Je leest:

Jongeren en ‘gangs’

Jongeren en ‘gangs’

Lidmaatschap heeft negatieve gevolgen, maar is meestal kortdurend

Auteur: | 9 oktober 2014

Problematische jeugdgroepen op straat staan in de aandacht omdat ze verantwoordelijk zijn voor veel overlast en criminaliteit. Maar welke gevolgen heeft lidmaatschap van zulke groepen voor jongeren zelf? En zijn deze gevolgen voor Nederlandse jongeren vergelijkbaar met die voor Amerikaanse jongeren die zich aansluiten bij ‘gangs’? Hoe makkelijk of moeilijk kunnen jongeren zulke groepen eigenlijk weer verlaten? Dit werd onderzocht binnen een samenwerkingsverband tussen het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en criminologen uit de Verenigde Staten.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de aanpak van problematische jeugdgroepen benoemd tot speerpunt van beleid. De politie inventariseert jaarlijks hoeveel ervan zijn, en er worden interventies en speciale actieplannen ontwikkeld om de meest criminele jeugdgroepen aan te pakken. In de Verenigde Staten kent men in vele steden het fenomeen van street gangs, die regelmatig in het nieuws komen vanwege ernstig geweld en schietpartijen. In beide gevallen gaat het om groepen jongeren die veel op straat rondhangen en die een eigen groepsidentiteit hebben ontwikkeld waarin het overtreden van de wet als normaal wordt gezien.

Er is al heel wat onderzoek gedaan naar gangs in de Verenigde Staten, en naar vergelijkbare groepen in Nederland en andere landen in Europa. We weten dat lidmaatschap van zulke groepen een belangrijke risicofactor is voor het ontwikkelen van crimineel gedrag. Veel minder is bekend over wat er nu verder in het leven van jongeren verandert wanneer ze zich aansluiten bij dergelijke groepen. Welke gevolgen heeft het voor iemands relaties met ouders, school en vrienden? Onduidelijk is ook wat er gebeurd wanneer jongeren zulke groepen weer verlaten.

Deze vragen staan centraal in een artikel dat onlangs online verscheen in het European Journal of Criminology. In dit artikel werden gegevens gecombineerd uit een onderzoek onder middelbare scholieren in Nederland en een onderzoek onder jongeren in de Verenigde Staten. Daarmee kon worden nagegaan welke veranderingen plaatsvinden bij jongeren wanneer ze zich aansluiten bij een problematische jeugdgroep of die juist verlaten. Ook kon worden bekeken of de veranderingen en patronen vergelijkbaar waren in beide landen of juist verschillend.

Het populaire beeld klopt niet altijd

Over wat voor groepen hebben we het eigenlijk? Veel mensen hebben wel een bepaald beeld van problematische jeugdgroepen en van gangs of jeugdbendes. Dat beeld is gebaseerd op films, videoclips (gangstarap) en documentaires. Daarin gaat het vaak over bepaalde gangs uit de Verenigde Staten, die heel herkenbaar zijn (bepaalde kleuren), vechten met andere groepen, en een hechte structuur kennen. Uit eerder onderzoek blijkt dat veel jeugdbendes en problematische jeugdgroepen bepaald niet aan dat beeld voldoen.

Nederlandse problematische jeugdgroepen hebben juist meestal geen naam of speciale kleren, en zijn veel losser van structuur. Ook de Amerikaanse gangs voldoen lang niet altijd aan het beeld dat in de media van hen wordt geschetst. In werkelijkheid is er sprake van grote variatie in groepen, sommigen zijn sterker georganiseerd, maar de meesten zijn relatief los georganiseerd. Het is meestal ook niet zo dat een hele jeugdgroep gezamenlijk de wet overtreedt. In plaats daarvan plegen groepsleden in wisselende samenstelling delicten.

Overeenkomsten en verschillen tussen Amerikaanse en Nederlandse jeugdgroepen

Omdat de situatie in Nederland heel anders is dan in de Verenigde Staten, wordt vaak aangenomen dat street gangs uit de Verenigde Staten een heel ander fenomeen zijn dan ‘onze’ problematische jeugdgroepen. Uit eerdere vergelijkingen met Amerikaans gangs bleek echter dat er ook overeenkomsten zijn. Zo bleek het niveau van delinquent gedrag onder middelbare scholieren in problematische jeugdgroepen sterk verhoogd in zowel Nederland als de Verenigde Staten. In beide landen was de betrokkenheid bij criminaliteit onder groepsleden 4 tot 5 keer zo hoog dan onder jongeren die niet in een problematische jeugdgroep zaten. In beide landen was er in zulke groepen sprake van delicten als vandalisme, diefstal, vechtpartijen en soms berovingen.

Photocapy, Flickr

Er waren echter ook belangrijke verschillen. Bij de Amerikaanse jongeren waren de gangs gemiddeld omvangrijker en sterker gestructureerd en herkenbaar dan de Nederlandse problematische jeugdgroepen. Zo had de meerderheid van de Amerikaanse gangs eigen kleuren of symbolen, terwijl dit in Nederland bij een minderheid – ongeveer een kwart van de groepen – voorkwam. Bij meer dan driekwart van de Amerikaanse gangs was er een duidelijke leider, terwijl dit maar bij ongeveer een kwart van de Nederlandse jeugdgroepen voorkwam.

Jongeren gevolgd over de tijd

In het nu gepubliceerde onderzoek zijn gegevens gebruikt van ruim 2000 jongeren, die tijdens hun middelbare schooltijd meermalen een vragenlijst hebben ingevuld, met tussenpozen van een jaar. In het Nederlandse deel ging het om jongeren van het vmbo in het westen van het land, in het Amerikaanse deel ging het om jongeren uit relatief slechte wijken in een middelgrote stad in het oosten van de Verenigde Staten. In beide landen vulden de jongeren uitgebreide vragenlijsten in over hun achtergrond, hun relatie met ouders en vrienden, en hun functioneren op school.

Om na te gaan of ze in een bepaald jaar deel uitmaakten van een problematische jeugdgroep, werd in het Amerikaanse onderzoek simpelweg gevraagd of jongeren lid waren van een gang of een posse, omdat die begrippen daar algemeen bekend zijn. In het Nederlandse onderzoek werd een serie vragen gesteld waarmee kon worden vastgesteld of jongeren in een problematische jeugdgroep zaten. Dat was het geval als zij deel uitmaakten van een informele groep jongeren (geen club of vereniging) die veel tijd doorbrengt op openbare plekken, en waarin het overtreden van de wet als acceptabel wordt gezien en ook plaatsvindt.

Aan alle jongeren werden verder vragen gesteld over hun eigen wetsovertredingen in het afgelopen jaar (variërend van vernieling en winkeldiefstal tot inbraak en beroving) en of ze alcohol gebruikten en softdrugs (wiet of hasj). De ervaring heeft geleerd dat jongeren in onderzoek over het algemeen redelijk eerlijk en betrouwbaar antwoorden op zulke vragen, als onderzoekers hen ervan weten te overtuigen dat hun antwoorden anoniem blijven en niet worden doorgegeven aan anderen.

Deelname meestal van voorbijgaande aard

In zowel Nederland als de Verenigde Staten bleek een substantiële minderheid van de onderzochte jongeren lid te zijn van een problematische jeugdgroep of gang. Het percentage varieerde over de verschillende onderzoeksjaren: van 6 tot 14 procent bij de Amerikaanse jongeren, en van 4 tot 7 procent bij de Nederlandse jongeren. Bij deze percentages moet wel worden bedacht dat beide onderzoeksgroepen niet representatief zijn voor de bevolking. Uit ander onderzoek weten we dat de percentage onder representatieve steekproeven van jongeren wat lager liggen. Daaruit komt echter ook naar voren dat zowel in Nederland als in de Verenigde Staten een klein maar substantieel deel van de jongeren lid is van problematisch jeugdgroepen.

In het nu verrichtte onderzoek is ook gekeken hoe lang jongeren bij een problematische jeugdgroep blijven. Daaruit blijkt dat deelname aan een problematische jeugdgroep van voorbijgaande aard is. Van alle jongeren die in de onderzoeksperiode aangaven lid te zijn van zo’n groep, bleek bijna niemand alle drie jaren lid te zijn geweest, en een minderheid (ongeveer een op de vijf) in twee van de drie jaren. De meerderheid van de jongeren (ongeveer 75%) was slechts in een van de drie onderzoeksjaren aangesloten bij een problematische jeugdgroep of gang. Dit gold voor zowel Nederland (links in onderstaande figuur) als de Verenigde Staten (rechts in de figuur). In het Amerikaanse onderzoek waren wel iets meer jongeren langdurig (drie jaar) lid van een gang.

Hoe lang zijn jongeren lid van een problematische jeugdgroep in Nederland (links) en de Verenigde Staten (rechts) in een onderzoeksperiode van drie jaar.
NSCR

Gevolgen op meerdere gebieden

Aansluiten bij een problematische jeugdgroep of juist eruit weggaan bleek vaak samen te gaan met grote veranderingen in het persoonlijke leven van jongeren, zowel bij Amerikaanse als Nederlandse jongeren. Degenen die zich in een bepaald jaar hadden aangesloten bij een problematische jeugdgroep hadden bijvoorbeeld een slechtere band met hun ouders gekregen en hun ouders hadden minder zicht gekregen op wat zij deden. Ook het functioneren op school was aangetast, met name bij de Nederlandse jongeren. Zij gingen zich in zo’n periode nog minder inzetten voor school dan andere jongeren en kregen slechtere cijfers. Degenen die een jeugdgroep hadden verlaten, bleken juist een betere band met hun ouders te hebben gekregen en betere cijfers.

Enkele veranderingen bij groepstoetreders en groepsverlaters met betrekking tot ouders en school (Nederlandse studie, gemiddelde gestandaardiseerde scores).
NSCR

Er waren ook substantiële veranderingen in de vriendenkring van degenen die toetraden tot een problematische jeugdgroep. Zoals te verwachten was gaven toetreders aan meer delinquente vrienden te hebben gekregen, terwijl groepsverlaters minder delinquente vrienden kregen en ook aangaven minder groepsdruk te ervaren dan voorheen. Ook wat betreft het gedrag was er een duidelijke samenhang met groepslidmaatschap. Bij jongeren die lid waren geworden van een problematische jeugdgroep bleek de hoeveelheid delinquent gedrag te zijn gestegen, bij degenen die eruit waren gegaan bleek het gedaald. Onder de Nederlandse jongeren was er voorts een duidelijke samenhang met een stijging en daling van alcoholgebruik met lidmaatschap van een groep, bij de Amerikaanse jongeren bleek het wietgebruik significant toe- en af te nemen naar gelang jongeren in en uit een gang gingen.

Enkele veranderingen bij groepstoetreders en groepsverlaters met betrekking tot vrienden en gedrag (Nederlandse studie, gemiddelde gestandaardiseerde scores).
NSCR

Wat kunnen we eraan doen?

Ook al zijn problematische jeugdgroepen in Nederland en de Verenigde Staten verschillend van aard, voor de jongeren die eraan meedoen blijken de negatieve consequenties vergelijkbaar te zijn. De aanpak van problematische jeugdgroepen is dus niet alleen belangrijk voor het tegengaan van overlast en criminaliteit, maar ook voor het leven van de jongeren die zich bij zulke groepen aansluiten.

Op dit moment worden in Nederland al verschillende interventieprogramma’s ingezet om problematische jeugdgroepen aan te pakken. Er is nog weinig bekend over de effectiviteit van deze programma’s, en meer onderzoek daarnaar is geboden. In het licht van het voorgaande lijkt het in ieder geval belangrijk om bij de aanpak ook aandacht te besteden aan de persoonlijke achtergronden van de groepsleden. Hoe gaat het bij hen thuis en op school, welke vrienden hebben zij, en hoe zit het met hun middelengebruik en betrokkenheid bij criminaliteit?

Het is daarbij goed om te bedenken dat lidmaatschap van problematische jeugdgroepen en gangs vaak van voorbijgaande aard is. Er is niet meteen reden voor paniek als een jongere zich op zeker moment aansluit bij een problematische jeugdgroep. Het is echter wel een signaal om extra aandacht te besteden aan de persoonlijke situatie van de jongere om langdurig groepslidmaatschap te voorkomen.

Frank Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden. Hij is criminoloog en doet veel onderzoek naar jeugdcriminaliteit en de rol van vrienden en groepen daarbij.

Bronnen:

  • Weerman, F., T. Thornberry & P. Lovegrove (2014). Gang membership transitions and its consequences: Exploring changes related to joining and leaving gangs in two countries. European Journal of Criminology. DOI: 10.1177/1477370814539070.
  • Gemert, F. van & F.M. Weerman (2013). Youth groups and street gangs in the Netherlands from 1985 to 2013. In: European Forum for Urban Security, EU street violence: Youth groups and violence in public spaces. Paris: European Forum for Urban Security (pp.203-227). www.streetviolence.eu/?p=668.
  • Esbensen, F.A. & F.M. Weerman (2005). Youth Gangs and Troublesome Youth Groups in the United States and the Netherlands: A Cross-National Comparison. European Journal of Criminology, 2: 5-37. DOI: 10.1177/1477370805048626.
  • Klein, M.W., F.M. Weerman & T.P. Thornberry (2006). Street gang violence in Europe. European Journal of Criminology, 3: 413-437. DOI: 10.1177/1477370806067911.
Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 oktober 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.