Je leest:

Kijken in het hoofd van een crimineel

Kijken in het hoofd van een crimineel

Door het meten van empathie kunnen we te weten komen of een crimineel spijt heeft van zijn gedrag of echt boosaardig is. ‘Mad or bad’, noemt promovendus Nol Herlé het. Door deze zaken niet langer met elkaar te verwarren kan recidive beter worden voorkomen en de samenleving beschermd worden. Psychofysiologische metingen moeten op termijn behulpzaam zijn in het maken van dit onderscheid.

Als we kunnen achterhalen wat er zich afspeelt in het hoofd van een (potentiële) crimineel, dan kunnen we ook voorspellen hoe hij zich gaat gedragen. Dan kan recidive eerder worden voorkomen, wat een betere bescherming oplevert voor de samenleving. Volgens promovendus Nol Herlé kan dit worden gerealiseerd door proefpersonen naar filmbeelden te laten kijken, zodat de mate van empathie kan worden gemeten.

Het Nederlandse strafrecht is retrospectief van aard: eerst moet een misdrijf zijn gepleegd, daarna volgt de veroordeling. Het kwaad is al geschied voordat de dader naar de gevangenis gaat. Het strafrecht is sterk georiënteerd op wat er in het verleden is gebeurd. Volgens jurist Nol Herlé is dat een verkeerde benadering. Hem staat een prospectief strafrecht voor ogen: niet de vergelding (achteraf) maar de bescherming (vooraf) van de samenleving hoort voorop te staan. Misdrijven moeten dus worden voorkomen. Risicotaxatie van (potentiële) delinquenten is een van de mogelijkheden om dat te bereiken: kijken in het hoofd van de crimineel, om zo zijn intenties en motivaties te leren kennen.

Herlé vindt dat bescherming van de samenleving voorop hoort te staan. Misdrijven moeten dus worden voorkomen. Of een delinquent gevoelens van empathie heeft kan een belangrijke rol spelen bij het vaststellen of hij een bedreiging is voor de gemeenschap.

Herlé vertrekt vanuit een belangrijke mentale drijfveer: de empathie. Daaronder verstaat hij ‘het verlangen de ander gevoelsmatig te verstaan’. Empathie verwijst naar normen en moraal en bepaalt ons sociaal handelen. Empathie – of het ontbreken ervan – zegt iets over het karakter van een mens. Wie geen empathie voelt, gaat zich onverschillig gedragen tegenover de medemens; hij behandelt en gebruikt slachtoffers als een voorwerp. Dat kan als boosaardig worden bestempeld. Boosaardige agressie is een permanente en wrede mentaliteit, en een bedreiging voor de gemeenschap. Er is dus een duidelijke relatie tussen empathie en criminaliteit.

Bad or mad?

Maar kwade intenties zijn niet strafbaar. Alleen als er sprake is van bepaalde mentale stoornissen, kan onder andere dwangverpleging worden opgelegd. Het ’ mad-begrip’ is veel ruimer en houdt ook de tijdelijke mentale stoornissen in, zoals blinde woede. ’ _Bad_’ (boosaardig) duidt op gewild crimineel gedrag. Herlé wil beide begrippen juridisch scheiden. Omdat empathiegebreken ons iets kunnen leren over de oorzaken van deviant – crimineel – gedrag, is het de uitdaging (de mate van) empathie te meten. In zijn proefschrift toont Herlé aan dat dit mogelijk is, ook al moeten er in de praktijk nog een aantal hindernissen worden overwonnen.

Bad or mad? Een dader met een (tijdelijke) mentale stoornis hoeft geen gebrek aan empathie te hebben, terwijl een boosaardige crimineel dat wel heeft. Met behulp van een empathieanalyse kan in de toekomst wellicht het verschil worden vastgesteld.

Empathie gaat immers gepaard met emoties: de bloeddruk verandert, evenals spierspanning, hartritme en huidgeleiding. Deze fysieke grootheden noemt Herlé een peiler van de empathieanalyse. Die kan worden uitgevoerd door proefpersonen filmbeelden te laten bekijken. Angst, medeleven en onverschilligheid zijn emoties die vervolgens kunnen worden gemeten. Was een man die zijn vrouw ernstig heeft mishandeld door emoties overmand of was die mishandeling een uiting van een permanente behoefte zich te doen gelden? De uitkomst zegt iets over de kans dat deze man in herhaling valt.

De psychofysiologische meting kan dus uitsluitsel geven over het morele gehalte van proefpersonen. ’ _Bad_’- en ’ _mad_’-componenten worden zichtbaar, vergeldingsreacties worden tijdig onderkend en recidive kan trefzekerder worden voorspeld. Op deze manier voorziet Herlé ook minder straffen voor de ‘incidenteel ontspoorden’ die spijt hebben betuigd. Wel erkent Herlé dat een verdere medicalisering van het strafrecht onvermijdelijk zal zijn.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Tilburg (UvT).
© Universiteit van Tilburg (UvT), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 september 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.