Je leest:

Kieskeurig immuunsysteem

Kieskeurig immuunsysteem

Auteur: | 4 juni 2004

Vaccins tegen virussen en tumoren moeten gemaakt worden op basis van eiwitten met een lange halfwaardetijd. Anders pikt het immuunsysteem de eiwitten niet op en ontstaat er geen beschermende reactie. Dat concludeert dr. Ton Schumacher van het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam samen met collega’s in Science van vorige week.

De resultaten verschijnen tegelijk met Amerikaans onderzoek van dezelfde strekking. Het resultaat komt voort uit een vergelijkend onderzoek naar twee manieren waarop T-cellen eiwitten van ziekteverwekkers gepresenteerd krijgen. De klassieke route daarvoor gaat uit van geïnfecteerde cellen die virale eiwitten op hun oppervlak presenteren. T-cellen herkennen de lichaamsvreemde eiwitten en pakken de geïnfecteerde cellen aan. Maar deze klassieke route kan niet voldoende zijn. T-cellen liggen namelijk te wachten in de lymfknopen, terwijl ze ook moeten kunnen reageren op bijvoorbeeld een virusinfectie in huidcellen.

Hoe komen de T-cellen erachter dat in de huid een infectie gaande is? Daarvoor bestaat een alternatieve route van antigeenpresentatie. Speciale antigeenpresenterende cellen zwerven door perifere weefsels zoals de huid of interne organen zoals de pancreas. ‘Het zijn een soort klein stofzuigertjes, die in dergelijke organen de resten van stervende geïnfecteerde cellen opnemen’, legt Schumacher uit. ‘Vervolgens brengen ze de resten naar de T-cellen in de lymfknoop.’ Die komen zo toch in aanraking met de virussen en gaan zich vermenigvuldigen om de infectie het hoofd te bieden.

Over deze route bestaat onenigheid. Verschillende onderzoekers twijfelen aan het belang of zelfs het bestaan ervan. Zo kon de Zwitser Rolf Zinkernagel, die in 1996 de Nobelprijs voor de geneeskunde deelde voor de ontdekking van MHCmoleculen, in zijn laboratorium de vindingen niet bevestigen. De route is een artefact, stelde hij.

Afval

Schumacher en collega’s lossen in Science het meningsverschil op. Zij tonen aan dat de klassieke en de alternatieve route leiden tot de presentatie van verschillende soorten eiwitten. Bij de klassieke route is de kans op antigeenpresentatie evenredig met de synthesesnelheid van een eiwit. Hoe meer eiwit een cel maakt, hoe groter de kans dat het op het celoppervlak terecht komt. Voor de alternatieve route, waar de ‘stofzuigercellen’ eiwitten presenteren, werkt het anders.

Schumacher: ‘De antigeenpresenterende cellen gaan door het afval van de stervende cellen heen, going through the garbage hebben we het genoemd. Wanneer een antigeenpresenterende cel door dit afval gaat, is de synthesesnelheid van het virale eiwit niet meer van belang. De cel is dood, er is geen synthese meer. Wel belangrijk is de mate waarin virale eiwitten zich ophopen in de stervende cel. Vooral de eiwitten die een lange halfwaardetijd hebben, zijn nog in ruime mate aanwezig in een stervende cel. Die eiwitten kan de antigeenpresenterende cel met gemak uit de resten van de stervende cel opvissen.’

Met andere woorden, de alternatieve route stelt andere eisen aan de gepresenteerde eiwitten dan de klassieke route. Dat verklaart de scepsis van Zinkernagel uit Zwitserland. Om de alternatieve route aan te tonen gebruikte hij eiwitten, zoals signaalpeptiden, met een korte halfwaardetijd. Terwijl die eiwitten dus juist niet gepresenteerd worden.

De resultaten van de NKI-onderzoekers heeft gevolgen voor het maken van vaccins tegen bijvoorbeeld malaria, hiv en tumoren. Een vaccin dat perifeer toegediend wordt, moet gebaseerd zijn op eiwitten met een lange halfwaardetijd. Schumacher: ‘Bij het maken van een recombinant vaccin zal gekeken moeten worden of het eiwit dat de immuunrespons dient op te wekken stabiel is. Of het eiwit moet stabiel gemaakt worden. Formeel gezien is dit onderzoek geen bewijs dat stabielere eiwitten effectievere vaccins opleveren. Maar zo ziet iedereen het wel. In het veld wordt nu hard gewerkt om deze vaccins ook te maken.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 juni 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.