Je leest:

Kijken en luisteren

Kijken en luisteren

Een nieuwe techniek om je halsslagader af te beelden

Auteur: | 9 maart 2012

Onderzoekers aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam proberen een nieuw apparaat te ontwikkelen waarbij ze een plaatje van de halsslagader kunnen maken zonder daarbij het lichaam open te hoeven maken.

Nu is dat al mogelijk met technieken zoals Magnetic Resonance Imaging (MRI) en Computertomografie (CT), maar de kwaliteit van het plaatje moet volgens de onderzoekers veel beter kunnen. Door het slim combineren van twee technieken hopen ze een plaatje te kunnen maken waar een dokter veel meer op kan zien dan nu gebruikelijk is.

Je wist het misschien niet, maar je halslagader, de ader die je in je nek kan voelen kloppen, is dé belangrijkste ‘pijpleiding’ die je hersenen voorziet van bloed. Je kunt je voorstellen dat als die ‘pijpleiding’ het niet goed meer doet, dat levensgevaarlijk kan zijn. Om die reden willen dokters heel graag weten hoe het met je halsslagader is gesteld.

Het plaatje van je halsslagader moet volgens de onderzoekers gemaakt worden door een combinatie van twee verschillende technieken. De eerste techniek, ultrageluid, kennen we allemaal vanwege de zwart-witte bewegende plaatjes van een foetus in een baarmoeder. Ultrageluid is dan ook bij uitstek geschikt om verschillende vormen en structuren in het menselijk lichaam af te beelden.

Wat je met deze techniek niet zo goed kan zien, is waar die vormen en structuren van zijn gemaakt. Om dat te kunnen bepalen willen de onderzoekers een tweede techniek gebruiken, namelijk fotoakoestiek. Deze techniek gebruikt niet alleen geluid maar ook licht om een plaatje te maken. Wanneer je een korte lichtpuls in het lichaam stuurt, geven verschillende delen in het lichaam ultrageluidgolven terug. Zo zal bijvoorbeeld een ongezond deel van de halslagader een ander geluid produceren dan de overige gezonde delen.

Pieter Kruizinga

Door het combineren van deze twee technieken hopen de onderzoekers veel meer informatie op één plaatje te kunnen laten zien dan tot nu toe mogelijk was. Pieter Kruizinga, één van de Rotterdamse onderzoekers, legt het als volgt uit: “het is net zoals met de zwart-wit foto’s van honderd jaar geleden. Je ziet daar eigenlijk al best veel op. Maar de kleurenfoto’s van vijftig jaar later vertellen je veel meer. Ineens zie je dat er gele plekken zitten, in wat jij zag als een mooi stuk groen grasveld. Dat willen wij nu ook gaan doen: plaatjes maken waarop je net iets meer ziet dan vroeger.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Hartstichting.
© Hartstichting, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 maart 2012
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.