook het liefst in vakgebieden die een hoge drempel hebben. Bij natuurkunde kan het me niet zoveel schelen of het traject heel lang was. Ik wil gewoon weten hoe het ervoor staat. En als ik dat uit de krant leer, vind ik dat ook best. Maar ik lees in de krant niet graag over wiskunde.

Achteraf gezien ben ik erg geïnspireerd geraakt door Atiyah. Juist omdat hij de betekenis van zijn wiskunde voor de natuurkunde overschatte, ging hij met een soort zeven-mijlslaars-enthousiasme door. Zelf ben ik veel cynischer ingesteld. Het duurt vaak heel lang voor ik ergens voor durf te gaan. Mijn echte rolmodel is Alain Connes. Ik zou als wiskundige zo willen zijn als hij. Hij is de beste spreker die ik ken. Zo enthousiast als een kind staat hij te praten, al is hij bijna zestig. Hij vertelt veel leuke dingen, zowel over zichzelf als over wiskunde. Daarnaast hebben zijn wiskundige resultaten een enorme diepgang. En bovendien is hij eerlijk naar zijn publiek toe. Hij laat pas resultaten zien als hij weet dat die juist zijn. Dat doen niet alle wiskundigen. Atiyah maakte vaak onterecht propaganda voor zichzelf en zijn leerlingen, vond ik.

Connes inspireert me enorm. Hij is geïnteresseerd in wat ik doe en kijkt af en toe mee. Hoewel hij in Parijs woont, zie ik hem wel op bijna elke conferentie. Ik heb eens samen met hem een conferentie georganiseerd. Het was een grote eer in zijn buurt eenvoudige klusjes te mogen opknappen.

In het algemeen houd ik helemaal niet zo van conferenties. De tafelgesprekken zijn vaak verschrikkelijk. Ze gaan meestal over wiskunde. Ik vind het zelf niet bijzonder aangenaam om daarover aan tafel te praten. Maar het is nog erger om met wiskundigen over iets anders dan wiskunde te praten. Als het al een keer over zoiets als politiek gaat, hoor je meestal heel oppervlakkige meningen. In Nederland gaat het bij seminaria bijna altijd over organisatorische dingen. Voor mij is de interactie met wiskundigen slechter dan die met de gemiddelde mens. Het ligt ongetwijfeld ook aan mijzelf. Ik zoek weinig contact met wiskundigen. Ik zit het liefst alleen achter mijn bureau te werken.

Tijdgebrek vind ik momenteel een van de grootste frustraties. Ik kan maar een fractie van mijn werktijd besteden aan het doen van onderzoek. Zeker tweederde van de week gaat op aan het beantwoorden van e-mail, vergaderen, het reviewen van artikelen en het schrijven, lezen en beoordelen van onderzoeksvoorstellen. Daarnaast geef ik, naast de normale colleges, bijna elke week wel een of andere voordracht, voor gehoren van scholieren tot hoogleraren. Ik zie dat als een soort verplichting aan de samenleving. Nu bijna geen hond meer wiskunde studeert, moeten wij alle registers opentrekken om het tij te keren. Helaas gaat dat wel ten koste van mijn eigenlijke werk, namelijk het doen van onderzoek. Vroeger haalde ik dat in mijn vrije tijd in, maar dat lukt niet meer sinds ik kinderen heb. Ik kan daardoor de nieuwe ontwikkelingen in de functionaalanalyse, meetkunde en algebra nauwelijks bijhouden. Iedere dag komen er op mijn vakgebied dertig preprints uit op het internet, die ik allemaal wel zou willen lezen. Helaas moet ik me beperken en mis ik belangrijke dingen die in de natuurkunde van pas kunnen komen.

Tien jaar geleden was ik veel meer van plan dan nu. Ik streefde naar een alomvattend begrip van de hele natuurkunde, met alle wiskunde die erbij hoort. Nu zou ik tekenen voor één promille daarvan. Ik heb grote bewondering voor de mensen die er wel helemaal voor gaan. Voor Newton bijvoorbeeld, die bewust vrijgezel is gebleven om zijn leven aan de wiskunde, natuurkunde, en zijn andere passies als theologie en alchemie te kunnen wijden. Of Beethoven, die wel degelijk vaak verliefd was en wilde trouwen, maar er voor terugdeinsde toen hij inzag dat hij zich dan minder op het componeren zou kunnen concentreren. Als ik net zoveel talent zou hebben gehad, zou ik misschien wel hetzelfde hebben gedaan."

Over Klaas Landsman

Klaas Landsman (1963) studeerde theoretische natuurkunde en wiskunde aan de UvA (1981-1989) en promoveerde aldaar in 1989 cum laude in de theoretische hoge-energiefysica. Hij was van 1989-1997 verbonden aan de University of Cambridge, werd in 2001 hoogleraar in de mathematische fysica aan de UvA, en is per 1 september 2004 hoogleraar analyse aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is geïnteresseerd in alle takken van de wiskunde die iets met de kwantummechanica te maken hebben, zoals meetkunde en functionaalanalyse. Hij is de auteur van het populair-wetenschappelijke boek “Requiem voor Newton,” dat dit najaar bij Uitgeverij Contact zal verschijnen. Dit boek beschrijft een speurtocht naar de oorsprong van de hedendaagse natuurkunde.

Wiskundig curriculum vitae

1981 – 1985 studie natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam

1985 – 1989 promotie in theoretische hoge-energie fysica aan de Universiteit van Amsterdam

1989 – 1997 wetenschappelijk medewerker aan het Department of Applied Mathematics and Theoretical Physics aan de University of Cambridge

1997 – heden wetenschappelijk medewerker aan het Kortewegde Vries Instituut voor wiskunde van de Universiteit van Amsterdam, de laatste twee jaar als hoogleraar

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 juli 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.