Je leest:

Jongetjesaap speelt liever met autootjes

Jongetjesaap speelt liever met autootjes

Auteur:

Bij zowel rhesusapen als mensen spelen jongetjes het liefst met autootjes en ander bewegend speelgoed, terwijl meisjes al het speelgoed even leuk vinden. Dat is een aanwijzing dat speelgoedvoorkeur niet is aangeleerd, maar bijvoorbeeld wordt bepaald door de hormonen waaraan een foetus in de baarmoeder is blootgesteld. Waarom jongetjes juist voor de autootjes gaan en meisjes niet uitsluitend poppen leuk vinden, blijft onduidelijk.

Net als bij mensen, spelen jongetjesapen het liefst met autootjes en ander bewegend speelgoed. Zacht speelgoed als knuffels en poppen laten ze links liggen. Ook de meisjesapen gedragen zich net als mensenmeiden: ze hebben helemaal geen voorkeur voor het een of het ander soort speelgoed. Dat ontdekten de Amerikaanse wetenschappers Hassett, Siebert en Wallen, toen ze onderzochten of een typische voorkeur voor jongens- en meisjesspeelgoed ook bij 34 rhesusaapjes terug te vinden was.

Dat het gedrag van jonge aapjes en kinderen overeen komt, is een bewijs voor de theorie dat de voorkeur voor poppen of autootjes niet wordt aangeleerd, maar is aangeboren. Rhesusapen staan er namelijk om bekend dat ze bij het grootbrengen van hun jongen weinig onderscheid maken tussen jongens- en meisjesapen. En dat zou weer een aanwijzing zijn dat ook bij mensen typische man-vrouwrollen niet het gevolg zijn van de verschillen in opvoeding, maar bijvoorbeeld van hormonen tijdens de zwangerschap.

Jongetjes spelen het liefst met bewegend speelgoed met wielen, zoals autootjes en treintjes. Meisjes vinden al het speelgoed even leuk.

Een meisje met een jongensbrein?

Het idee dat het verschil al in de baarmoeder is gemaakt komt niet zomaar uit de lucht vallen. Meisjes die geboren worden met het zeldzame congenital adrenal hyperplasia (CAH) syndroom, blijken namelijk als kind meestal net zo te spelen als jongens. Ze hebben liever een mooie brandweerauto dan een pop, en houden erg van stoeien. Hét kenmerk van CAH is dat de baby voor de geboorte in de baarmoeder is blootgesteld aan een veel hogere dosis androgenen dan normaal. En androgenen zijn weer de hormonen die ervoor zorgen dat een jongetjesbaby zich tot een ‘echt jongetje’ ontwikkelt.

Dat gaat zo. Alle embryo’s ontwikkelen zich in de eerste paar weken van een zwangerschap hetzelfde. Hoewel er al wel een begin wordt gemaakt met de aanleg van de geslachtsorganen zie je nog geen verschil tussen een jongetje en een meisje. Gebeurt er verder niks, dan blijft het embryo een meisje. Maar heeft de baby-in-spé een Y-chromosoom, dan zet die na een paar weken een kettingreactie in gang die ervoor zorgt dat androgenen de baarmoeder overspoelen. Die androgenen zorgen dan voor de aanleg van een penis, testikels en prostaat.

Het Y-chromosoom bepaalt het geslacht van de baby bij bijna alle zoogdieren. Standaard wordt elke foetus een meisje, tenzij het Y-chromosoom een golf aan androgenen loslaat in de baarmoeder. Vergeleken met het X-chromosoom – waar meisjes er twee van hebben en jongens eentje – is het Y-chromosoom nogal klein.

Tijdens de zwangerschap van een jongetjesfoetus blijft het androgenenniveau hoog. Wetenschappers vermoeden dat tussen de vierde en zevende maand onder meer de hersenen van de foetus worden aangepast op zijn geslacht. Meisjes met CAH die verder normale geslachtsorganen hebben staan in die periode abusievelijk ook bloot aan al die ‘jongenshormonen’, denken onderzoekers. En daardoor zien ze er uit als elk ander meisje, maar hebben ze een enigszins mannelijk brein. Als kind gedragen ze zich daarom meer als jongens. In de puberteit ontdekken ze bovendien vaker dan gemiddeld dat ze lesbisch zijn.

Maar waarom autootjes? Geen idee…

Psycholoog Hassett en haar collega’s hebben overigens geen idee waarom jongens(apen) meer hebben met autootjes, terwijl meisjes(apen) geen speelgoedvoorkeur hebben. De meest gehoorde theorie is namelijk dat meisjes het liefst met poppen en knuffels spelen vanwege een soort moederinstinct: ze hebben gedurende de evolutie een aangeboren neiging tot zorgen opgedaan. Maar dat de meisjes typisch jongens- en meisjesspeelgoed even interessant vinden, spreekt deze theorie tegen. Een samenhangende theorie over de evolutie van de jongensvoorkeur voor bewegend speelgoed met wielen ontbreekt eveneens. Of dit onderzoek iets zegt over aangeboren of aangeleerde man-vrouwrollen – en zo ja, wat – blijft dus onduidelijk.

Hassett, Siebert en Wallen publiceren hun resultaten in het vakblad Hormones and Behavior onder de titel ‘Sex differences in rhesus monkey toy preferences parallel those of children’.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE