Je leest:

Kijk- en luistertijd of snel een antibioticarecept?

Kijk- en luistertijd of snel een antibioticarecept?

Auteur: | 30 augustus 2016

Verkoudheden, oorpijn, hoesten; vrijwel niemand in Nederland ontkomt aan de jaarlijkse klachten. Een groot deel van de mensen probeert zelfzorgadviezen toe te passen, koopt wat ondersteunende medicatie bij drogist of apotheek, of probeert het gewoon uit te zieken. Pas bij hevige of juist aanhoudende klachten maken mensen een afspraak bij hun huisarts. Ongeveer 1 op de 5 bezoeken aan de huisarts gaat over klachten die worden veroorzaakt door veelvoorkomende infecties.

Biowetenchappen en Maatschappij, Hollandse Hoogte

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat Nederlanders een aantal zaken verwachten van hun bezoek aan de huisarts bij deze infectie: een goed lichamelijk onderzoek, informatie over hoe lang deze klachten gaan aanhouden, en geruststelling. Het krijgen van een recept voor een antibioticum vinden ze veel minder belangrijk. Wanneer deze mensen daadwerkelijk infectieklachten krijgen en daar in het dagelijkse leven last van hebben, dan worden antibiotica wel vaak gezien als krachtig medicijn om het herstel te bevorderen. Veel patiënten lopen de spreekkamer van de huisarts dan ook uit met een antibioticumrecept. Voor volwassenen met hoestklachten is dat ongeveer 7 op de 10 mensen, terwijl van de kinderen met koorts ongeveer 1 op de 4 een antibioticum krijgt van de huisarts. Dat is opvallend, aangezien studies onder huisartsen laat zien dat ze veel patiënten niet dusdanig ziek vinden dat een antibioticum nodig is. Zo is de huisarts, door het grote aantal consulten voor infecties, elk jaar verantwoordelijk voor meer dan 80 procent van alle antibioticavoorschriften in Nederland.

Hoestende volwassenen

De vraag van de volwassen hoestende patiënt om een antibioticum blijkt een krachtige voorspeller voor het voorschrijven van antibiotica door de huisarts. Echter de verklaring voor het overmatig voorschrijven van antibiotica ligt niet alleen bij de vragende patiënt, maar ook in het herkennen van de juiste verwachtingen van de patiënt door de huisarts. Huisartsen denken regelmatig dat de patiënt een antibioticum wil, maar blijken dit slechts matig te kunnen voorspellen. De hoestende patiënt heeft zelfs een vijf maal hogere kans om daadwerkelijk antibiotica te krijgen, zodra de huisarts een (al dan niet terechte) druk vanuit de patiënt ervaart. Daarnaast ondervindt de huisarts tijdsdruk tijdens een overvol spreekuur. Het geven van goede uitleg over het natuurlijk beloop van de klachten en de voor- en nadelen van eventuele behandeling met medicijnen ervaren veel artsen als tijdsintensief, terwijl het simpelweg geven van een recept juist welkome tijdswinst oplevert.

Kinderen met koorts

In de eerste twee levensjaren komt 40 procent van de kinderen tenminste eenmaal per jaar bij een arts vanwege koorts. Meestal is dit overdag bij de eigen huisarts. Verder zien huisartsen per jaar maar liefst 500.000 kinderen met koorts tijdens hun dienst op de huisartsenpost. Ernstige infecties zoals hersenvliesontsteking (meningitis) en een longontsteking (pneumonie) zijn zeer zeldzaam, het aantal gevallen ligt bij de huisarts (eerstelijnszorg) rond de 1 procent, terwijl dit in het ziekenhuis (tweedelijnszorg) oploopt naar 10-15 procent. De huisarts ziet dus 100 kinderen met koorts waarvan er slechts 1 daadwerkelijk heel ziek is. Het is een uitdaging om juist dát kind eruit te pikken. Omdat de huisarts zo’n heel ernstige aandoening niet wil missen, schrijft hij voor de zekerheid toch vaak antibiotica voor.

Gemiddelde duur klachten bij kinderen met infecties. De blauwe balk geeft de spreiding aan waarin 90% van de kinderen klachtenvrij is.
Biowetenschappen en Maatschappij, Herman Sittrop Grafisch Realisatiebureau

Vangnet

Juist omdat het beloop van infecties bij kinderen vaak lastig te voorspellen is, is het belangrijkste hulpmiddel voor de huisarts het creëren van een vangnet voor ouders door het verstrekken van goede informatie. Onder deze vangnetconstructie vallen zelfzorgadviezen, maar de laatste jaren ook steeds vaker een ‘uitgesteld’ antibioticarecept. De ouders krijgen instructie om de antibioticakuur pas te gaan ophalen of toedienen wanneer de klachten aanhouden of het ziek zijn verergert. Daarbij is het voor ouders belangrijk om te weten wanneer ze opnieuw contact moeten opnemen met de huisarts, en hoe lang de klachten gemiddeld kunnen duren. Zo liet een recente literatuurstudie zien dat de duur van veelvoorkomende klachten bij kinderen veel langer is dan dokters vaak vertellen. Het schetsen van realistische verwachtingen kan de vangnetconstructie versterken en kan mogelijke ongerustheid onder ouders verminderen. Het vangnet voor de huidige koortsperiode, kan vervolgens ook als hulpmiddel dienen wanneer het kind een volgende keer ziek wordt.

Ondanks het feit dat Nederlandse huisartsen het internationaal vergeleken zeer goed doen wat betreft antibiotica voorschrijven voor veelvoorkomende infecties, blijft er ruimte voor verbetering. Bovendien blijkt dat patiënten die zich melden met infectieklachten bij de huisarts de ‘kijk- en luistertijd’ het belangrijkst vinden. Ofwel een gedegen lichamelijk onderzoek en een huisarts die goed luistert naar de klachten, niet het krijgen van antibiotica. Nader onderzoek naar effectieve medicatie – anders dan antibiotica – gericht op klachtenverlichting kan daarbij de patiënt en de huisarts helpen.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 augustus 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.