Je leest:

Jongeren cynisch over politiek

Jongeren cynisch over politiek

Auteur: | 1 augustus 2006

Bijna éénderde van de scholieren is cynisch over de Nederlandse politiek. Meer dan de helft van de scholieren vindt dat de regering belastinggeld verspilt en iets minder dan de helft vindt dat politici kicken op macht. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Leiden. Zij presenteerden hun resultaten op een internationale conferentie voor politiek psychologen in Barcelona.

Jongeren die cynisch zijn over politiek vinden bijvoorbeeld dat politieke partijen alleen maar mooie praatjes hebben, dat politici zakkenvullers zijn en dat politici kletsen als een kip zonder kop. De onderzoekers definiëren politiek cynisme als een negatieve houding ten aanzien van de politiek, gebaseerd op de overtuiging dat de bij de politiek betrokkenen, instituties en het politieke systeem immoreel en incompetent zijn. Iemand die politiek cynisch is, heeft een negatief gevoel over de politiek als geheel omdat hij of zij van mening is dat de politiek in zijn geheel immoreel en incompetent is: politici liegen en zijn niet in staat problemen in de maatschappij op te lossen.

Stemming bij een politiek debat op het Leidse Visser ’t Hooft Lyceum in maart van dit jaar. Foto SJeP

Voor het onderzoek vulden 543 scholieren van tien verschillende scholen enquêtes in waarmee werd gemeten of zij politiek cynisch zijn. Ze kregen 26 verschillende stellingen voorgelegd. Dit zijn de opvallendste resultaten:

De belangrijkste oorzaken voor dit politiek cynisme zijn afkeer van de Nederlandse politiek, het gevoel dat het slecht gaat met Nederland en een geringe kennis van de politiek. Die kennis van de politiek werd getest door vragen te stellen als: ‘Is de Eerste Kamer vorig jaar afgeschaft?’ ‘Bepaalt Koningin Beatrix wie er in de regering komt?’ en ‘Weet je van welke partij de minister-president is?’

Ouders en de media kunnen het cynisme van jongeren verder aanwakkeren door negatieve berichten over de politiek over te brengen. Jongeren die politiek cynisch zijn, zijn over het algemeen ook eerder cynisch over andere dingen.

De meeste negatieve berichten over politiek krijgen jongeren volgens henzelf van hun vader en moeder. Daarna komt hun beste vriend of vriendin. Slechts een klein deel vangt negatieve berichten op van massamedia als televisie, krant en internet. Dat komt omdat die berichten gemengd positief en negatief zijn (televisie) of omdat jongeren die media nauwelijks voor politieke informatie gebruiken (krant en internet).

Jongeren zijn niet de enige die politiek cynisch zijn. Politici kunnen er zelf ook wat van:

De Eerste en Tweede Kamer zijn ‘allemaal mannetjes die iets te doen moeten hebben, die beleid op beleid stapelen, die zich moeten profileren, die herkozen moeten worden, die onderling de baantjes verdelen’ (Gerd Leers, oud-Kamerlid en nu burgemeester van Maastricht in de Volkskrant 19 november 2005).

‘Tegenwoordig doen wij maar steeds of de ministerraad een gezellig vriendenclubje is. Dat moet ik zwaar ontkennen, nee, nee, nee. … ondertussen zijn we vreselijker dan wie dan ook. Achter elkaars rug om. Ach, ach, ach, het is allemaal veel vuiler en vunziger dan mensen denken. Ik heb het dan … over de Haagse politiek in het algemeen. Machinaties, machtsspelletjes, persoonlijke belangen, partijbelangen die meespelen bij de benoeming van personen of het nemen van besluiten’ (Alexander Pechtold, D66-minister voor Bestuurlijke Vernieuwing in Opzij 34, februari 2006).

Politici vinden politiek cynisme een slechte zaak. Maar wat is de oplossing? ‘Het wegnemen van de oorzaken voor politiek cynisme’, luidt het simpele antwoord. Jammer genoeg ligt het allemaal een stukje ingewikkelder als we weten dat er veel verschillende oorzaken voor een politiek cynische houding zijn.

De onderzoekers geven aan dat het belangrijk is om goed naar de bronnen van het politiek cynisme te kijken. Hoe komen jongeren aan de overtuiging dat het er slecht aan toegaat in Nederland? Hoe komen ze aan de walging van de Nederlandse politiek?

‘De ouders zijn volgens de jongeren zelf de belangrijkste bron van negatieve berichten over de politiek. De onderzoekers nemen aan dat die ouders op hun beurt zich vooral baseren op wat ze over de politiek horen, lezen en zien via de media. De boodschap die de media uitzenden veranderen, is een moeilijke zaak. Massamedia zijn gericht op hoge kijkcijfers halen en winst maken. Ze zullen niet staan te popelen om ook weinig spannend ’positief’ politiek nieuws te brengen.

Waar wel direct wat aan gedaan kan worden is het gebrek aan politieke kennis. Meer kennis van politiek gaat gepaard met minder politiek cynisme. Hier ligt een belangrijke taak voor scholen en voor leerkrachten maatschappijleer en maatschappijwetenschappen in het bijzonder’.

Bron

Henk Dekker, Frits Meijerink en Peggy Schijns, Political cynicism and its origins, paper gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de International Society of Political Psychology in Barcelona 2006, op verzoek verkrijgbaar bij de eerste auteur. Zie voor een Nederlandstalig verslag van een deel van het onderzoek: Henk Dekker en Peggy Schyns, Politiek cynisme onder jongeren en de bronnen daarvan, hoofdstuk 5 in het boek Politiek cynisme, geredigeerd door Paul Dekker, in juli 2006 uitgegeven door de Stichting Synthesis in Driebergen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.