Je leest:

Kijken op z’n westers en op z’n Japans

Kijken op z’n westers en op z’n Japans

Auteur: | 19 november 2009

Verschillende manieren van zien, vanuit westers en Japans perspectief, vormen het onderwerp in ‘Verschuivende perspectieven’. Willem van Gulik, hoogleraar Kunstgeschiedenis en materiële cultuurkunde van Oost-Azië, neemt op maandag 23 november afscheid.

Nieuwsgierigheid

Japanners staan erom bekend dat ze veelvuldig vreemde invloeden overnemen, volgens boze tongen, kopiëren. Diezelfde boze tongen bedoelen met ‘vreemde’ invloeden eigenlijk ‘westerse’ invloeden. Positiever bekeken kun je constateren dat in Japan nieuwe dingen altijd met nieuwsgierigheid en meestal met enthousiasme begroet worden. Vaak mondt dat uit in het overnemen van die invloed, maar al snel krijgt het overgenomene een eigen, onmiskenbaar Japans gezicht.

Prent van Okumura Masanobu (1686-1764), Doorkijk in de hoofdstraat van de ‘Shin Yoshiwara’. Masanobu maakte rond 1740 perspectiefprenten en hij claimde deze te hebben uitgevonden.

Zelfgekozen isolement

Dat overnemen van vreemde invloeden begon al kort na het begin van onze jaartelling met de Chinese cultuur via Korea en wat later het boeddhisme via China. Dit zijn twee voorbeelden van overname die de Japanse samenleving op zijn grondvesten deden schudden. Eenzelfde schok betekende de openstelling van het land in het midden van de negentiende eeuw na ruim tweehonderd jaar van zelfgekozen isolement. In hoog tempo werden westerse invloeden ingezogen en Japan werd in slechts enkele decennia omgevormd van een feodale staat in een technocratie.

Prent uit het boek “Perspective” van Johannes Vredeman de Vries. Dit boek zou als voorbeeld hebben gediend voor de Japanse perspectiefprenten.

Wirtschaftswunder

Na de Tweede Wereldoorlog werd het nog eens dunnetjes overgedaan en het zijn de hierboven al genoemde boze tongen die beweerden dat de Japanners alleen daaraan hun ‘Wirtschaftswunder’ te danken hebben. Tussen deze wereldschokkende gebeurtenissen waren er ook nog wat kleinere. Daaronder ook het onderwerp dat Van Gulik al langere tijd bezighoudt: de overdracht van de westerse schilder- en perspectieftechnieken op de Japanse grafiek- en schilderkunst.

Modetrend

In de jaren 40 van de zestiende eeuw arriveerden Portugese handelaren als eerste westerlingen in Japan, in 1549 gevolgd door de jezuïetenmissie. Het christendom oefende een grote aantrekkingskracht uit op de nieuwsgierige Japanners. ‘Uit ooggetuigenverslagen van de jezuïeten is bekend dat het flaneren op straat in westerse kleding, compleet met pofbroeken, hoeden en liefst nog een bril op de neus, een modetrend was geworden’, vertelt Van Gulik. ‘Het toppunt van wereldwijsheid was om daarbij in de ene hand een zakdoek en de andere een rozenkrans te houden, terwijl men al wandelend het Onze Vader in het Latijn reciteerde.’

Illustratie uit het boek “Kiku gempō chōkan bengi” (“Lekenverhandeling over de regels van de tekenkunst met passer en lineaal”) van Shimada Dōkan. Dit boek kan ook als voorbeeld hebben gediend voor de Japanse perspectiefprenten.

Reproductie

Tegen het eind van de zestiende eeuw waren enkele honderdduizenden Japanners tot het christendom bekeerd. De vraag naar religieuze schilderingen en kopergravures nam enorm toe en omdat aan die vraag niet door de import uit Europa kon worden voldaan, raakten Japanse kunstenaars betrokken bij de reproductie van deze parafernalia. Van Gulik: ‘Bij het kopiëren werden westerse technieken zoals de toepassing van perspectief en clair-obscur getrouw overgenomen zonder dat er sprake was van een theoretisch besef van deze technieken.’

Utagawa Toyoharu. Afbeelding van een Nederlandse haven in het zuidoosten. Het voorbeeld van de prent kan worden achterhaald, dat is namelijk een kopergravure van J.L. Stelzer, “Gezicht op het Armamentarium van Delft”.

Mengstijl

Tegelijkertijd werden ook niet-religieuze afbeeldingen gekopieerd. Hierdoor ontstond een geheel nieuwe mengstijl. ‘Anderzijds kan je constateren dat de overname en assimilatie van westerse schildertechnieken in feite nooit werkelijk zijn beslag heeft gekregen en dat in ieder geval de westerse schilderstijl geen kans heeft gehad om in Japan school te maken’, zegt Van Gulik.

Deshima

Aan het begin van de zeventiende eeuw was de rol van de Portugezen en Spanjaarden goeddeels uitgespeeld in Japan en met hen de rol van het christendom in het algemeen en van het rooms-katholieke geloof in het bijzonder. Met de vestiging van het Tokugawa-shogunaat in 1603 begon een politiek proces dat in 1641 uiteindelijk leidde tot de uitzetting van alle Europeanen en de totale eliminatie van het christendom. Alleen aan de Nederlanders en Chinezen werd het toegestaan een kleine post in te richten waar onder strenge voorwaarden handel mocht worden gedreven. Het kunstmatige eilandje Deshima met de Nederlandse factorij was meer dan tweehonderd jaar Japans enige venster op de westerse wereld.

Veel van de perspectiefprenten, zowel in het westen als in Japan, waren zogenoemde opticaprenten, bedoeld om te worden bekeken met een optica-instrument waarmee diepte werd gesuggereerd. Dit is een Japanse nozokimegane ‘gluurglas’, gebaseerd op het principe van de camera obscura.

Levenspeil

De nieuwsgierigheid naar westerse kennis en wetenschappen nam bij de Japanse gezagsdragers en geleerden vooral in de achttiende eeuw toe. De officiële tolken die in nauw contact stonden met de Nederlandse kooplieden, ontwikkelden zich tot rangakusha ‘Hollandologen’. Ze vertaalden, vaak op bestelling, wetenschappelijk werken over uiteenlopende onderwerpen uit het Nederlands. Daaronder waren ook boeken over schilderkunst. Door de langdurige vrede tijdens de isolatie steeg het levenspeil van de stadbevolking die zich daardoor steeds meer uitspattingen kon veroorloven.

Chinese houtsneden

De grotere welvaart uitte zich in de beeldende kunst voornamelijk in de opkomst van de prentkunst, de zogenoemde ukiyo-e ‘prenten van de vlietende wereld’. Van Gulik: ‘Bij die prenten verschijnen in de tweede helft van de achttiende eeuw ook prenten met een overdreven centraal-perspectivische compositie. Hoewel de prenten geforceerd en soms wat onbeholpen overkomen, moeten de principes van westerse perspectiefconstructies bekend geweest zijn. Er kan inderdaad een opmerkelijke gelijkenis worden gevonden tussen de Japanse perspectiefprenten en de illustraties uit het handboek Perspective van Johannes Vredeman de Vries uit 1604. Toch moet ook niet worden uitgesloten dat Chinese houtsneden met westers perspectief hun weg naar Japan hebben gevonden.’

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 november 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.