Je leest:

Kinkhoestbacterie evolueert

Kinkhoestbacterie evolueert

Auteur: | 15 november 2004

Nederland stapt in 2005 over op een kinkhoestvaccin met minder bijwerkingen. Dat is goed, maar uiteindelijk is een heel nieuw vaccin nodig, vindt Frits Mooi van het RIVM.

‘Wil je weten hoe kinkhoest er uit ziet?’ Frits Mooi klikt een filmpje aan op zijn computerscherm. Een baby in de armen van haar moeder. De baby hoest. Niet zomaar een kuchje, ze hoest de longen uit haar lijf. Na elke aanval zuigt ze hijgend haar longen vol, als een duiker die net op tijd boven komt. ‘Kinkhoest is geen onschuldige kinderziekte. In de jaren vijftig kwam het eerste vaccin op de markt, een zogeheten whole cell vaccin (WCV), gemaakt van hele, dode, bacteriën. Vóór die tijd was kinkhoest een van de belangrijkste doodsoorzaken voor jonge kinderen.’

Mooi is projectleider kinkhoestsurveillance bij het RIVM. Het instituut is verantwoordelijk voor de evaluatie van het rijksvaccinatieprogramma. Sinds de jaren negentig neemt kinkhoest weer toe in Nederland, terwijl bijna alle kinderen worden ingeënt. Dat was aanleiding voor onderzoek naar mogelijke genetische mutatie onder druk van vaccinatie. Mooi: ‘Virussen kunnen dat heel goed, maar over de snelheid waarmee bacteriën zich aanpassen aan vaccinatie is weinig bekend.’

Verbazingwekkend

Mooi kon gebruik maken van de historische stammen-collectie van het RIVM. ‘Die collectie is heel belangrijk. Daarin zitten bacteriestammen uit de jaren vijftig, maar ook kinkhoestbacteriën van latere jaren. Elk jaar verzamelt het RIVM bacteriën van mensen die besmet zijn met kinkhoest.’

Eerst onderzocht Mooi het pertactine-eiwit. ‘Dat celwand-eiwit is een belangrijk onderdeel van het vaccin, het zet het immuunsysteem aan tot de productie van beschermende antilichamen.’ Mooi ontdekte in 1998 een verschil tussen het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ pertactine, juist in het functionele domein. ‘Deze variatie werd door veel onderzoekers en vaccinproducenten afgedaan als irrelevant. Dat verbaasde ons, omdat het bekend is dat adaptie als gevolg van vaccinatie een belangrijke rol speelt bij allerlei infectieziekten. We besloten daarom te onderzoeken of de variatie in pertactine invloed had op de effectiviteit van het vaccin.’

Mooi vaccineerde muizen met het humane whole cell vaccin en infecteerde ze met oude of nieuwe bacteriën. In hoge dosis werkte het vaccin in beide gevallen even goed. Maar in lagere doses bleek het minder effectief tegen nieuwe stammen. Het onderzoek werd in 2001 gepubliceerd (Emerging Infectious Diseases, juni 2001) en onlangs door Pools onderzoek bevestigd. Voor Mooi is het bewezen dat stamvariatie een rol speelt bij de recente Nederlandse epidemie. ‘Vreemd genoeg is er door de internationale kinkhoestgemeenschap nauwelijks op gereageerd. Sommige – vooral klinische – wetenschappers lijken überhaupt niet te geloven dat adaptatie van de bacterie een rol kan spelen.’

Begin jaren negentig startte een aantal bedrijven met de ontwikkeling van nieuwe, zogeheten a-cellulaire kinkhoestvaccins (ACV’s). De reden was niet zozeer de toename van kinkhoest, alswel de bijwerkingen van het oude whole cell vaccin. Door slechts een beperkt aantal bacterie-eiwitten in het vaccin te stoppen, verminderen de bijwerkingen.

Mooi: ‘De industrie heeft die ACV’s, waarvan de meesten pertactine bevatten, gemaakt met kinkhoeststammen uit de jaren vijftig. Verbazingwekkend, want ze hadden ook moderne stammen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld uit onze collectie. Maar er was sprake van een concurrentieslag waarbij men probeerde zo snel mogelijk een vaccin op de markt te zetten. Dat is ten koste gegaan van de zorgvuldigheid.’

De effectiviteit van de ACV’s werd weliswaar getest op zowel oude als nieuwe bacteriestammen, maar volgens Mooi was de proefopzet beperkt. ‘Er is bijvoorbeeld een Franse publicatie, in samenwerking met de farmaceutische industrie, waarbij een muis een halve humane dosis kreeg: dat is alsof je een mens een emmer met vaccin geeft. Zo’n onderzoek geeft alleen aan dat er een verschil is tussen wel of niet gevaccineerde muizen. Het zegt niets over een mogelijk verschil in effectiviteit van een ACV tegen oude en nieuwe stammen.’

Nieuw vaccin

Veel onderzoekers denken dat de kinkhoesttoename wordt veroorzaakt door ‘wegebbende immuniteit’: op een gegeven moment ‘vergeet’ het immuunsysteem het contact met bacterie of vaccin en verdwijnen de antilichamen. Bij kinkhoest gebeurt dat al na een paar jaar. ‘Een plausibele verklaring’, aldus Mooi, ‘maar er is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Het klopt ook niet met het gegeven dat in Nederland per jaar een half miljoen mensen besmet wordt met de kinkhoestbacterie, de meesten zonder het te weten en zonder zich ernstig ziek te voelen. Dat impliceert dat vaccin-geïnduceerde immuniteit op den duur weer wordt vervangen door natuurlijke immuniteit.’

Mooi ergert zich er vooral aan dat veel onderzoekers, zowel binnen als buiten de industrie, wegebbende immuniteit presenteren als feit, terwijl adaptatie van de bacterie niet serieus wordt genomen. ‘Beide hypothesen zijn moeilijk te toetsen. Het muismodel is niet zo geschikt, omdat je naar een periode van jaren moet kijken. Studies in mensen zijn beter, maar dat is niet eenvoudig.’ Klinische studies zijn daarbij zo duur, dat ze bijna altijd betaald worden door de farmaceutische industrie, en die gelooft niet in de adaptatie-theorie.

Overigens staat Mooi niet alleen, directeur Ben van der Zeijst van het Nederlands Vaccin Instituut noemde de resultaten van Mooi een belangrijk argument om een nieuw vaccin te ontwikkelen. Maar vooralsnog staat de industrie niet te trappelen. Mooi: ‘Die weerstand komt volgens mij doordat onderzoek naar mogelijke adaptatie van de bacterie impliceert dat de industrie destijds de verkeerde stammen heeft gekozen voor het ACV, terwijl dat met een onderzoek naar circulerende stammen voorkomen had kunnen worden.’

Nederland zal in 2005 overgaan van een WCV naar een ACV gebaseerd op dezelfde oude stammen, maar met minder bijwerkingen. Mooi hoopt dat de overheid het RIVM toestemming geeft voor extra onderzoek. Hij wil de effectiviteit van het ACV tegen oude en nieuwe stammen bepalen. Daarnaast wil hij onderzoeken of maternale immunisatie mogelijk is. ‘Door zwangere vrouwen te vaccineren sla je twee vliegen in een klap. Je reduceert de kinkhoestcirculatie bij aanstaande ouders, en de baby is – vermoedelijk, dat moeten we nog uitzoeken – via antilichamen van de moeder beschermd tegen kinkhoest.’

‘Op de lange termijn is het de vraag of we de beste vaccins hebben die we op grond van de huidige kennis kunnen maken. Dat kan waarschijnlijk beter. Het genoom van de bacterie is onlangs gesequensed, we kunnen precies onderzoeken welke eiwitten de meest effectieve bescherming induceren. Door toevoeging van moleculen die de immuunrespons versterken en het immunologisch geheugen verbeteren, kan de effectiviteit van het vaccin verder vergroot worden .’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 november 2004
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.