Je leest:

Kennismaking met Nederlandse Gebarentaal

Kennismaking met Nederlandse Gebarentaal

Auteur: | 31 augustus 2006

Sinds kort is in de boekhandels het eerste woordenboek Nederlandse Gebarentaal verkrijgbaar. De auteurs Joni Oyserman en Mathilde de Geus willen met het “miniwoordenboek” horenden een eerste kennismaking bieden met deze rijke taal en hopen hardnekkige misverstanden uit de wereld te helpen

Gebarentalen bestaan al sinds mensenheugenis. Sommige wetenschappers denken dat de Neanderthalers met gebaren communiceerden in plaats van met gesproken taal. Zeker is wel dat in veel periodes en culturen gebarentalen de normaalste zaak van de wereld waren. De indianen van de prairies van Noord-Amerika hadden een gemeenschappelijke gebarentaal. Stammen die elkaars taal niet verstonden, konden zo toch communiceren. Ook gebruikten ze de gebarentaal om elkaar bij het jagen over lange afstanden instructies te geven, zonder dat de prooi iets in de gaten kreeg.

“In de harems van de Turkse sultans werd soms ook gebarentaal gesproken. Als een van de hofdienaren doof was, moest de hele hofhouding gebarentaal leren, want doven werden als volkomen gelijkwaardig beschouwd.” Aan het woord is Joni Oyserman, een van de docenten van de vakgroep Nederlandse Gebarentaal aan de Universiteit van Amsterdam. Naast haar zit studente Mathilde de Geus. Na haar studie geschiedenis in Leiden is ze Nederlandse Gebarentaal gaan studeren. Samen schreven ze het Prisma Miniwoordenboek Nederlandse Gebarentaal, dat sinds kort in de boekwinkels ligt.

Mathilde de Geus en Joni Oyserman.

Het gesprek met de twee auteurs verloopt iets anders dan normaal. Ze zijn namelijk allebei doof. Maar De Geus en Oyserman lijken weinig moeite te hebben met liplezen en spreken verstaanbaar Nederlands, je merkt bijna niet dat ze doof zijn en hun eigen stem niet kunnen horen. Wel zijn ze bijzonder expressief, want ze kunnen het niet laten hun spraak te ondersteunen met veel gebaren en gezichtsuitdrukkingen.

Indianenverhalen

Er bestaan veel indianenverhalen over doven en gebarentaal. Zoals de gedachte dat er maar één gebarentaal bestaat. Dat klopt niet, er zijn over de hele wereld honderden gebarentalen, die onderling niet te begrijpen zijn. “Soms kun je wel enigszins een idee krijgen wat een spreker van een andere gebarentaal, zeg American Sign Language, bedoelt. Maar dat komt doordat gebarentalen soms ontstaan zijn binnen een bepaalde dovenschool, van waaruit mensen de taal zijn gaan introduceren in andere delen van de wereld. Net zoals je bijvoorbeeld meer van het Spaans kunt volgen als je al Frans kent, omdat het allebei nazaten zijn van het Latijn.” vertelt Oyserman. “Dat is bij sommige Europese gebarentalen het geval, maar niet bij alle.”

Je kunt lang niet altijd raden wat een gebaar betekent, al denken veel mensen dat. Als je als horende in een café je wijsvinger hoog boven je hoofd opsteekt, zal de serveerster begrijpen dat je wilt bestellen, maar in Nederlandse Gebarentaal (afgekort NGT) is het gebaar voor ‘bestellen’ heel anders. In het Miniwoordenboek – waarin de gebaren zowel met foto’s als met instructies worden weergegeven – staat: “Je wijsvinger maakt met de palm naar opzij contact met je kin. Beweeg de vinger in een rechte lijn naar voren.” Wel zijn veel woorden in NGT ‘iconisch’. Dat wil zeggen dat de vorm van het gebaar lijkt op het uitgebeelde. Een voorbeeld is het woord voor bier: “Doe denkbeeldig alsof je een biertje tapt. Hierbij is de ene hand een glas en de andere een taphendel.” Dat is trouwens een iconisch gebaar dat horenden ook kennen.

De vorm van het gebaar lijkt op het uitgebeelde: het gebaar voor ‘verbinden’ in ASL.

Maar de Nederlandse Gebarentaal is dan toch afgeleid van het Nederlands? Nee, dat is ook een hardnekkig misverstand. De taal heeft een heel eigen grammatica: zinsdelen staan in een andere volgorde, voorzetsels komen ná het zelfstandig naamwoord, werkwoorden worden anders vervoegd, ga zo maar door. Het Miniwoordenboek bevat ook een sectie waarin de beginselen van de grammatica worden uitgelegd. De vertaling van de zin “Ik ga wel naar Amsterdam” is bijvoorbeeld:

bevestigend knikken IK AMSTERDAM GAAN IK

Elk woord in hoofdletters staat voor een afzonderlijk gebaar. Je ziet dat er geen gebaar voor het woordje ‘wel’ bestaat, maar dat er in plaats daarvan, gedurende de hele zin, met het hoofd wordt geknikt. En de volgorde van de gebaren zoals hier afgebeeld, is een standaardvolgorde in NGT. Heel anders dus dan in het Nederlands.

Tony Bloem vertelt in gebarentaal hoe prins Carnaval stomdronken naar zijn Citroën zig-zagt. bron: Tony Bloem, Ruud Janssen, Liesbeth Koenen en Albert van de Ven, Gebarentaal – De taal van doven in Nederland

Fingerspitzengefühl

“We hebben allebei van kinds af aan gesproken taal geleerd en trainen daarin natuurlijk voortdurend doordat we in een horende wereld leven en werken.” zegt Oyserman, “maar in NGT heb ik minder Fingerspitzengefühl dan Mathilde. Dat gevoel is moeilijk uit te leggen, maar het heeft te maken met hoe soepel je je kunt uitdrukken in gebarentaal. Tegenwoordig groeien steeds meer dove kinderen op met de Nederlandse Gebarentaal als natuurlijke moedertaal, waardoor ze dat Fingerspitzengefühl kunnen ontwikkelen.”

Oyserman heeft de Nederlandse Gebarentaal pas op latere leeftijd geleerd, want haar ouders kozen voor een dovenschool van de ‘oude stempel’. Het was vroeger nog gewoonte om kinderen te verbieden hun handen te gebruiken. Soms moesten ze daarbij zelfs op hun handen zitten. Ze moesten en zouden gesproken taal leren, ook al was dat vreselijk moeilijk. Probeer maar eens, met je oren goed dichtgestopt, andere mensen te liplezen en zelf te spreken, terwijl je je eigen stem niet hoort. En dan ken je de taal al, maar stel je voor dat je in die toestand een nieuwe taal moet leren, en misschien nog moeilijker, een schrift moet leren dat gebaseerd is op klanken die je niet kunt horen.

Tegenwoordig doen ze niet meer zo moeilijk over gebarentaal op dovenscholen. Integendeel, men is tot de conclusie gekomen dat het beter is om gebarentaal te leren. Al was het idee nog zo goed bedoeld, doven zullen nooit op dezelfde manier in gesproken taal kunnen communiceren als horenden. En dat hoeft ook niet, want gebarentalen zijn volwaardige talen, waar je alles mee kunt uitdrukken wat je wilt, van een roddel tot een wetenschappelijk betoog tot een sinterklaasgedicht. Waarom zouden we doven dan dwingen tot de cultuur van de horenden te behoren? Door dat besef is de cultuur van doven in Nederland pas echt tot bloei gekomen. Doven noemen zich nu dan ook steeds vaker Doof – met een hoofdletter.

Nederland heeft een theatergroep bestaande uit dove acteurs. Ze maken voorstellingen in gebarentaal: het Handtheater trad ook op tijdens de Parade. (http://www.ccoog.nl/handtheater/)

Sms’en

In Nederland wonen tussen de 15.000 en 20.000 doven. De meeste van hen maken zich de Nederlandse Gebarentaal eigen op één van de vijf dovenscholen van het land, de centra van de Dove cultuur in Nederland. Oyserman: “Je kunt vaak aan de manier van gebaren zien of iemand uit de school van Groningen of St. Michielsgestel afkomstig is. Er zijn verschillende ‘accenten’, of dialecten.” Ook is de NGT, net als alle talen, voortdurend in beweging. Nieuwe woorden moeten nieuwe gebaren krijgen, zoals mobiele telefoon (vorm een snavel met je duim en vingers, maar met je wijsvinger als een antenne omhoog, en houd het bij je oor), of sms’en (maak een vuist en beweeg met je duim op en neer alsof je sms’t). De Geus: “Van de jongerentaal begrijp ik soms helemaal niets. Laatst zag ik een paar dove jongens vreemde gebaren maken. Iemand anders vertelde me dat ze zeiden ‘check het lekkere kontje van de lerares.’”

Het Miniwoordenboek bevat 122 gebaren en is vooral bedoeld als een ‘taalgids’ voor horenden die geïnteresseerd zijn in de taal en cultuur van doven. Er wordt ook allerlei informatie gegeven over doofheid en de dovencultuur in het algemeen. Opvallend is dat er wordt gesproken over doven die van muziek houden. “Jazeker!” zegt De Geus. “Doven kunnen wel degelijk van muziek genieten. Als ie maar hard genoeg opstaat, kunnen ze de bassen en dreunen voelen.” Er bestaat zelfs een jaarlijks muziekfestival, speciaal voor doven: Sencity. Er zijn optredens van horende muzikanten en dove artiesten laten hun dreuncomposities horen. De Geus: “Één aanbeveling: doe wel oordopjes in!”

Mathilde de Geus en Joni Oyserman: Prisma MINI woordenboek Nederlandse gebarentaal. ISBN 90 274 2303 2

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 31 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.