Je leest:

Kennis als antwoord op Wilders

Kennis als antwoord op Wilders

Auteur: | 1 maart 2010

Hoe beleven moslims hun geloof in Nederland? Die vraag zou bij onderzoek naar de islam centraal moeten staan, in plaats van integratie en radicalisering. Onderzoek naar de veranderende geloofsbeleving is niet alleen wetenschappelijk relevant, maar ook onontbeerlijk in het huidige politieke klimaat.

Aandacht voor de islam in de politiek en de media betekent meestal aandacht voor thema’s als radicalisering en beladen symbolen als de hoofddoek, de boerka en minaretten. Wetenschappers gaan hierin mee, stelt Thijl Sunier, de nieuwe hoogleraar ‘Islam in Europa’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In hun onderzoeken leggen ze sterk de nadruk op integratievraagstukken. Dat geldt volgens hem vooral wanneer islamonderzoekers door de overheid worden ingehuurd.

Hun onderzoek heeft tot doel, betoogt Sunier, om instrumenten te ontwikkelen ter voorkoming van radicalisering en criminaliteit, met name onder jonge moslims. Daardoor blijft een ander, zeker zo belangrijk onderwerp, onderbelicht, namelijk hoe de islam vorm krijgt in Europa. Het baart Sunier zorgen dat veranderingen in de religieuze betrokkenheid van moslims en de pluriforme uitingsvormen daarvan onvoldoende wetenschappelijke aandacht krijgen. Hierdoor wordt de eigenheid van de religieuze beleving van moslims tekort gedaan. Die eigenheid is van cruciale betekenis, zeker in een periode van politieke polarisatie met de islam als inzet. Het is tevens de reden dat ik tijdelijk uit de journalistiek ben gestapt om te gaan studeren.

Grootschalige sociologische en psychologische onderzoeken onder moslims peilen veelal aan de hand van uitgebreide vragenlijsten houdingen ten aanzien van geloofsvoorstellingen en de mate van religieuze participatie. Enkele voorbeelden zijn het verzamelrapport Moslim in Nederland, een onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turken en Marokkanen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de monitor Van Vasten tot Feesten, waarin beter opgeleide moslimjongeren worden onderzocht, en De lat steeds hoger, een onderzoek naar de leefsituatie van jongeren tussen de achttien en dertig jaar van Turkse en Marokkaanse afkomst in Rotterdam van de Rotterdamse onderzoekers Han Entzinger en Edith Dourleijn.

Kleinschalige onderzoeken, aan de hand van diepte-interviews of participerend onderzoek, richten zich vooral op de individuele beleving van de godsdienst. Een voorbeeld, toegespitst op hoogopgeleide vrouwen, is Van huis uit Marokkaans. Over verweven loyaliteiten van hoogopgeleide migrantendochters van Marjo Buitelaar en het boek Moslima’s. Emancipatie achter de dijken van Ceylan Pektaş-Weber, strikt genomen geen wetenschappelijke publicatie maar met een vergelijkbare aanpak.

Leidraad

Uit het SCP-rapport Moslim in Nederland blijkt dat net als onder christelijke Nederlanders ook onder moslims de betrokkenheid bij godsdienstige activiteiten als moskeebezoek afneemt en de beleving van de islam steeds meer een persoonlijke keuze wordt. Tegelijkertijd leidt dat niet tot een verminderde identificatie met het eigen geloof, zoals dat onder protestanten en katholieken in de afgelopen decennia wel het geval is geweest.

Beth Rankin

Voor moslims blijft de islam belangrijk voor hun identiteit; ze voelen zich persoonlijk aangesproken als hun geloof wordt bekritiseerd. Ook voor niet-praktiserende moslims is de islam een belangrijke leidraad in hun leven. Ze ervaren de islam als cultureel erfgoed en gebruiken het geloof als moreel richtsnoer bij de opvoeding van hun kinderen. De waarden die ze kun kinderen willen meegeven, zoals niet egoïstisch maar sociaal zijn, associëren ze met de islam. De mate van betrokkenheid bij de islam hangt af van leeftijd, opleiding en maatschappelijke positie. Ook kiest een meerderheid van degenen die een losse band hebben met de islam voor een moslimpartner. Een huwelijk met een niet-moslim wordt ook in de tweede generatie afgewezen door tweederde van de migranten in veelal Turkse en Marokkaanse huishoudens die in de vier grootste steden en dertien middelgrote steden in Nederland waren ondervraagd.

De resultaten van het SCP-onderzoek worden bevestigd door nieuwe onderzoeken, bijvoorbeeld de monitor Van Vasten tot Feesten. Jonge moslims vinden hun geloof steeds belangrijker voor hun identiteit. Uit de monitor blijkt bovendien dat de laatste jaren een relatief grote groep jonge migranten zich ook daadwerkelijk is gaan verdiepen in de islam. Dat komt niet doordat ouders, andere familieleden of vrienden hen daartoe aanzetten, maar doordat ze de afgelopen jaren steeds kritischer op hun geloof worden aangesproken en worden gedwongen een standpunt in te nemen. ‘Je ziet meer nadruk op de regels van de islam bij moslimjongeren,’ stelt onderzoeker Dirk Korf van de Universiteit van Amsterdam. ‘Ze worden strikter in hun manier van handelen.’ Jongeren gaan bijvoorbeeld niet vaker naar de moskee, maar ze bidden wel vaker en vasten vaker tijdens de ramadan.

Dit is in tegenspraak met het genoemde SCP-rapport dat enkele jaren daarvoor, in 2004, ‘een dominante trend naar secularisering’ signaleerde die zich volgens de onderzoekers waarschijnlijk in de toekomst zou doorzetten. Ze meenden dat de subjectieve beleving van de islam in de tweede en de tussengeneratie van jonge Turkse en Marokkaanse Nederlanders in toenemende mate is losgekoppeld van religieuze praktisering.

Dr John2005

Maar toenemend conformisme, dat wil zeggen het strikter navolgen van de geloofsregels, wordt, naast de monitor, ook geconstateerd in “De lat steeds hoger”. Het onderzoek is een herhaling van eerder, vrijwel identiek, onderzoek in Rotterdam uit 1999. Volgens de onderzoekers zijn moslims minder belang gaan hechten aan autonomie en meer aan conformisme wat hun geloofsbeleving betreft, mede onder druk van de groeiende anti-islamhouding in Nederland. Vooral Nederlanders van Marokkaanse afkomst, vrouwen en de eerste generatie zijn de laatste jaren conformistischer geworden in hun geloofsbeleving. Laagopgeleiden zijn conformistischer dan hoogopgeleiden, maar alle categorieën zijn tussen 1999 en 2006 de geloofsregels strikter gaan navolgen. Men neemt bijvoorbeeld de ramadan serieuzer en men bidt vaker. Als gevolg van dit conformisme, schrijven Entzinger en Dourleijn, lijkt ‘het proces van individualisering dat we toen [in 1999] signaleerden gestopt te zijn.’

Islamofobie

Grootschalige onderzoeken helpen om zicht te krijgen op een nieuw en grillig veranderend fenomeen als de ontwikkeling van de islam in Nederland. Onderzoekers stellen daarmee trends in de geloofsbeleving van Nederlandse moslims. Ze peilen hun houding ten aanzien van bepaalde geloofsvoorstellingen en de mate van religieuze participatie. Deze onderzoeken leveren informatie op waaraan politici, de overheid, het lokale bestuur, maatschappelijke organisaties en tal van anderen behoefte lijken te hebben en op grond waarvan ze nieuwe visies, nieuw beleid en nieuwe plannen ontwikkelen.

Maar trends geven maar beperkt informatie. Zo laten ze zich moeilijk vertalen naar de persoonlijke geloofspraktijken van moslims in Nederland. Diepte-interviews en participerend onderzoek slagen daar in het algemeen beter in. Ze geven inzicht in de persoonlijke invulling van het geloof en de ontwikkeling daarvan. Het nadeel is dat het tijdrovende en kostbare onderzoeksmethoden zijn en dat de bevindingen zich moeilijk laten veralgemeniseren. Maar het zijn wel onderzoeksmethoden bij uitstek om het eigene van mensen of groepen op te sporen, evenals mogelijke nieuwe factoren of processen. De open houding bij de vraagstelling geeft de kans om nieuwe patronen en invullingen te traceren.

Roel1943

Kleinschalige onderzoeken bevestigen de toename van conformisme waarop grootschalige onderzoeken wijzen, maar nuanceren het beeld van afnemende religieuze autonomie. In de kleinschalige onderzoeken die ten grondslag liggen aan de boeken van Pektaş-Weber en Buitelaar staat de individuele beleving van religie centraal. Beide auteurs hebben hun relaas over de religieuze beleving van de geïnterviewde vrouwen verweven met de levensverhalen van deze hoogopgeleide moslima’s. Buitelaar geeft bovendien inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis van hun geloofspraktijk. Ze sprak haar informanten in 1998 en een deel in 2008 opnieuw. In de eerste interviewronde lag het accent bij vrijwel alle vrouwen op prestaties en persoonlijke successen. In de tweede interviewronde vertelden ze dat ze meer oog hebben gekregen voor de spirituele en ethische dimensies van de islam. Het accent ligt sterker op de zin van het leven en de waarde van in vrede leven met God, zichzelf en anderen.

Tegelijkertijd klagen de geïnterviewden over de islamofobie in Nederland. Ze voelen zich weggezet en ontkend. Dat was voor velen een belangrijke reden om aan het onderzoek van Buitelaar mee te werken. Het gaf hen de mogelijk om uit te leggen dat je en religieus en tegelijk ook modern kan zijn. Ze betogen dat hun toegenomen vroomheid hen in staat stelt om de waarden die ze aan de islam ontlenen — eerlijkheid, oprechtheid, sociaal gedrag — te verbinden met hun dagelijks leven. De islam werkt eerder als motor dan als belemmering voor hun integratie in Nederland.

Wrijvingen

Ook hoogopgeleide moslimvrouwen zijn dus de laatste jaren meer belang gaan hechten aan de vijf dagelijkse gebeden, het lezen in de koran en het naleven van de ramadan. Tegelijkertijd is een deel van hen, zo blijkt ook uit hun optreden in het publieke domein, op een eigenzinnige en zelfbewuste wijze bezig een positie te verwerven in zowel de moslimkring, de eigen etnische gemeenschap als in de Nederlandse samenleving. Ze richten belangenorganisaties op, kiezen voor deelname aan het integratiedebat, studeren of werken in beroepen en functies met aanzien, maar wensen tegelijkertijd de devotionele voorschriften van hun geloof strikt na te leven. Maar zijn ze ook minder individualistisch in de beleving van hun geloof aan het worden?

Om daar achter te komen deed ik onderzoek naar de vraag hoe hoogopgeleide moslimvrouwen in Nederland vormgeven aan hun geloofsovertuiging en welke wrijvingen ze daarbij ervaren. Mijn BA-scriptie is gebaseerd op negen diepte-interviews die ik heb afgenomen in mei en juni 2009. Vijf respondenten hebben een Turkse en vier een Marokkaanse achtergrond, zijn tussen de 26 en 40 jaar en wonen verspreid over Nederland. Drie vrouwen hebben eerder meegewerkt aan een enquête onder 25 respondenten die ik als onderdeel van een leeronderzoek had afgenomen. De andere vrouwen heb ik benaderd op voordracht van moslimvrouwen die ik kende.

De geïnterviewden moesten voldoen aan twee criteria: ze moesten hoogopgeleid zijn en ze moesten bewust met het geloof bezig zijn. Het was meegenomen als ze ook actief participeren in de Nederlandse samenleving. Alle negen hebben studie op studie gestapeld om carrière te kunnen maken. Hun religieuze levensstijl levert spanningen, irritaties en stress op bij hun functioneren in de Nederlandse samenleving, met name bij de vrouwen die een hoofddoek dragen, maar het leidt voor niemand tot onoverbrugbare tegenstellingen. Bij alle negen is sprake van een neiging tot conformisme, dat echter niet hoeft te botsen met hun proces van individualisering. Het verplicht naleven van de geloofsvoorschriften staat voor hen vast. Niet zozeer omdat dat is voorgeschreven, maar om morele islamitische deugden te ontwikkelen.

‘Minder training, dus minder gebed, minder Allah zeg maar, maakt dat je minder Godbewust bent en dat het je ontbreekt aan instrumenten om als mens zijn perfectie te benaderen.’

Door te praktiseren willen de vrouwen hun karakter verbeteren, omdat het hen dwingt om dagelijks meerdere malen te reflecteren op wat het betekent om moslim te zijn.

‘Het houdt je bewust van wat je als mens behoort na te streven. Je zuivert zo als het ware je eigenschappen.’

De dagelijkse gebeden stimuleren hen om de ethische waarden van de islam uit te dragen bij hun interactie met mensen. Ze hebben de ervaring dat het hen inspireert en stimuleert om sociaal, behulpzaam, eerlijk, integer en oprecht te zijn. Ze koppelen zo het sacrale aan de praktijk van alledag.

‘Het is jammer dat de devotionele voorschriften vaak op zich staan. Dat het besef [onder moslims] ontbreekt dat die als functie hebben dat je een beter mens wordt, dat je gezonder bent van lijf en leden en dat er op die manier een prettiger samenleving ontstaat.’

Het idee dat het proces van religieuze individualisering stagneert wordt door mijn onderzoek betwist. Voor iedereen geldt dat er meerdere perspectieven, meerdere visies zijn van waaruit je naar het geloof mag en kan kijken.

‘Niemand heeft de waarheid in pacht, ook geen enkele geleerde, omdat die slechts aan God toebehoort. Ik wil daarmee niet zeggen dat de tweede generatie hoogmoedig is, maar we hebben wel meer kennis, meer bagage en we durven ons daarom meer individualistisch in het geloof op te stellen dan onze ouders.’

Tegengas

Mijn onderzoek toont aan dat tweede generatie hoogopgeleide moslims in Nederland inderdaad meer nadruk leggen op de naleving van de geloofsvoorschriften. Het is echter niet per se een neiging tot conformisme. Hoe kan het dan wel worden geduid? Ook al is mijn onderzoeksgroep beperkt, er zijn geen redenen om aan te nemen dat de wijze waarop mijn informanten vormgeven aan hun religie geen overeenkomsten vertoont met ontwikkelingen onder hoogopgeleide moslimvrouwen in de tweede generatie den brede. De notie van een vroom zelf vormt daar het hart van. Dat is wellicht een van de sleutels tot een beter begrip van de religiositeit onder hoogopgeleide moslims in Nederland.

Ook moet worden gekeken naar de factoren die aan de notie van een vroom zelf ten grondslag kunnen liggen. Dat belang wordt onderstreept door het artikel Generational differences in ethnic and religious attachment and their interrelation. A study among Muslim minorities in the Netherlands van Mieke Maliepaard, Marcel Lubbers en Mérove Gijsberts. Één van de conclusies van hun kwantitatieve onderzoek is dat in tegenstelling tot de eerste generatie hoger opgeleiden de tweede generatie moslimmigranten in Nederland meer gericht zijn op de religieuze praktijk (bijvoorbeeld vaker bidden), dan mensen met een geringe opleiding. De auteurs noemen dit opmerkelijk omdat in Nederland onderwijs altijd is gezien als een katalysator voor assimilatie en secularisatie. Volgens hen is dat op grond van hun onderzoek een te simpele analyse. De werkelijkheid is weerbarstiger. Over het algemeen genomen zijn tweede generatie moslimmigranten minder religieus dan de eerste generatie, maar tegelijkertijd zijn tweede generatie goedopgeleide migranten religieuzer dan de minder tot laag opgeleiden.

Hiermee zijn we terug bij de noodkreet van Sunier. Volstrekt terecht heeft hij het belang van onderzoek naar de ontwikkeling van de islam in Europa benadrukt. Zo lang daar geen onderzoek naar wordt gedaan, wordt de eigenheid van de religieuze identiteit van migranten met een moslimachtergrond ernstig tekort gedaan en blijft in de media en in de politiek de nadruk liggen op een essentialistische benadering van de islam en op uitwassen. Hierdoor blijven politici als Wilders en Verdonk in staat kiezers te mobiliseren met negatieve opvattingen over de islam.

Onderzoek alleen naar de veranderde geloofsbeleving van moslims in Nederland is echter onvoldoende. Evenzeer moeten onderzoekers en onderzoeksinstituten het contact zoeken met de politiek, de overheid en de media. Alleen op die manier kunnen onderzoeksresultaten breed worden uitgedragen en effect sorteren. Dat hoeft in principe geen belemmering te zijn voor de noodzakelijke wetenschappelijke onafhankelijkheid. Het biedt islamonderzoekers wellicht zelfs de mogelijkheid om de regie in de relatie tussen onderzoek, beeldvorming en beleid strakker in eigen hand te nemen. Het maakt het werk van islamonderzoekers er niet eenvoudiger op, wel interessanter en belangrijker in een tijd van toenemende polarisatie met de islam als inzet.

Literatuur

Froukje Santing is oud-redacteur en oud-correspondent in Turkije van NRC Handelsblad. In 2009 rondde ze haar BA Wereldgodsdiensten af en in 2010 behaalde ze cum laude haar MA Islam in de moderne wereld aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar MA-project werkte ze samen met omroeporganisatie Human aan ‘Niet alleen Allah. Waarden en identiteit van tweede generatie migranten’.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van ZemZem.
© ZemZem, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 maart 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.