Je leest:

Kanker door duivelsbeet

Kanker door duivelsbeet

Auteur: | 30 juli 2007
Tasmaanse buidelduivels blijken elkaar te besmetten met een dodelijke gezichtskanker via de directe overdracht van tumorcellen.

Australische biologen hebben van de tumoren van verschillende Tasmanian devils de chromosomen bekeken en concluderen in Nature van deze week dat alle tumoren behoren tot dezelfde cellijn. Dit betekent dat de agressieve vleeseters elkaar blijkbaar kunnen besmetten met hun eigen kankercellen, en dat die cellen niet als lichaamsvreemd worden gezien. De theorie dat de Devil Facial Tumor Disease veroorzaakt wordt door een virus lijkt hiermee verworpen.

De biologen stellen dat de tumorcellen direct worden overgedragen, omdat de genetische veranderingen in alle kankers identiek zijn. De buidelduivels hebben normaliter veertien chromosomen. De tumorcellen van alle elf onderzochte dieren hadden hetzelfde afwijkende karyotype met dertien chromosomen. Opvallend was dat die chromosomen precies dezelfde wanorde vertoonden, terwijl de meeste tumoren meestal stadia van genetische ontsporing kennen. Eén van de dieren had bovendien een toevallige inversie van chromosoom vijf in al zijn lichaamscellen, terwijl die in zijn tumorcellen niet aanwezig was.

Het was al bekend dat tumoren soms overdraagbaar zijn. Bij honden komt een tumor van de geslachtsorganen voor, Sticker’s sarcoom, die naar soortgenoten kan verhuizen. Ook in dit geval lijkt er sprake te zijn van één cellijn.

Bij mensen komen incidenteel besmettingen met een kwaadaardige tumor voor, met name bij orgaandonaties of weefseltransplantaties. Hierbij kan het een rol spelen dat de ontvangers meestal zware medicijnen krijgen om hun immuunsysteem te redden, want in principe wordt lichaamsvreemd weefsel afgestoten. Bij de Tasmaanse duivels zou de geringe genetische diversiteit tussen de dieren kunnen verklaren waarom ze zo gevoelig zijn voor de tumoren.

Het agressieve gedrag van de buidelduivels is cruciaal voor het verspreiden van de ziekte. Waar de honden met tumorcellen geïnfecteerd raken tijdens sexueel contact, krijgen de stinkende Tasmaanse carnivoren de kankercellen waarschijnlijk door beten tijdens onderlinge gevechten.

De Sarcophilus harrisi, ofwel ‘Harris’ vleesminner’ (naar zijn eerste beschrijver, de bioloog George Harris), is al 400 jaar uitgestorven op Australië en vecht nu ook op Tasmanië voor zijn plaats in het ecosysteem. De duivelpopulatie is door de ziekte al behoorlijk uitgedund, zodanig dat het beest binnenkort waarschijnlijk op de lijst van bedreigde diersoorten terechtkomt.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.