Je leest:

Kindertaal in de krant

Kindertaal in de krant

Auteur: | 19 augustus 2008

Zowel in krantenkoppen als in kindertaal worden lidwoorden vaak achterwege gelaten. Onderzoekster Joke de Lange toont in haar proefschrift aan dat dit het gevolg is van een beperkte verwerkingscapaciteit. In het Italiaans kosten lidwoorden minder hersencapaciteit en worden ze dus ook minder achterwege gelaten.

Wat is de overeenkomst tussen journalisten en kleine kinderen? Ze laten allebei vaak lidwoorden achterwege in hun taal. De Utrechtse onderzoekster Joke de Lange toont in haar proefschrift aan dat ze dit allebei doen om dezelfde reden: het kost zo de minste moeite voor de hersenen om de taal te begrijpen of te produceren.

Krantenkoppen zijn vaak geschreven in een soort telegramstijl: “Auto rijdt van viaduct” of “Hond bijt kleuter”. De zinnen zijn strikt gezien a-grammaticaal, de lidwoorden ontbreken immers, maar toch begrijp je meteen wat er bedoeld wordt. Je begrijpt het zelfs sneller dan wanneer er een complete volzin had gestaan. En dat is precies de reden waarom in krantenkoppen vaak lidwoorden achterwege worden gelaten. Lezers kunnen de koppen sneller scannen en bovendien neemt de tekst zo minder ruimte in op de pagina.

Ook jonge kinderen gebruiken vaak in het begin nog geen lidwoorden. “Ik wil bal”, zeggen ze dan. Dit komt doordat ze nog niet beschikken over dezelfde verwerkingscapaciteit als volwassenen. Ze moeten (onbewust) keuzes maken om met hun nog niet volgroeide taalmogelijkheden hun boodschap toch over te kunnen brengen, met als gevolg dat de lidwoorden ‘sneuvelen’.

Informatie Theorie

Joke de Lange heeft tijdens haar promotieonderzoek Nederlandse en Italiaanse krantenkoppen en kindertaal met elkaar vergeleken. Zij kwam tot de conclusie dat Italiaanse kinderen en journalisten veel minder lidwoorden weglaten dan Nederlandse. Ze verklaart dit met behulp van de Informatie Theorie die halverwege de vorige eeuw voor ICT-toepassingen is ontwikkeld. Toegepast op de Lange’s onderzoek houdt deze theorie in dat de verwerking van lidwoorden meer hersencapaciteit kost als de keuze voor een bepaald lidwoord moeilijker, en dus onzekerder, is. Als Nederlandse lidwoorden meer capaciteit kosten dan Italiaanse lidwoorden, zal het in het Nederlands vaker voorkomen dat ze achterwege gelaten worden. Alleen dan wordt namelijk verwerkingscapaciteit bespaard.

De kans op het juiste lidwoord

Het berekenen van hoe moeilijk het is om het juiste lidwoord te kiezen is geen eenvoudige klus. De Lange heeft hiervoor ingewikkelde formules gebruikt. Het Nederlands kent slechts 3 lidwoorden, terwijl het Italiaans er maar liefst 18 heeft. Uit analyse van een grote database van gesproken Nederlands blijkt dat de Nederlandse lidwoorden “de” en “een” ongeveer even vaak voorkomen. “Het” komt net wat minder vaak voor. Als de verschillen tussen de kansen op een bepaald lidwoord niet zo groot zijn, is de kans op een verkeerde keuze juist groter. Er is dus vrij veel hersencapaciteit nodig om het juiste lidwoord te kiezen in het Nederlands.

Uit eenzelfde soort analyse van een database met gesproken Italiaans blijkt dat er grotere verschillen zijn tussen de voorkomens van verschillende lidwoorden in die taal. Hierdoor is de kans dat je het verkeerde lidwoord gebruikt minder groot en is er ook minder hersencapaciteit nodig om het juiste lidwoord te selecteren. Kiezen uit 18 lidwoorden die sterk van elkaar verschillen is immers makkelijker dan kiezen uit 3 lidwoorden die veel op elkaar lijken.

Voor Nederlandse journalisten en kleine kinderen levert het weglaten van lidwoorden dus meer op dan voor Italiaanse journalisten en bambini. Italianen besparen nauwelijks tijd door het lezen van krantenkoppen zonder lidwoorden, terwijl dit voor Nederlanders juist wel voordeliger is. Voor Italiaanse kinderen is het een kleine moeite om het juiste lidwoord te gebruiken, maar Nederlandse kinderen hebben een moeilijkere keuze te maken, waardoor ze hier beter nog even mee kunnen wachten tot ze iets meer hersencapaciteit tot hun beschikking hebben.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.